
De snoeischaar klikt in mijn hand. De hortensia’s dragen nog de verdroogde schermen van vorig jaar, perkamentachtig. Wanneer ik een tak wegknip, valt de broze bloem uiteen. Onder het dode hout zwellen lichtgroene knoppen.
De aarde is zacht geworden. Wanneer ik op het pad loop, ruik ik natte grond, jong sap. Tussen het oude blad staan de krokussen, geel en paars. Achterin staat de prunus in knop. In de border staan de narcissen open. Hun geel snijdt fel door de nog koele lucht.
Alles komt terug, maar aan de kapstok binnen hangt zijn jas. Ongebruikt sinds de koudste dag van februari.
Kale hortensiastengels tikten tegen mijn jas. De grond was hard van rijp, de bloemen broos van vorst.
In het hospice besloeg het raam telkens opnieuw. Hij wreef met zijn vinger een kleine opening in het glas en keek naar buiten, naar dezelfde perken.
‘Straks wordt het lente, mam,’ zei hij.
De thee in zijn glas werd koud.
Ik knip nog een tak weg. De schaar leg ik neer en ik houd het droge scherm in mijn handen.
Hij had hier vaak geknield met een boekje in zijn handen, op zoek naar namen voor wat er bloeide.
Ik kniel bij het perk.
Een vlinder zwenkt laag over de tuin en strijkt neer op de rand van een narcis. Zwart met roestbruine banden. De randen van de vleugels rafelig. Atalanta.
“Ze trekken de hele wereld over,” had hij een jaar geleden nog gezegd. “Soms komen ze van onvoorstelbaar ver.”
De vlinder opent zijn vleugels in de zon.
Achter de schuur tikt water van de regenpijp op een steen. De merel zingt nu voluit. Over de haag glijdt een wind die nog koel is, maar niet meer van de winter.
De atalanta blijft een moment op de narcis zitten.
Dan vliegt hij weg. Hij vangt de wind, stijgt boven de haag en verdwijnt in het bleker wordende blauw.
Ultrakorte versie
Snoeien
De snoeischaar klikt in mijn hand. Verdroogde hortensiaschermen breken als perkament. Onder het dode hout zwellen lichtgroene knoppen. De aarde ruikt naar natte grond en jong sap. Tussen het oude blad staan paarse krokussen. Narcissen snijden geel door de koele lucht.
Alles komt terug. Binnen hangt zijn jas nog aan de kapstok, ongebruikt sinds de koudste dag van februari.
Ik kniel neer bij het perk. Een atalanta landt op een narcis, rafelige vleugels in de zon.
Even blijft hij zitten. Dan vliegt hij weg en verdwijnt in het bleker wordende blauw.
De broze bloem van de hortensia valt uiteen.
Log in om te reageren
'bleker woedende blauw' = verschrijving Dit is wat mij betreft geslaagd snoeiwerk. Wat ik interessant vind om te horen: Heb je het gevoel dat je je tekst verminkt hebt?
[Reactie verwijderd op 5 maart 2026 om 18:25]
Voor mij komt de tuin pas echt tot leven met de Atalanta. De opening is ook heel fijn maar die tweede alinea > De aarde is zacht ... door de nog koele lucht. Dat is meer een lange afzonderlijke beschrijving van lente waarin ik weinig van het verhaal voel weerkaatsen. Het raakt me ook niet zovee...
Dankjewel voor je uitgebreide feedback @TinusEmpiricus. Ik heb er een ultrakorte versie van 99 woorden onder geplaatst.
De 99 woorden versie is zeker niet verkeerd, maar leest voor mij wel wat gehaast. De traagheid in de langere versie vond ik ook wel fijn. Een lekkere kalme lentedag. Voor mij is het kleine smetje vooral dat die tweede alinea proeft als een onopgelost bouillonblokje. Ineens zo'n hele hap beschrijvin...
Ha Nel! Dit is mooi zintuiglijk geschreven - alsof ik in mijn eigen tuin loop tussen de hortensia's en narcissen. En dan knal je erin met de terloopse mededeling dat het hier gaat om de dood van haar zoon, waardoor de tuin een zware lading krijgt. Zo neem je me elegant mee naar de flashback. De atal...
Dankjewel voor je mooie analyse van mijn verhaal, @Kruidnagel. Dank ook voor de inspirerende opdracht.
Deze zin is goud: ‘Alles komt terug, maar aan de kapstok binnen hangt zijn jas.’ In één beeld zit daar meteen het hele gevoel van het stuk in. Ook de opening met de snoeischaar en de hortensia’s werkt goed: zintuiglijk en direct in de handeling. Voor mij werd het iets minder waar de symboliek exp...
Dankjewel voor je feedback, @JanSchuring. Ik heb er een ultrakorte versie van 99 woorden onder geplaatst.
De lange versie spreekt me meer aan Nel. Daarin voel ik meer hoe traag het verdriet verwerkt wordt. Als ik het zou mogen inkorten zou ik deze twee passages weglaten: > en >