Mijn grootmoeder baarde twaalf kinderen, geen enkele deed ertoe, behalve de slungel die besloot mijn vader te worden.
Dan heb ik het natuurlijk over de moeder van die slungel, mijn vader.
Mijn andere grootmoeder baarde er negen, waaronder mijn moeder.
In wezen deden ze er beiden niet toe.
Mijn vader, noch mijn moeder.
Ze werden verwekt en kwamen ter wereld op last van het katholieke geloof.
Voortplanten was dé drift die door de pastoors werd aangemoedigd. Binnen het huwelijk uiteraard. Het echtelijke samensmelten was iets sacraals. Het hijgen, steunen, kreunen, zuchten, zweten en uitschreeuwen van genot, moest een hoger doel dienen.
Het genieten was vuig, Een thema dat werd vermeden.
Mijn oma's konden de heerlijkste taarten bakken, geweldige koude schotels bereiden en kalfsvlees zo klaarstoven dat het op je op tong uiteenviel.
Maar dat waren ogenschijnlijke bijzaken voor de pastoors die hen periodiek verblijdden met hun bezoek. Ootmoedig schoven ze aan tafel aan. Ze gaven welgemeende dankbare complimenten tijdens het uitbuiken, trekkend aan de sigaar die de opa's hadden gepresenteerd.
Maar altijd was er weer die blik, gevolgd door de vraag die als een opdracht klonk. 'Is de volgende al onderweg?'
Mijn vader deed er niet toe. Niet voor de pastoor, niet voor mijn ouders. Hij was een nummer. Meer niet. Een nummer voor het cijferslot naar het hiernamaals.
Hij was een slungel, maar pezig. Sterk. Ideaal voor de steenkoolmijn waar hij ook een nummer werd. Gegraveerd in de penning die hij bovengronds achterliet voordat hij de in de liftschacht afdaalde.
De penning die bleef hangen, na de explosie.
Mijngas.
'Gods wil.' Dat waren de woorden van de kapelaan die mijn moeder bezocht. 'Twee kinderen,' zei hij nog terwijl hij naar mijn broer en mij keek. 'Tijden veranderen,' vulde hij aan. Het klonk als een verwijt. Zijn ogen waren koud.
Mijn moeder deed er ook niet meer toe. Ze wilde er niet meer toe toen. Het geloof had de troost verraden. De heroïnespuit leek meer verlossing te bieden.
Twaalf kinderen.
Twaalf apostelen.
Duizenden en duizenden hypocriete tongen.
Twee ogen waar het licht langzaam uit verdween.
'Tijden veranderen.' fluisterde ik.
Ik meende nog een flits van herkenning te zien.
Ik knipoogde terwijl ik de greep om zijn hals verstevigde.
Log in om te reageren
Een nummer voor het cijferslot naar het hiernamaals. --> Mooi geformuleerd! Je weet de vader vlot neer te zetten door goedgekozen worden als pezig, sterk. Het beeld met de penning en de explosie is er een waardoor er veel verteld wordt zonder het allemaal voor te kauwen. Daar hou ik van. Een keer du...
> “Mijn oma's konden de heerlijkste taarten bakken, geweldige koude schotels bereiden en kalfsvlees zo klaarstoven dat het op je op tong uiteenviel.” Ik herken hier iets in, maar moet taart dan niet vlaai zijn, en kalfsvlees paardenvlees? *** In het verhaal vindt ik het eindstuk, vanaf 'mijngas' ...
Kinderen die verworden tot nummers onder het credo van het geloof. Mooi. Staat haaks op de curling en de helikopter van vandaag de dag. Ik vind hem weer mooi!
Hoi Angus, Je verhaal voldoet uitstekend aan de opdracht door de focus te leggen op familiedynamiek en de invloed van religie. De thematische elementen zijn krachtig en geven de lezer een diep beeld van de tijd en cultuur waarin de karakters leven. Het apocalyptische en toch ook bijbelse kan ik be...
Hallo Angus Had weinig tijd vorige week, dus latere reactie. Als kind uit dezelfde streek als hij herken ik het leed en de hypocrisie in je verhaal. Prachtig geschreven. Het past naast "Het geluk van Limburg". Een dingetje: moet "toen" niet "doen" zijn in deze zin: Ze wilde er niet meer toe ...