
'Weet je zeker dat het de Boretstraat was? Je was zeven toen jullie hier vertrokken.’ Ik neem gas terug zodat An de omgeving waarin we rijden beter in zich op kan nemen.
‘Ja natuurlijk.’ An draait haar hoofd mijn kant op en kijkt me met gefronste wenkbrauwen aan.
‘Tegenover ons huis was een grote boerderij. Wij keken uit op de akkers en de stallen. Als er biggetjes geboren waren, kwamen de kinderen van de boerderij mij halen.’
Haar wangen gloeien rood. ‘Geen megastal, gewoon twee varkens en een paar knorrende kleintjes. En de mest rook gewoon nog naar stront.’
‘Nou, hier is geen boerderij meer te bekennen.’ Ik kijk naar al het asfalt en de Vinex Woningen, de kleine voortuintjes, betegeld of volgegooid met kiezel. ‘Zelfs geen boom of struik.’
‘Stop,’ roept An. In een reflex duw ik het rempedaal in. An schiet naar voren. Ze grijpt met haar hand naar haar hals, daar waar de veiligheidsgordel even langs haar huid geschuurd heeft.
‘Die boom, dat bankje.’
Ik kijk haar niet begrijpend aan.
‘Ja, dat bankje...Japie.’ Haar stem trilt. ‘Op die plek was een zandbak.’ Ze schuift haar hand naar haar borst. ‘Daar is Japie overleden. Bedolven onder het zand. Hij was jonger dan ik.’ Ze slikt en kijkt een andere kant op.
‘Daar woonde Renate, mijn vriendinnetje', wijst An naar een rij woningen die uit een ander tijdperk zijn overgebleven.
‘Dan stond ons huis daar.’ Ze wijst de andere kant op, richting een driehoog appartementencomplex. We rijden om het complex heen. Een eentonige ketting van grijs en wit geparkeerde auto’s ontkleurt het straatbeeld.
‘Hier liep het vroeger over in een bospad. Aan het begin van dat pad stond een kleine heksenwoning, giechelt An. 'De bewoonster was oud en schreeuwde altijd onverstaanbare dingen.’ An’s gezicht betrekt. ‘De woning is ‘s nachts in vlammen opgegaan. Zij lag in bed. Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik hoe de brandweer tevergeefs probeerde de brand te blussen. De geur…en het geluid, het knetteren van het vuur, de wind die er doorheen joeg, en dan opeens een knal en kraken van delen van het huis die in elkaar zakten.’ Er gaat een rilling door mijn lijf bij de beelden die An schetst.
We kijken de kant op waar vroeger een bosrand moet zijn geweest en waar nu een verpleeghuis staat. “Het Stientjeshuis”, staat er op de gevel.
‘Zou het naar haar genoemd zijn? Ik weet eigenlijk niet hoe ze heette.’
‘Wil je even uitstappen en hier wat rondlopen?’
‘Ik weet het niet Gui.’ An zucht. ‘Waarom komen er nu opeens allemaal doden naar boven drijven? Mijn buurmeisje. Achttien was ze. Verongelukt. Ik was zes, zij voelde als mijn grote zus.’
Ik leg een hand op haar schouder en strijk met mijn wijsvinger langs haar wang.
Met een bleek gezicht kijkt ze me aan.
‘Laten we naar huis gaan.’
Log in om te reageren
Dag Ancenita, Fijn verhaal, goed geschreven. De werkelijkheid stapelt soms meer ellende dan je je als schrijver durft te permitteren. ‘Moet je zien wat van dit dorp geworden is. Ook dood. De velden, de akkers … weg.’ Hier praat de schrijver - jij dus - door de mond van An. Je zegt tegen de lezer...
Het beste en sterkste stuk vindt ik het dat ze die boom en bankje ziet en vervolgens de gehele omgeving op een andere manier voor zich ziet. Hoe ze de vinex beschrijft is vervolgens ontroerend. De symboliek van de dood is er knap in verwerkt en maakt het mooi af. *** Bij Japie was ik twee keer ver...
Nu lees is in de reacties dat die Japie geen vogeltje is. Slik.
Hallo Tinus, Dank voor je uitgebreide reactie. Ik probeer de verwarring uit de tekst te halen m.b.t Japie. Zal die zinnen aanpassen. Ik begrijp wat je bedoelt. Japie was geen dier, maar een kind. Zal ook dat proberen te verduidelijken. Neem meteen je overige suggesties in overweging.
Je schrijft het zo, dat ik het gevoel had ook in die auto te zitten en alles live mee te krijgen. Het is een en al triestigheid, met overleden buurtgenoten en een gestorven dorp (heel sterk om dit als titel te kiezen!👍). Mooie weergave van de details van de herinnering en de moderne tijd. Eén klein...
Ik denk dat het 'langs haar huid schuren' moet zijn. Met een extra 's'.
Omdat ik zelf Guido heet, heb ik Gui als afkorting van mijn naam nog nooit gelezen. Er bestaat wel Guy in het Frans en zelf heb ik hier als schrijver het pseudoniem Gi gekozen. Voor zover ik weet zijn er in Nederland wel veel Guido's die hun naam afkorten als Gie. Enfin, what's in a name.
Wel een intriest verhaal met al die doden, maar zeer knap geschreven. De opmerkingen van Emmy i.v.m. de gekozen naam en de gloeiende wangen zijn terecht, maar An vraagt zich zelf af waarom ze aan al die overleden personen moet terugdenken en wil daarom liefst terug naar huis. Spijtig dat er geen and...
Hallo Gi, Ik schrijf over de wangen vanuit het perspectief van de HP. Maar als jij het net als Emmy niet zo leest, moet ik het misschien toch anders omschrijven. Het is een triest verhaal, ja. Autobiografisch, helaas. Gelukkig zijn er toch ook nog fijne herinneringen, zoals de biggetjes. Dank voo...
Hallo Ancenita, Mooi dat gas terugnemen, hoe de ik-figuur (die later Jaap blijkt te heten?) rekening houdt met An. Je kan vanuit dat perspectief de wangen niet voelen gloeien van An. Mooi dat detail van die veiligheidsgordel. Ik zou de zin: Ik kijk haar niet begrijpend aan - Op een nieuwe regel lat...
Ik heb Jaap in Gui veranderd. Dat was goed opgemerkt. Naar mijn idee svheijf ik niet dat An haar wangen voelt gloeien. Het is eerder een observatie vanuit de HP. Helaas is het verhaal wat betreft de schokkende gebeurtenissen op waarheid gebaseerd. Maar mogelijk heb je gelijk, dat het voor de verha...
Hoi, Na alle lovende feedback van de anderen heb ik weinig anders meer te zeggen dan: goed verhaal, goed geschreven. ZGG
Dankjewel Nicoline