
‘Heb jij dit briefje geschreven?’ Broeder Anselm snauwt het met alle vrome haat die hij maar in zijn stem kan leggen.
‘Nee broeder, dat is niet van mij,’ lieg ik geroutineerd. Wij schrijven onze briefjes altijd in hoofdletters, juist hierom. Maar ook in hoofdletters verklapt dit briefje eigenlijk al te veel.
‘Volg me.’
Ik loop achter broeder Anselm door de gangen van het internaat naar zijn kantoor. Daar staat Simon te wachten, ik was er al bang voor. Hij doet snel zijn handen op zijn rug, maar ik heb de striemen al gezien.
Simon kijkt me verontschuldigend aan, en ik schud geruststellend mijn hoofd. Ik ben geen interne leerling maar een dorpeling, een molenaarszoon, alleen gedoogd om de welwillende goedheid van het internaat te bewijzen. Ik ga dus iedere avond naar huis, en daar houdt broeder Anselm rekening mee – voor mij geen striemen.
De broeder gaat achter zijn bureau zitten en kijkt ons streng aan. ‘Simon heeft bekend dat hij vaker dergelijke goddeloze briefjes ontvangt en ook zelf schrijft. Hij weigert een naam te noemen, maar ik weet dat jij het bent. Ik zie jullie veel te vaak samen.’
Ik wil niet toegeven, maar eigenlijk ook niet ontkennen. Dus ik zwijg. Het was ook nog geen vraag, ten slotte.
De afkeer druipt er van af wanneer Anselm er met ingehouden woede wel een vraag van maakt: ‘Heb jij onnatuurlijke omgang met Simon?’
‘Nee, broeder Anselm.’ En dat is waar, in zekere zin.
‘Het briefje bewijst dat Simon onnatuurlijke omgang heeft met de schrijver, hij heeft dat ook opgebiecht. Ik vraag je nog een keer: ben jij dat?’
Arme Simon kijkt me wanhopig aan en schudt haast onmerkbaar zijn hoofd. Hij wil dat ik blijf ontkennen, maar juist die blik in zijn mooie donkere ogen maakt dat ik me bedenk. Ik aarzel een paar tellen, kan ik hierover blijven liegen en zo Simon ontkennen? Hij zal hoe dan ook weggestuurd worden, dat is nu wel zeker. Dan strijk ik met de rug van mijn hand over zijn wang en veeg met mijn duim een traan weg. ‘Ja broeder, dat ben ik.’ Simon staat verstomd, en glimlacht dan flauwtjes, tegelijk angstig voor de hel die nu moet losbreken.
‘Sodomie!’ Broeder Anselm zegt het bijna fluisterend, en kil. Hij is achter zijn bureau vandaan gekomen, stok in de hand. ‘Sodomie! Voor jullie soort is geen plaats in dit internaat! Geen onnatuurlijke schapen in mijn kudde!’ En dan met flinke stemverheffing: ‘God spuugt op jullie!’ Kleine druppels speeksel vliegen door de lucht om Gods bedoelingen kracht bij te zetten. ‘Jullie verlaten ons onmiddellijk, in ongenade, maar eerst…’ Hij heft zijn stok richting Simon.
‘Onze soort?’ vraag ik, en stap tussen hem en Simon in. Er is toch geen weg terug meer. Nu ik mijn schepen heb verbrand kan ik net zo goed de hele haven in de fik steken.
De broeder kijkt me verbouwereerd aan. ‘Ja, jullie soort! In ongenade!’ Hij aarzelt even, maar slaat dan toch en raakt mijn bovenarm.
Ik voel het nauwelijks, kijk de man kort in de ogen, en haal dan ongenadig hard uit.
Simon staat even verstijfd, en barst dan uit in een hysterische lach.
Log in om te reageren
Ik vind dit tot nu toe je beste verhaal, Edwin. Een sterk en indringend verhaal waarin de leugen eerst bescherming biedt, maar uiteindelijk niet meer vol te houden is. Met deze zin laat je het verhaal kantelen: “kan ik hierover blijven liegen en zo Simon ontkennen?” Je verwoordt zijn dilemma glash...
Dag Edwin, Naar mijn idee kun je heel tevreden zijn. Wat ik heel sterk vind, is dat je het niet breder maakt dan het hoeft te zijn. Er zit in het verhaal geen oordeel over de katholieke kerk. Het belicht een internaat, de leider en twee leerlingen. Bovenal belicht het de kracht van zelfrespect en ...
Stiekem ben ik wel nieuwsgierig naar wat ze elkaar hebben geschreven :) Ik vind het een goed stuk met een paar rake, mooie zinnen die andere lezers al hebben benoemd. Zeer graag gelezen!
Oh, nee, zo bedoelde ik het niet! Ik denk eigenlijk dat het goed is zoals het is. (Tenzij je zelf nog een specifieke dynamiek tussen de twee wilt benoemen, buiten de zachtheid van de streling en het wegvegen van de traan.) Ik was zelf gewoon nieuwsgierig :) Wat zoet dat ze elkaar lieve briefjes heb...
Een geslaagd verhaal, Erwin. Met plezier gelezen. 'Kleine druppels speeksel vliegen door de lucht om Gods bedoelingen kracht bij te zetten.' 😂
Niets om ontevreden over te zijn, Edwin, dit is een meer dan getrouwe weergave van de toestanden in de internaten van de 'vrome haatdragende' broeders. Ancenita heeft gelijk, er bestaat geen twijfel over dat die Anselm een schijnheilige is, die wel een ander katje kent dat hij in het donker kan knij...
Mooi Edwin. Je schrijft rer niets over maar ik kan de gedachte niet onderdrukken dat die pater ook maar een schijnheilige is. Maar dat zegt met over mij :-) >> Nu ik mijn schepen heb verbrand kan ik net zo goed de hele haven in de fik steken. Mooi hoe je dat spreekwoord groter maakt. GG
Was de sterretjes vergeten, zo zie ja maar wat je dacht een middelmatig verhaal te zijn, blijkt een topper.
Ja, ik heb er duidelijk geen kijk op 🙈