Het Leffe-glas zweet in mijn hand. Eerste echt warme dag, het terras van De Linde zit halfvol, en ik doe alsof ik lees maar ik lees niet. Ik luister. Dat is wat schrijvers doen. We luisteren en we stelen.
Ze komen naast me zitten zonder de kaart te bekijken. De vrouw bestelt twee koffie verkeerd. De man zegt niets, knikt alleen. Hij draagt een lichtblauw hemd dat te strak zit rond zijn nek, en ik zie hoe hij steeds aan de bovenste knoop trekt. Zij heeft het haar strak naar achteren, een gezicht dat mooi moet zijn geweest voor het moe werd. Vijftigers, denk ik. Iets in de kaaklijnen verraadt ze - broer en zus, niet man en vrouw.
'Het is beslist,' zegt ze.
'Voor jou misschien.'
'Papa wil het zelf, Ronny.'
'Papa wil al maanden dood. Dat zegt niks over wat wij moeten doen.'
'Het zegt alles.'
De koffie komt. Ze roert. Hij raakt de zijne niet aan. Ik doe alsof ik een bladzijde omsla.
'Dokter Verbeke heeft het duidelijk uitgelegd,' zegt ze. 'Het gaat niet beter worden. Alleen maar slechter.'
'Slechter is nog altijd leven, Carine.'
'Je bent er niet elke dag. Ik wel. Ik zie het. Ik ruik het.' Ze buigt zich naar voren. 'Gisteren herkende hij Flocke niet. Hij sloeg naar de hond, Ronny. Naar Flocke.'
Ronny pakt zijn kopje op, zet het weer neer. Er zit een trouwring aan zijn vinger die te los zit, draait rond als hij beweegt.
'Ik heb beloofd dat ik voor hem zou zorgen.'
'Dit ís zorgen.'
Het valt stil. Aan het tafeltje rechts lacht een meisje om iets op haar telefoon. Een duif pikt aan een frietje onder een stoel. De zon schijnt op ons allemaal alsof er niets aan de hand is.
'Jij wilt het huis,' zegt hij dan. Zonder haar aan te kijken.
Haar hand stopt met roeren. Ik hoor bestek uit de keuken, een brommer op de ring.
'Wát zeg je?'
'Je hoort me.'
'Ik verzorg hem al drie jaar. Elke dag. Terwijl jij in Antwerpen zit met je...'
'Precies. En het huis is een half miljoen.'
Ze grijpt de rand van het tafeltje, laat los, vouwt haar handen in haar schoot. Dan raakt ze even haar oorlel aan - een klein, bijna teder gebaar - en zegt: 'Als het geld is wat je wilt, krijg je geld. Maar hij tekent volgende week.'
Niet: als hij tekent. Hij tékent. Ronny kijkt naar zijn zus. Zijn mond gaat open en weer dicht.
'En als jij niet mee wilt naar dokter Verbeke,' zegt ze, terwijl ze haar kopje naar haar lippen brengt, 'dan ga ik alleen.'
'Je hebt het al geregeld,' zegt Ronny. Het is geen vraag.
Carine drinkt. Zet haar kopje neer. Draait het op het schoteltje tot het oortje exact naar rechts wijst.
'Iemand moest het doen,' zegt ze.
Ronny kijkt naar de overkant, waar een vrouw een buggy voortduwt. Ik zie zijn adamsappel op en neer gaan.
'Ik bel je morgen,' zegt hij.
'Je belt nooit.'
Hij legt een briefje van vijf onder zijn schoteltje en vertrekt zonder zijn koffie op te drinken. Zij blijft zitten. Bestelt een witte wijn, drinkt hem in vier slokken, bestelt er nog een. Haar schouders zakken. Even denk ik dat er iets breekt, maar ze pakt haar telefoon en tikt iets in met twee duimen, snel en precies, en ik zie haar mondhoeken bewegen. Niet naar beneden.
Het is halftwee op een dinsdag.
Ik sla mijn boek dicht en bestel een Duvel.
Log in om te reageren
Sterk dat detail van de kaart niet bekijken. De openingszin 'het Leffe glas zweet in mijn hand' werkt voor mij niet zo sterk, bij zweten denk ik eerder aan iets warms, niet aan koude condens zoals dat bij zo'n glas vaak het geval is. Ik zou er denk ik zelf voor kiezen te openen met het is de eerste ...
Ademloos, Tony. Ik heb je verhaal ademloos aan één stuk gelezen, en toen nog een keer. Onopvallend weef je pareltjes van formuleringen door je tekst heen, die de situatie en de verhoudingen trefzeker in beeld brengen. Jouw scène lééft en grijpt me bij mijn donder, ik ben erbij; zit naast jou in stil...
Dank Ton, voor de opdracht en de mooie woorden!
Dank!
Dank!
"We luisteren en we stelen." Mooie zin Tony. Het verhaal illustreert hoe goed jij dit doet. En dat wat je hoort, ziet en steelt zet je vervolgens als juweeltjes achter elkaar. Heel mooi, al die details. Het ritme. Genoten.