Inhoudswaarschuwing
aardappel pulp en allerlei soorten gevoelige inhoud
Zijn gezicht had een bolle vorm, maar ongelijk en ingedeukt met van die knobbelige wangen als een Hollands eigenheimer gezicht. Zijn ogen waren donkere kraaloogjes achter twee kleine spleetjes. Het beetje haar dat hij had waren stekeltjes in de vorm van een klein oranje kuifje.
‘Je ziet er best wel aardig uit,’ zei ik.
Ik weet niet waarom, maar het floepte eruit. Eigenlijk zocht ik naar een manier om weg te komen. Naar de wc gaan ofzo, en dan stiekem door het raam klimmen.
Maar hij had mijn bonnetje voor de garderobe.
Het smeuïge lachje dat hij met zijn dunne lippen maakten, verontrustte me. Toch wilde ik hem ook niet kwetsen. Hij was eigenlijk best zielig. Zijn hobby’s waren worst draaien en hutspotterij. Dan pas bedacht ik me dat zijn bleke huid misschien wel kwam door een gebrek aan zon en weinig omgang met andere mensen.
Hij slurpte het dessert uit de coupe. Gesmolten stukken ijs ontsnapten langs zijn mondhoeken. Ik gaf hem een servet.
‘Misschien moet je naar de wc gaan?’
Even bewoog hij niet, als een standbeeld. Zijn blik was strak op mij gericht. Zijn lach verbreedde terwijl zijn ogen naar beneden gleden. Hij mompelde iets en knikte. De stoel die hij achterover schoof maakte een piepend geluid. Het duwde bijna een serveerster omver. Zonder te verontschuldigen stond hij op.
Met zware passen liep hij richting het toilet. Ik stond niet versteld van zijn broek die iets naar beneden hing en waar zijn bilnaad bovenuit stak, maar wel van het knappe fotoshopwerk aan zijn foto op de datingsite. Toen hij de hoek om was, schoot ik naar zijn stoel en rommelde door zijn tas, op zoek naar het bonnetje. Mijn dure jas van bintjes bont, Ik wilde mijn mooie jas hier niet achterlaten.
Zijn tas was een grote leren mannen tas, keurig geordend. In het brede zijvak zaten drie boeken: een encyclopedie ‘handboek voor de wilde stamppot’, het romannetje ‘Doré en Liseta’, en een vies boekje ‘Hollandse smeuïge sauzen’. In een zijvakje had hij een grote etui vol met verschillende aardappelschilmesjes. Helemaal onderin lag iets dat leek op een condoom, maar dan een soort lange rol. “Tien meter, extra knapperig,” stond er op de verpakking.
Ik keek in alle hoeken en ritste alles open, maar nergens, nergens zag ik iets van het bonnetje voor mijn jas. Zou hij het dan in zijn broekzak hebben? Ik kon niet verder zoeken, hij zou gauw weer terug komen. Tenzij, hij misschien dacht dat ik hem achterna zou komen? Die ontdeugende lach van hem doolde door de bochten van mijn brein, maar ik durfde niet verder te gaan. Ik fatsoeneerde zijn tas, zoveel als mogelijk, en ging weer op mijn plek zitten. Met een servetje veegde ik het zweet van mijn hoofd.
Toen hij terug kwam, dacht ik aan dat ding in zijn tas. Zou hij heel groot… ? Ik keek naar zijn broek, geen grote dikke rol of bult te herkennen, maar wel in het midden een donkere natte vlek.
Hij had ook mijn jas onder zijn arm. Mijn jas van bintjes bont.
‘Ik heb de rekening al betaald. Kom je mee?’
Ik staarde naar mijn jas. ‘Ik, uh …’
‘Geeft niet,’ zei hij. ‘Ik draag hem wel voor je.’
Zijn hand duwde me voort tegen mijn rug en gleed tegelijkertijd van mijn schouderbladen naar beneden. Ik zette snel een stap bij hem vandaan.
‘G-goed …’ antwoordde ik in verwarring.
Verdomme, hè, ik wil juist niet. Niet met deze man.
Buiten rook het naar avondbloesems die zich openden voor een laatste bezoekje van de bijen en vlinders. ‘Goh, het is wel frisjes,’ probeerde ik. ‘Mag ik mijn …’
‘Ik houd je wel warm,’ zei hij, en hij legde zijn worstige arm om mij heen.
