
Ze heet Godelieve. Dat zegt ze toch aan de deur, en hij gelooft het meteen want niemand verzint die naam. Tweeënzestig, schat hij. Ze ruikt naar zwartebessenconfituur.
"Kom binnen."
Het is drie uur. Ze blijft in de gang staan, kijkt naar de spiegel, naar de lijst eromheen.
"Water," zegt ze.
Hij geeft haar water. Ze drinkt staand, tas nog over haar schouder. Op de plank staat een vaas die hij kreeg van een klant in 2011.
Morgen om half acht moet hij in het ziekenhuis zijn. Het briefje hangt op de koelkast met een magneet uit Salou. Robotic-assisted radical prostatectomy. Hij is achtenvijftig.
"Eerste keer?"
Ze knikt, houdt haar tas vast met twee handen.
In de slaapkamer doet hij de gordijnen half dicht. Ze gaat op de rand van het bed zitten, knieën tegen elkaar, schoenen nog aan.
"Mijn man is acht maanden dood."
Hij zegt niets en gaat naast haar zitten.
Drie ringen aan één vinger. Hij denkt aan de honderden vingers met ringen. Hij likt zijn lippen maar doet niets.
"Ik word morgen geopereerd. Prostaat. Ze zeggen dat ik daarna niet meer… De functie weg. Negenennegentig procent zeker."
Het duurt een paar seconden. Dan: "Oh."
"Jij bent vandaag mijn…"
"Oh," zegt ze nog eens.
Ze houdt haar tas vast.
"Moet ik gaan?"
"Nee."
"Wat wil je dan dat ik doe?"
Hij weet het niet. Dat is nieuw.
"Mag ik tegen je aan liggen?"
Ze knikt omdat ze niet weet wat anders te doen. Ze gaat liggen op haar rug, met haar tas naast zich. Hij legt zich op zijn zij, hoofd op haar schouder, één been licht over haar dij. Ze heeft een beha met een beugel die door de stof drukt. Ze durft niet te ademen.
Er komt het geluid van een vuilniswagen buiten en haar hartslag, snel, onder zijn oor.
En dan, zonder waarschuwing, komt er iets. Zijn lichaam, dat niet luisterde naar zijn mond. Hij voelt het tegen de stof van zijn broek, tegen haar heup. Hij beweegt niet. Hij denkt: als ik niet beweeg, voelt ze het niet.
Ze voelt het.
Ze ademt nu kort en oppervlakkig. Haar hand op haar tas verstrakt. Hij voelt hoe ze probeert kleiner te worden zonder te bewegen.
Hij zou kunnen opstaan. Hij zou sorry kunnen zeggen. Hij doet niets. Bewegen is erkennen.
Twintig minuten waarin niemand iets zegt en zijn lichaam blijft duwen tegen haar heup. Zijn arm gaat slapen. Hij beweegt hem niet.
Zijn wekker rinkelt. Hij komt overeind met zijn rug naar haar, blijft op de rand zitten tot hij weer kan opstaan. Ze strijkt haar rok glad. Ze kijkt niet naar zijn broek.
In de gang houdt ze het envelopje met gestrekte arm.
"Alstublieft."
"Je hoeft niet..."
"Nee. Alstublieft."
Hij neemt het. Haar hand is weg voor hij het goed vast heeft.
"Dag," zegt ze.
"Godelieve."
Ze kijkt niet op bij de naam. Ze gaat de trap af. Onderaan blijft ze staan op het trottoir, tas open, met haar rug naar mijn huis.
Log in om te reageren
Hallo Tony, Het is een ingetogen en intrigerend verhaal. Vol spanning, onuitgesproken gedachten en gevoelens. heel mooi. Maar toch blijf ik ergens in verwarring achter. Ik had in eerste instantie ook niet door dat het een heer van plezier was. Bij het herlezen blijft ondanks die wetenschap verwa...
Ja, dank je! ik ben er duidelijk niet in geslaagd de stereotypen te doorbreken. Ze wilt eigenlijk weg, maar durft niet meer, en hij zit met zijn afscheid (en z'n probleem in z'n broek die waarschijnlijk echt wel de laatste keer is)
goed idee.... trouwens, wie een uitdaging wil maken, stuur het zeker in!
Dit is een zeer vervremendende passage die onduidelijk over kan komen. Mijn idee is dat het hier gaat om een dame van plezier, dat aspect had wat mij betreft wel eerder duidelijk mogen zijn en niet zoveel 'sugercoated'. Het idee dat het zijn laatste en haar eerste keer is, dat is intrigerend, maa...
Oei, het was een heer van plezier... of dat was toch wat ik beoogde, en zijn laaatste mogelijkheid... zijn laatste klant. Niet duidelijk dus
Zoals altijd een sterke bijdrage die niet alles dichttimmert, maar iets eist van de lezer. Hier verschuift het perspectief opeens van 'hij' naar 'ik'.
Twee keer 'schoenen nog aan'. Niet heel erg, maar het viel me wel op.
Een keer schoenen nog aan geschrapt. Bedankt, De perspectiefwissel is een bewuste, ik wilde daar mee spelen, omdat het op verschillende manieren het verhaal verder opentrekt, maar weet niet of dit landt natuurlijk. Bedankt Jan!
Dag Tony, Zeer sterk verhaal. Indringend. Naar mijn idee, niet meer dan dat, de heer van plezier die wordt geconfronteerd met wat hij altijd heeft gemist. Ik ben het eens met de reactie van Ancenita: Het zit voor mijn gevoel in dit stukje: >> "Moet ik gaan?" "Nee." "Wat wil je d...
Tnx angus, moet es nadenken hoe ik het kan verbeteren, stiekem werkt het voor mij, maar duidelijk niet voor de lezer - jij . dus ben ik fout. Tsjah :)
Suggestie Tony. Altijd met weerstand. Want ik wil niet pretenderen het beter te weten. Maar schrap het volgende: "Wat wil je dan dat ik doe?" Hij weet het niet. Dat is nieuw. Dan klopt het (denk ik). Zijn verlangen wordt dan sterker geuit.