‘Mijn stilte was geen vergeetachtigheid, Jasper, het was een daad van ecologische noodzaak.’
Mevrouw Van Diemen schoof haar bril een millimeter lager op haar neusvleugel. Ze zat niet zozeer op haar kantoorstoel, ze troonde er. De kamer rook naar verschraalde thee en het zachte, elektrische gezoem van servers die ergens in de kelder aan het oververhitten waren.
Jasper Spijks, de jonge accountmanager wiens gezicht nog de glans van een pas gepolijste appel had, hield zijn tablet stevig vast. ‘Het was een offerte van drie miljoen, mevrouw. Een simpele 'akkoord' was genoeg geweest. De deadline is verstreken.’
Van Diemen spreidde haar vingers op het mahoniehouten blad. Haar nagels waren ongepolijst, bijna ascetisch. ‘Heb je enig idee wat de energetische voetafdruk is van een overbodig bevestigingswoord?’
‘Ik... pardon?’
‘Elke bit die we door de ether jagen, vreet aan de laatste restjes stilte in deze wereld,’ begon ze, haar stem dwalend tussen een preek en een diagnose. Ze leunde naar voren. Haar pupillen stonden strak. ‘Ik heb afgelopen dinsdag besloten dat mijn digitale output de kritische grens van 'menselijke relevantie' had overschreden. Jouw e-mail kwam binnen op het moment dat de algoritmen mijn aandacht probeerden te veilen aan de hoogste bieder. Als ik had geantwoord, had ik het systeem gevoed. Ik weiger de brandstof te zijn voor een machine die jouw ongeduld belangrijker vindt dan de thermische dood van het universum.’
Jasper knipperde met zijn ogen. ‘Het was een contract voor kantoormeubilair.’
‘Het was een rimpeling in een oceaan van zinloosheid,’ corrigeerde ze hem scherp. Ze stond op en liep naar het raam, waar ze naar de grauwe stroom forenzen staarde. ‘Ik heb die middag in plaats van te typen, drie uur lang naar de textuur van een muur gekeken. Wist je dat een baksteen meer integriteit heeft dan een hele cloud vol Pdf-bestanden? Een baksteen vraagt niets. Een baksteen wil niet 'geoptimaliseerd' worden.’
‘De raad van bestuur gaat dit niet begrijpen,’ fluisterde Jasper.
Van Diemen draaide zich langzaam om. Een ijzig glimlachje speelde om haar lippen. ‘Dat is precies hun probleem. Ze zijn verslaafd aan de illusie van actie. Mijn nalatigheid is mijn enige overgebleven luxe. Ik heb je niet genegeerd, Jasper. Ik heb je de kans gegeven om te ervaren hoe het is als de wereld even stopt met terugpraten. Dat is geen fout in mijn workflow. Dat is mijn laatste restje beschaving.’
Ze wees naar de deur met een gebaar dat geen tegenspraak duldde. ‘Ga nu maar. En als je me weer mailt, bedenk dan goed of je vraag de trilling van een server waard is. De stilte is namelijk al duur genoeg.’
Log in om te reageren
Hoi Michael, bijzondere en verrassende insteek, de confrontatie van twee verschillende (denk)werelden. Je schetst je personages met mooie, beeldende taal (tronen op haar bureaustoel, glans van gepolijste appel). Gelet op de setting ben ik benieuwd of Jasper de verwarring nog te boven komt en of mevr...
Is het niet: het was een daad uit ecologische noodzaak? Mooi dat van dat tronen. Bij deze zin :De kamer rook naar verschraalde thee en het zachte, elektrische gezoem van servers die ergens in de kelder aan het oververhitten waren. --> Dit loopt niet helemaal lekker door het geluidseffect wat binnen ...
Je hebt een rijk, talig dialoog beschreven. Erg leuk om te lezen. Ze zat niet zozeer op haar kantoorstoel, ze troonde er. > mooi! De kamer rook naar verschraalde thee en het zachte, elektrische gezoem van servers die ergens in de kelder aan het oververhitten waren.> het rook naar oververhitte s...
Ja, de zon met het tronen op een stoel vond ik ik erg mooi. Een verrassend verhaal. Ik vraag me af of mw. van Diemen extreem principieel is en het voor haar dus echt geen smoes is. Voor Jasper kan het wel als een smoes overkomen. Wat me weer aan het denken zet over het begrip smoes en vanuit wiens ...