Ik voelde dat de ogen van de mensen op straat naar ons bleven staren. Ze waren vast verbaasd over zo’n oude knol met een vers jong krieltje. Ik snapte het, ik vond het zelf ook raar. Toch boog ik mijn hoofd dichter tegen hem aan. Zo kon ik nog net langs zijn buik mijn jas zien. Hij greep me steviger vast.
‘Neem je vaker meisjes mee?’ vroeg ik.
‘Af en toe.’
‘Waarom heb je dan nog geen vriendin?’
Hij zweeg. Het drong diep bij hem binnen. Ik merkte dat zijn hart een slag miste.
Ik sloeg een arm om hem heen, niet omdat dat zo lekker was, maar voor mijn jas. Bijna kon ik er niet bij omdat zijn ronde lichaam in de weg zat, maar met de toppen van mijn vingers wist ik het beetje bij beetje naar me toe te trekken. Ik voelde het zachte bintjes bont in mijn hand en greep vast aan dat fijne gevoel. Uiteindelijk trok ik de mouw verder naar me toe en kneep het vast in mijn vuist. Het voelde als hoop; dat ik er nog op een bepaald moment onderuit zou kunnen glippen, of in ieder geval niet … niet iets, ik wist het niet precies.
Bij een groot huis stonden we stil.
‘Is dit waar je woont?’
Hij schudde een bos sleutels uit zijn broekzak. Het had een hangertje met een foto van twee kleine piepertjes. Ik zag dat hij best een duur horloge had.
‘Hoe laat is het al?’ vroeg ik, en ik verstevigde krampachtig de grip op de mouw van mijn jas.
‘Kom op zeg, je bent toch niet voor niks met me meegelopen? Je zei …’
De kramp in mijn onderarm drong door tot mijn hele lijf. ‘Ja, maar …’
De deur draaide open en toonde een lange gang, donker en onbekend. Hij liep door. Ik liet niet los en bleef verlamd vasthouden aan het bintjes bont. Mijn jas ging naar binnen, en trok mij mee.
Hij drukte op een lichtknopje; zo’n oud klein schakelaartje dat nog een klik maakt. De gang bloeide langzaam op. Het hing vol met schillerijen van schillers zoals Cornue de Gatte en Vitelotte, aan het einde van de gang pronkte zelfs een Opperdoezer.
Ik was verward. Ik wilde eigenlijk alleen mijn jas pakken en vertrekken, maar verbazing nam het over.
‘Mooi optrekje.’
‘Drie miljoen, tweehonderd vierkante meters.’ Zijn stem kreeg een opschepperige, zware toon. Zijn kraalogen leken iets groter. Hij nam mij verder aan mijn jas. We gingen een kamer binnen met een hoog plafond. Er hing een kroonluchter omgeven door ornamenten.
‘Uh, wat is je werk ook alweer? Behalve, die worsten?’
‘Dat vertel ik nog weleens.’
Hij pakte twee tumblerglazen en schonk uit een grote kristallen fles. Het vergeelde label kon ik niet lezen. Hij reikte er eentje naar mij. Ik stond nu vrij met mijn jas. Ik kon weg, maar ik pakte toch het glas en hield het ongemakkelijk vast terwijl ik mijn jas stevig tegen me aan drukte.
Hij plaatste soepel en beheerst de naald van een platenspeler. Na een kleine plop, begon een zacht geluid te ruisen door de luidsprekers. Ik voelde dat dit de verkeerde kant op ging. Maar, ik had mijn jas. Ik stapte voorzichtig naar achteren, richting de kamerdeur.
Hij draaide om. ‘Neem een slok. Het is hele dure wodka.’
‘Bintjes wodka? Ik weet niet of ik dat …’
‘Neem maar.’ Hij zei het op een lieve toon, maar het was ook dwingend.
Ik nam een slok om er vanaf te zijn. Ik stond al bijna bij de deur. Misschien zou ik dan kunnen wegrennen.
‘Is het goed? Proef je de bintjes? Deze zijn twintig jaar gerijpt, een beetje zo oud als jij.’
Ik hield het glas omhoog en keek naar het lichtbruine goedje. Het had een parfum dat ik niet kende. Het was geconcentreerd en complex. Iets erotisch leek het wel.
