Het was zeventien graden. De koolmezen floten erop los.
Of ze hun territorium wilden afbakenen of partners lokten, dat bleef voor mij een raadsel. Misschien combineerden ze dat wel. Iets met multitasking.
Ik reikte naar de fles in de koeler, schonk nog een glas Chardonnay in en proostte daarna op het einde van mijn jaarlijkse winterdip.
Nog even en de staartmezen zouden zich ook weer aandienen. Ieder voorjaar kwamen ze. In een groep. Ze bleven twee, drie dagen hangen. Daarna verdwenen ze weer. Tot de herfst.
Vrijdag. Vrijdagmiddag. Half twee. Afspraak bij de bank. De woorden stonden in kapitalen in de agenda die voor me lag.
Private Banking noemen ze dat. Als je een flink bedrag op je spaarrekening hebt, kun je nog op een kantoor terecht voor een gesprek met een medewerker en ben je niet veroordeeld tot een oeverloze exercitie met een chatbot. Hoe je aan het geld komt, zal ze een zorg zijn. Ze zijn koud als de winter.
Zaken zijn zaken. De lentezon stemde me mild. Of misschien was het wel het besef dat ik in de herfst van mijn leven was aanbeland. Hoe dan ook.
Zaak was, dat ik de volgende winters in het zuiden zou doorbrengen. En ook de lentes en zomers. En de herfst.
Herfst. Het woord bleef zich herhalen. In het scherm van mijn laptop zag ik de weerspiegeling van mijn haren. Nog steeds een volle bos. Krullend, maar ook grijzend.
Mijn zomer lag achter me. Om maar te zwijgen van de lente.
Het werd tijd om de vleugels uit te slaan op zoek naar een plek om te overwinteren. Niet dat ik de winter ooit zou kunnen verslaan. Ik kon hem draaglijker maken. Meer niet.
De warme winden van Malaga. Zuid-Spanje in ieder geval. Met een vliegveld in de buurt, voor het geval ik toch de verleiding niet zou kunnen weerstaan om nog een opdracht aan te nemen.
Als vijftig het nieuwe dertig was, dan was zestig het nieuwe veertig. Het zomergevoel nog steeds binnen bereik. in het zuiden.
Daar zou ik ook verlost zijn van de staartmezen, van de korte lentedip die ze opriepen. Altijd. Van het gevoel dat mijn beroep me tot een eenling heeft gemaakt. Dat ik dat moest zijn.
Misschien zou ik daar iemand vinden om de verleiding te weerstaan om weer als een valk op jacht te gaan naar prooi.
Daar. In de warmte. In de zon. In een gedeelde herfst waarin nog bloemen ontluiken.
Log in om te reageren
Aah, staartmezen, wat zijn ze mooi! Mooi is ook hoe de seizoenen als metafoor door het verhaal heen wervelen. Onvermijdelijk zijn ze en maar tot op zeer zekere hoogte maakbaar. Goeie flash forward ook in de slotzin – herfstbloeiers zijn een ontdekking. De wat grote rol van de afspraak met een privat...
> Zaak was, dat ik de volgende winters in het zuiden zou doorbrengen. En ook de lentes en zomers. En de herfst. leuke speelse tekst > In het scherm van mijn laptop zag ik de weerspiegeling van mijn haren. Ik kan niet goed inbeelden hoe hij ineens achter een laptop zit. Eerst dronk de hoofdpersoo...
Persoonlijk word ik alleen maar blij van staartmezen, maar je beschrijft het mooi! Die jagende valk komt een beetje uit de lucht vallen, maar ja dat doen valken. Je zou dat er tussenuit kunnen laten, voor mij wordt het dan mooier: 'Misschien zou ik daar iemand vinden. Daar. In de warmte. In de zon....
Heel mooi hoe je elementen uit de jaarlijkse seizoenen verweeft met de seizoenen in iemand leven. Je tekst is niet luidruchtig maar goed gebalanceerd. "Misschien zou ik daar iemand vinden om de verleiding te weerstaan om weer als een valk op jacht te gaan naar prooi." ==> Dit is ineens een ander th...
Mijn zomer lag achter me. Om maar te zwijgen van de lente. Au. Meesterlijke metafoor. ZGG!