
De klop op de deur klonk niet eens hard. Het had de buurvrouw kunnen zijn. Niet dat ze ooit had aangebeld of aangeklopt. We kwamen elkaar zo nu en dan tegen in het trapportaal en wisselden dan wat nietswaardigheden uit over het weer of over de achtenveertig treden die we beiden omhoog moesten. Omdat we allebei dachten dat zwijgen onbeleefd kon overkomen. Soms roddelde ze kort over andere bewoners van de flat, waarop ik alleen reageerde met een knikje of met een licht hoofdschudden.
Misschien had ze de adviezen in de wind geslagen en geen noodpakket aangelegd en kwam ze informeren of ik iets kon missen.
Het laatste wat ik verwachtte waren twee mannen in uniform. Officieren.
'Mogen we even binnenkomen?'
Het was de luitenant die de vraag stelde.
De kapitein naast hem keek me strak aan.
Weigeren, was geen optie.
Ik draaide me om en maakte een half uitnodigend gebaar.
In de huiskamer wees ik naar de eettafel.
'Iets te drinken?'
De luitenant aarzelde. Zijn meerdere haalde de schouders op.
'Heb je bier?'
'Bavaria.'
'Doe maar. Gewoon uit de fles.'
'Blikjes. Blijven langer goed.' Ik knipoogde en liep naar de keuken.
'Wouters,' stelde de kapitein zich kort voor. 'Kasberg.' Hij knikte naar rechts.
'Mijn naam kent u. Tenminste, ik neem niet aan dat u zomaar willekeurig langskomt.'
'Zeker niet. Zeg trouwens ook maar je.' Weer die strakke blik. 'Dat het nogal uit de hand is gelopen, zal je ook wel duidelijk zijn.' Hij liet zijn ogen rusten op de noodradio die in het midden van de tafel stond.
'Nogal, ja.' Het begon te schemeren. Ik stak de kaarsen aan.
'Die naam bij de bel beneden, die man, daar komen we niet voor. We komen voor Angus.'
Voor ik een slok nam kneep ik kort. Het blik protesteerde. 'Leg uit.'
'We weten wie je bent. Wat je doet. Maar nooit genoeg bewijzen. Dit zijn andere tijden. Bewijzen hebben nu een lichter gewicht. Veel lichter. Wat tot eergisteren tot een aanklacht leidde, kan nu een noodzaak zijn. Een aanbeveling.' Nu nam hij een slok.
De luitenant keek naar de man links van hem en glimlachte.
'Dus?' Ik wreef over het tafelblad.
Hij legde twee documenten op tafel. 'Links, is een kwijtschelding. Amnestie. Rechts, is een lijst.'
'Een lijst?'
'Namen. Zes. Noem het spionnen. Noem het infiltranten. 'Men' wil dat ze uitgeschakeld worden, zonder vragen in de Kamer.'
'Men moet eerlijk kunnen liegen, bedoel je.'
'Ach, wat is liegen?' Hij leek het te menen.
'Bonus?'
Hij boog voorover en lachte, haalde een derde formulier uit zijn binnenzak.
Nog voor hij het naar me toeschoof, zag ik genoeg nullen.
Zes nullen.
Zes namen.
'Twee weken?'
Hij knikte.
Ik reikte hem de hand.
'Nog een biertje?'
Log in om te reageren
Nietswaardigheden goed gevonden. Mooi dat met die kaarsen. Het blik protesteerde daar kan je misschien nog iets doen met de andere zintuigen, bijvoorbeeld door te focussen op het geluid dat zoiets kan maken. Goed gevonden hoe iets illegaals in tijden van oorlog ineens acceptabel wordt. Ik las het gr...
Dag Emmy, dank voor je reactie. 'Nietswaardigheden.' Het woord schijnt te bestaan. Het zat ergens diep verscholen. 'Het blik protesteerde daar kan je misschien nog iets doen met de andere zintuigen, bijvoorbeeld door te focussen op het geluid dat zoiets kan maken.' Goed punt. Maar het lukte me niet...
Ik wist dat dit een uitdaging was op het lijf geschreven van Angus. Mooi hoe ze hem opeisen! ZGG
De een zijn dood... Knappe wending aan de opdracht. Angus komt weer goed tot zijn recht. Goed geschreven.
'De een zijn dood...' Precies dat Ancenita, En ach, knappe wending? Ik heb een duidelijk beeld van mijn alter ego. Dat maakt het wat makkelijker. Misschien zelfs voorspelbaar, Het zij zo, Dank voor je reactie.