‘Ik wist het. Jij bent een ruimdenkend persoon,’ zei hij. ‘Neem maar nog een slok.’
Ik deed alsof ik verder dronk, maar schuifelde verder naar achteren. Vlak bij de deur sloeg ik de wodka in één keer achterover.
‘Zozo, jij lust er wel van.’
Zijn ogen groeiden nog eens groter, en prikten door mij heen. Ik draaide me snel om, van plan om weg te hollen. Maar de kamer draaide ook, misschien wel twee of drie keer. Ik struikelde en kwam met mijn hoofd tegen de deurklink.
‘Och jee,’ zei hij terwijl hij naar voren stapte en me bij mijn schouders greep. Hij gaf me een zacht kusje op mijn voorhoofd. ‘Zo beter?’
Ik fronste. De kamer draaide nog steeds. Ik voelde geen grond, de aarde was weg. Ik zag alleen nog hem. Hij leek wat minder knobbelig, meer zacht en rond. ‘Ik …’
‘Sgoed,’ zei hij. ‘Ik leg je wel even op bed.’
Ik liet me in zijn armen naar een andere kamer dragen. Hij liep door de gang en ik staarde naar de lichten die glinsterden in de schillenlijsten bekleed met goud.
‘Mooi optrekje,’ zei ik. ‘Wat doe je voor werk?’
‘Iets.’ antwoordde hij.
Hij bracht me naar zijn bed en legde een natte doek op mijn voorhoofd. Hij streelde mijn haren. Ik voelde me half indommelen. Mijn jurkje rolde omhoog, het stroopte van mij af.
‘Wat doe je?’
‘Ik ben je aan het schillen,’ zei hij.
In mijn gedachten zei ik ‘nee, hè, wat?’ maar ik schudde alleen mijn hoofd.
Hij pakte zijn leren tas erbij.
‘Mijn jas, waar is mijn jas?’
‘Dat is mooi bont. Heel duur hè.’ Hij ritste zijn etui open en stalde de aardappelschilmesjes uit op het nachtkastje. Uit het laatje trok hij een grote stamper tevoorschijn.
‘Ik, waar ben …’
‘Rustig maar.’ Hij trok zijn broek uit en klom bovenop me.
De kamer draaide nog steeds, al was het nu meer iets van wazigheid en schokken. Hij kookte tegen me aan. Ik voelde zijn zavelige stoppels schuren tegen mijn zachte wang. Zijn tong was helemaal niet lekker en bewoog hard en te wild.
De dag ging sporadisch voorbij in mijn gedachten. Ik bleef hangen bij zijn tas. Daarin had hij zo’n vreemd condoom. Langs de vetrollen op zijn buik gluurde ik naar beneden. Niks, alles weg. Maar een vreemd soort machine. Hij pakte het ding uit zijn tas en duwde het voor zijn buik. Een meters lange …
‘Wat is dat?’ Ik duwde hem van me af.
Hij zweeg, of antwoordde met iets dat leek op een ontevreden gebrom. Vervolgens drukte hij de stamper op mijn gezicht.
Mijn zicht verdween en ik kon niks meer zeggen. Ik hoorde alleen nog zijn stem: ‘Stil jij, mijn bintje.’
Log in om te reageren
[Reactie verwijderd op 6 mei 2026 om 06:21]
[Reactie verwijderd op 6 mei 2026 om 06:21]
[Reactie verwijderd op 6 mei 2026 om 06:17]
testje
testje
Verschillende soorten van overlap. Hoe gaat dat eruit zien?
Bij een volledige overlap worden niet alle quotes bereikbaar, maar ik denk niet dat dat heel erg is. Die situatie komt bijna nooit voor. (het zou kunnen als iemand een hele alinea citeert en iemand anders alleen een zin)
[Reactie verwijderd op 6 mei 2026 om 06:19]
[Reactie verwijderd op 6 mei 2026 om 06:19]
Hoi Tinus Empiricus, De eerste leugen van de verteller is subtiel, en zet de toon voor de rest van de gebeurtenissen. De tweede leugen maakt de situatie complexer en zorgt voor een onverwachte wending, waardoor de lezer geboeid blijft. Het bintjes bont zorgt voor een mooie draad, en het einde is b...
[Reactie verwijderd op 6 mei 2026 om 06:21]