
Eigenlijk ga ik in het weekend liever niet het centrum in. Maar vandaag, verleid door het vooruitzicht van een boekenwinkel en een voorzichtig lentezonnetje, slof ik richting een terras en nestel ik me in de behaaglijke warmte van een terraswarmer. Of ik een dekentje wil, vraagt de opgewekte serveerster. Nu ja, graag, en een koffie. Terwijl ze zich weg haast begin ik in het zojuist buitgemaakte schrijfwerk, al moet ik al snel concluderen dat mijn vakgenoot, naast een begaafd wetenschapper, helaas nog steeds een erbarmelijk schrijver is.
Achter mij klinkt ondertussen druk gekwetter. Twee vogeltjes zijn neergefladderd aan een tafeltje. Ze zijn van een hier veelvoorkomend soort: met luide lokroepen, uitgebreide paringsrituelen en een onverzadigbare dorst is hun natuurlijke habitat de verschillende sociëteiten en kroegjes die deze stad rijk is. Over de nuances van deze soort kan een proefschrift geschreven worden. Waar de mannelijke soort zich kenmerkt door zijn lange poten en een strak achterover gelakte verenkleed, onderscheidt de vrouwelijke variant zich met halflange blonde pluimen en een overdaad aan gouden ornament. De gedeelde noemer is dan weer hun gefluit, wat eeuwig schor door de steegjes en collegezalen klinkt. Zo ook nu achter mij.
‘Meid, ik heb hier eigenlijk geen tijd voor.’ Het geknisper van een aansteker. ‘Ik moet nog zo-veel doen.’ ‘Kom op, ééntje kan wel.’ ‘Of twee.’ Een hees gegiechel. Ik glimlach vaag en richt mijn aandacht weer op de pagina voor me, tot deze opnieuw getrokken wordt door een van de vogels. ‘Professor Buikhuis?’ Ik wil me omdraaien, maar hou mezelf tegen als ik haar volgende woorden hoor. ‘Doet die weer scripties dit jaar?’ ‘Blijkbaar.’ tjirpt de andere vogel. ‘En moet je morgen al?’ ‘Ja…’ Het antwoord heeft een ietwat droevige ondertoon. ‘Maar je ging toch naar Hugo? Jullie gaan nu juist zo goed!' Het gefluit van de eerste vogel klinkt nog scheller dan het al was. De woorden die uit haar snavel volgen vormen een dolksteek in het hart van elke academicus, inclusief dat van mij. ‘Laat Chat gewoon wat schrijven. Dan ga je aan de slag met wat hij als commentaar terugstuurt.' Tot overmaat van ramp piept de andere vogel instemmend.
Ik frons. Een gevoel van frustratie borrelt. Duizend dingen trekken aan mij, stuk voor stuk nuttiger dan het doorwaden van de gegenereerde drek die ongetwijfeld later vandaag in mijn inbox ploft. Ik kan me omdraaien, recht in hun verschrikte kraaloogjes kijken en op hoge toon te eisen dat men goed voorbereid op komt dagen. De twee kuikens herinneren aan hun plicht als student, als wetenschapper, als mens.
Ik zucht en leun achterover. De frustratie zakt even snel als dat hij opkwam. Ik zou immers voorbijgaan aan een realiteit waarvan ik nu, zo dicht bij het emeritaat, vurig wens dat ik er zelf meer gebruik van had gemaakt.
Dat velen die binnen deze universiteit rondvliegen zich meer bezighouden met student zijn, en niet zozeer met studeren.
Bedachtzaam neem ik een slok van mijn koffie en kijk uit over de gracht. Wie ben ik om een vogel in haar vlucht te onderbreken?
Log in om te reageren
Goeie start hier, Tealing! In aanvulling op wat er al gezegd is: je zinnen hebben een mooie variatie in lengte. Dat voorkomt dat ik als lezer te traag vooruit kom (ja, dat ligt aan mij, ik ben een ongeduldig lezer), maar wel beloond wordt met fraaie zinnen, zoals "Terwijl ze zich weg haast begin ik ...
Ha allen, Dank voor het warme welkom en de feedback! Kritische noten zijn meer dan welkom, daarmee groei ik als schrijver; dank daarvoor @tonbadhemd en ook voor de leuke uitdaging :) ik kijk uit naar de volgende!
Hoi Tealing, Eerst en vooral, hartelijk welkom! Je verhaal sluit mooi aan bij de schrijfuitdaging door het gesprek tussen de twee vogelachtige personages op het terras te beschrijven, en het biedt een interessante kijk op hun relatie en onderwerp van gesprek. De metafoor van de vogels voegt een sp...
Hoi Tealing, allereerst welkom! Je eerste verhaal doet me goed, je weet de uitdaging met succes en een originele insteek aan te gaan. Leuk hoe je de parallel legt tussen de vogelwereld en die van de mens, in het bijzonder die van de studentenwereld. Dat doe je met verrassende, mooie beelden. Het hui...
Die vogel-metafoor werkt heerlijk, Tealing. Het klinkt eerst als lichte spot, maar tegen het einde voelt het bijna teder - "Wie ben ik om een vogel in haar vlucht te onderbreken?" En die frustratie die opkomt en dan weer zakt, dat herkenbare moment van bijna-confrontatie... Mooi hoe je de professor...
Ik had de vogelmetafoor in eerste instantie letterlijk genomen. Ik heb denk ik te vaak mussen op tafeltjes zien neerfladderen, waardoor dit gebeurde. Ik zou ipv schrijfwerk voor het woord: leesvoer kiezen :-) ' is hun natuurlijke habitat de verschillende sociëteiten en kroegjes die deze stad rijk ...