
Het is bitterkoud, deze zaterdagmorgen. Kleumende marktlui blazen in hun handen, achter een paar kramen blaast een gaskachel hete lucht tegen koude benen. Mijn favoriete brood heb ik zojuist gescoord: drie Waldkorns, in halfjes zodat ik ze in de vriezer kan bewaren. Het waren de laatste drie: missie op het nippertje geslaagd. Bij de viskraam even verderop bestel ik een portie kibbeling. Naast hun kraam staat een aan drie zijden afgesloten partytent met statafels erin, waar de versgebakken vis windvrij opgegeten kan worden. Aan het tafeltje naast mij komen een vrouw van achter in de zestig en een bebaarde man van begin veertig staan. Hij is minstens twee koppen groter dan zij en heeft zeker drie keer haar omvang.
“Waar heb je je handschoenen?” snibt de vrouw tegen hem.
Hij voelt in zijn jaszakken en fronst.
“Nou? Waar zijn ze?”
Hij kijkt zoekend om zich heen en haalt zijn schouders op. “Geen idee.”
“Hier,” zegt de vrouw en tovert twee handschoenen van achter haar rug tevoorschijn. “Op de grond dus, hè. ’t Is dat ik erop ging staan. Als je je moeder toch niet had.” Ze knijpt haar lippen samen, schudt haar hoofd en smijt ze op tafel. “Wat zeg je dan?”
De man kijkt naar de handschoenen, dan naar zijn moeder. “Dank u wel.”
“Dank u wel, wie?”
“Dank u wel, moeder.”
Hij maakt aanstalten om een kibbeling in zijn mond te steken. De vrouw legt haar hand op zijn arm, het stukje gebakken vis blijft zweven voor zijn opengesperde mond.
“Eerst blazen, Huub. Moet je je mond verbranden?”
Huub bolt zijn behaarde wangen en blaast.
Moeder knikt tevreden. “Goed zo.”
De vis gaat zijn mond in. Heet kan die niet zijn: het is zo koud dat de vis al afgekoeld is voordat de statafel is bereikt. Die van mij wel in ieder geval, en onze porties komen uit dezelfde bakbeurt. Dat maakt Huub niet uit; hij houdt het volgende stukje voor zijn getuite mond, blaast nadrukkelijk, kijkt ondertussen schuin naar zijn moeder en steekt dan de vis naar binnen.
Moeder kijkt om haar heen en snuift. “Kan ik je even alleen laten? Ik ga naar de bakker, voordat de Waldkorns weer op zijn. Altijd hetzelfde gedoe daar.” Vol misprijzen schudt ze haar hoofd.
“Jawel hoor,” zegt Huub.
Ze geeft hem een pets tegen zijn arm. “Niet met volle mond praten!”
Huub schudt eerst zijn hoofd en knikt daarna instemmend.
Ze kijkt mij aan. “Kleine kinderen, kleine zorgen. Grote kinderen…” Ze wacht mijn reactie niet af en loopt richting de broodkraam.
Huub propt de laatste stukjes kibbeling naar binnen, zonder te blazen. Hij veegt zijn handen af aan zijn servet en poetst daarna zijn mond schoon. Ondertussen kijkt hij naar mij.
“Ze is geen slecht mens hoor, echt niet,” zegt hij. “Het is erger geworden sinds pa overleden is, twee jaar geleden.” Hij staart naar de broodkraam, waar ze met veel armgebaren iets duidelijk probeert te maken aan de jonge verkoopster. “Ik laat haar maar begaan. Zolang het gaat, gaat het. Het is maar een dag per week, morgen is mijn zus bij haar.”
Bij de broodkraam breekt tumult uit. Daar staat zijn moeder te schreeuwen terwijl ze de weggedoken verkoopster bekogelt met zakken broodjes.
Huub zucht. “Grote kinderen, grote zorgen.” Met grote passen loopt hij naar de broodkraam. Op de tafel liggen zijn handschoenen.
Log in om te reageren
Hallo Martin, Ik vind het een leuke en originele locatie waar je het verhaal laat afspelen, eens iets anders dan een café en ook een logische plek om gesprekken mee te luisteren. De vrouw laat je prachtig op zijn zenuwen werken door haar indirecte vorm van communicatie. De herinnering aan een scène ...
Hoi Martin, Je hebt de opdracht goed uitgevoerd door een boeiend gesprek tussen twee personen aan het tafeltje naast de verteller te creëren. De relatie tussen moeder en zoon is duidelijk en het verhaal leidt tot een interessante wending met de situatie bij de broodkraam. Het onderwerp blijft echte...
Vind je? Ik zag de diepte juist in wat er niet gezegd wordt, maar wat de lezer eruit kan destilleren: de zorg voor een moeder die aan het verdwalen is in haar geest, hoe dat schuurt in een ouder-kind verhouding die blijkbaar omgedraaid is - en ergens ook weer niet (daar doelde de handschoenen op, di...
Wat een subtiel verteld verhaal, Martin. De kleine details - de handschoenen die op de grond lagen, het nadrukkelijke blazen terwijl hij schuin naar zijn moeder kijkt - bouwen zo mooi op naar die draai. En dan die laatste zin: "Op de tafel liggen zijn handschoenen." Dat zegt alles over hoe dit patro...
Hoi Martin, een indrukwekkende invulling van de uitdaging. Ik bewonder de wijze waarop je met details de karakters en de scene zo helder neerzet, dat ik het gevoel krijg dat ik erbij was. (al mis ik de lucht van de kibbeling, maar je kan niet alles hebben ... 😊). Dit is echt uit het leven gegrepen....
De dialoog tussen de moeder en zoon vond ik het sterkste stuk. Heel vermakelijk. En het verhaal schetst zo'n lievelijke situatie. Die snauwende moeder, en die zoon die het accepteert omdat hij op die manier voor haar zorgt. Wat een liefde. (het doet een beetje denken aan de tv-serie 'keeping up app...
Dank voor de goede analyse! Zo zie je maar, een eerste versie is nooit de beste...