De vatenpers rook naar een eeuw gort drogen en het bittere zweet van slopers. Gijsbert draaide de spindel aan; de gietijzeren tanden knarsten. Uit de tuit stroomde de lijnolie, stroperig en goudgeel als vloeibare barnsteen.
Op de eikenhouten werkbank lag de brief met het officiële stempel: Conservering handvaten defensiematerieel.
‘Ze willen de molen niet,’ zei Gijsbert tegen de korporaal die in de deuropening stond te roken. Zijn uniform stonk naar diesel en versleten rubber. ‘Ze willen het vet.’
‘Twaalf vaten, Gijsbert. Morgenochtend,’ zei de korporaal. Hij tikte zijn as op de drempel. ‘De logistiek wacht niet op de wind.’
Toen de legerwagen wegreed, sleepte Gijsbert een zak scherp metselzand naar de vaten. Zijn handen trilden. Oorlogsmachines eisten precisie; fijnmechanica duldde geen korrel. Met een houten troffel schepte hij het kwarts door de goudgele vloeistof. Het zand zonk, zweefde, verbond zich met de olie tot een schurende, grijze brij. Zand in de motor, dacht hij, en een bittere glimlach trok door zijn baard. Laat de raderen maar vastlopen.
De volgende ochtend knorren de vrachtwagens op het erf. Vier militairen tilden de vaten met een doffe klap op de laadvloer. Gijsbert keek naar zijn vingers, waar het drogende mengsel nu al aan de huid vrat als schuurpapier.
‘Zwaar spul,’ bromde een jonge soldaat, zijn hand over de rand van een vat halend.
‘Ambachtelijk,’ zei Gijsbert koud. ‘Voor de fijne wapens, nietwaar?’
De sergeant lachte rauw en spuugde een pluk tabak op de grond. ‘Wapens? Welke wapens, ouwe? Onze geweren zijn van polymeer en chroom. Dit gaat naar Kamp West.’
Gijsbert verstarde. ‘De handvaten?’
‘De palen, idioot,’ zei de sergeant terwijl hij de laadklep dichtsmeet. ‘Het regent al drie weken. Als die eikenhouten palen van de omheining gaan rotten, zakken de wachttorens en het prikkeldraad in de modder. We moeten de palen insmeren. Tegen het rotten. En tegen de klimmers.’
De motor sloeg aan met een vette blauwe walm.
‘Mooi spul trouwens, dat van jou,’ riep de soldaat over het lawaai heen. Hij bekeek zijn hand, die door het opgedroogde zand-oliemengsel grijs en vlijmscherp was uitgeslagen. ‘Als ze daar dadelijk met hun blote handen de omheining vastgrijpen om te ontsnappen, trekken ze het vel zo van hun botten. Alsof er glas op zit. Goed bedacht, opa.’
De vrachtwagen denderde het erf af. Gijsbert bleef achter in de stilte van de molen. De wind stak op, de zeilen op de wieken klapten eenmaal hard, maar het raderwerk bleef roerloos staan.
Log in om te reageren
Ha Michael, Voor een lezer die geen weet heeft van de technische details van dergelijke machine's is de nieuwe-begrippen dichtheid wat groot bij een kortverhaal. Ik zou daar een beetje in snijden (Bijvoorbeeld bij het scheppen van dat zand, het toch gewoon bij hij schepte het kwarts door de goudgele...
Hallo Michael. Het klinkt voor mij allemaal heel ingenieus en ik lees het als iemand ie totaal geen verstand van zaken heeft. Maar de clou en de twist zijn duidelijk en met de HP mee heb ik even een schok bij het moment waarop hij beseft welke gevolgen zijn daad heeft. Prachtige zinnen. Graag g...
Het Is crisis, en dan gebeuren rare dingen; het leest vlot, maar toch heb ik het gevoel dat je nog kan aanscherpen, ik verlies ergens mijn aandacht (dat ligt aan mij) en ik kom niet volledig in wat je wil zeggen met het verhaal. Again, dat ligt ongetwijfeld aan mij. Dank ZGG
En gefeliciteerd met je VvdM eerste plaats, mooi verhaal!