Inhoudswaarschuwing
Gevaarlijk!

De tunnel ruikt naar pis en iets gebrand. Warre loopt er elke nacht door.
Hij heeft een Dupont in zijn broekzak, een oranje. De steen is half versleten, soms probeert hij drie keer voor er vlam is.
Bij de affiches blijft hij staan. Er hangt een poster van een concert, Adele in een rode jurk die lacht naar een bodybuilder. Warre houdt de vlam onder haar kin. Het papier bruint aan de randen, de jurk gaat eerst, dan de hals, dan de glimlach, en de bodybuilder het laatste. Hij houdt zijn hand nog even nadat het papier is opgehouden te bestaan.
Achter het station staat een vuilnisbak vol karton met een matras ertegenaan. Er steekt een kinderschoen half uit. Warre bukt en ruikt aan het karton, droog en muf en een beetje zoet.
Twee straten verder staat een bouwwerf met palletten achter een hek met een roestig hangslot. Hij trekt aan het slot, het geeft niet mee. Hij zet zijn voet in de maas en klimt, het metaal snijdt in zijn vingers. Aan de andere kant laat hij zich vallen, hard, zijn enkel protesteert. Hij staat recht en hinkt naar de palletten.
Onder het afdak is het hout droog. Hij knielt en houdt de vlam bij de onderste plank. Er gebeurt niets. Een derde keer maakt hij zich klein om de vlam, zijn hele lijf eromheen, zijn neus bijna op het hout, hij ruikt de hars die begint los te komen uit de vezels. Hij blaast en een randje pakt. Hij blaast opnieuw, zachter, en het vuur begint te lopen langs de nerf van het hout, omhoog, en hij volgt het met zijn ogen.
Hij leunt met zijn gezicht naar het vuur tot zijn ogen tranen en de warmte in zijn keel zit.
Dit is het enige moment van de dag dat zijn handen niet trillen.
Hij blijft te lang. De vlam heeft de tweede plank al en trekt zich op aan de derde en hij knielt er nog altijd voor met zijn mond een beetje open, het licht beweegt op zijn handen en zijn gezicht en hij ademt de rook in en hoest en blijft en ademt opnieuw in. Hij denkt aan niks. Hij is leeg op een goede manier. Hij is hier.
Koplampen aan het einde van de straat.
Hij staat recht en klimt het hek terug over. Zijn broek scheurt en zijn enkel doet pijn bij het landen. Zijn telefoon trilt vier keer maar het is Sonja en hij neemt niet op.
Voor de frituur staan twee mannen te roken. Ze zien hem, zijn gescheurde broek, zijn rode gezicht. Een van hen zegt iets. Warre kijkt hem aan tot de man wegkijkt, dan loopt hij door en flikt de aansteker open, dicht, open.
Achter hem loeit een alarm.
Het geluid gaat door zijn borstkas en hij loopt en hij flikt de aansteker open en dicht en open.
Log in om te reageren
Tony, het is best een krachttoer om naast de vele ‘heys’ uit de karige lyrics van het origineel dit verhaal te kristalliseren. Zelf heb ik helaas een grondige hekel aan dit genre dus voor mij was het luisteren naar The Prodigy geen walk through the park. Jouw tekst daarentegen zit vol vuur en doe...
Ik ben dan weer vurige fan van The Prodigy.... zo zie je maar weer :) Dank
Een sterke tekst met vaart en een goed gevoel voor lichamelijkheid. De opeenstapeling van ‘sterke’ beelden werkt hier soms wel een beetje tegen je: pis, brand, half versleten aansteker, brandende poster, vuilnisbak, kinderschoen, bouwwerf, roestig slot, scheurende broek, alarm, vier gemiste oproepe...
Zeer goede suggesties, Kalimanjaro geschrapt en het einde aangepast. Dank!
Erg leuk verzonnen. Die Warre groeit in dit verhaal. Op het einde als hij speelt met zijn aansteker is heel vreemd. Ook een mooie alinea/zinnen dat stuk “Het geluid gaat door ... tijd genoeg.” *** > “Warre bukt en ruikt aan het karton, droog en muf en een beetje zoet.” Dit ging voor mij zo vroeg ...
Het nummer van de The Prodigy, zowel onheilspellend in klank als inhoud heb je naar mijn idee van even onheilspellende situaties en beelden voorzien. Goed gedaan.
Dankjewel Ancenita. Telkens ik dit nummer hoor, zie ik zo een 'firestarter'