De file begint al op de afrit naar de meubelboulevard.
‘We hadden ook kunnen wandelen,’ zegt zij.
Even later stappen ze uit. De wind draagt een geur van rook. ‘Paasvuur,’ zegt hij.
Binnen is het warm. Licht zonder schaduw. Banken in rijen, tafels met namen die nergens naar verwijzen. Ze lopen langs een opstelling met servies. Hij tikt tegen een bord; het geeft een korte, droge toon.
‘We zoeken een lamp voor boven de eettafel,’ zegt zij tegen een verkoper.
De man loopt mee, wijst en legt uit.
‘Waar komt hij te hangen?’ vraagt de verkoper.
‘Boven de tafel,’ zegt hij.
‘Welk licht heeft u daar?’
De man en vrouw kijken elkaar aan.
Ze lopen verder. Hij loopt met hen mee.
Bij een keuken staan schalen met broodjes.
‘Neemt u gerust,’ zegt hij. Hij breekt een broodje doormidden en reikt het aan. Op zijn handen zitten vervaagde littekens.
Zij neemt een stuk. Hij ook. Ze eten zonder te praten.
‘Redt u het verder?’ vraagt de man.
Hij slikt. Knikt. ‘Ja, dank u.’
De man glimlacht. Dan is hij er niet meer. Tussen twee kasten door, weg.
Ze blijven staan. Het brood is op. Zij slaat wat kruimels van haar jas.
‘Terug naar de lampen?’ vraagt hij.
Ze schudt haar hoofd. ‘Laten we eerst eens kijken wat voor licht we hebben.’
Op de parkeerplaats rijden auto’s een rondje.
In de verte gaat de rook recht omhoog. Mensen lopen ernaartoe, gearmd of de handen in de zakken, kinderen voorop. Hij en zij lopen de andere kant op, naar de auto.
‘We hadden ook kunnen wandelen,’ zegt zij.
Log in om te reageren
'Binnen is het warm. Licht zonder schaduw. Banken in rijen, tafels met namen die nergens naar verwijzen. Ze lopen langs een opstelling met servies. Hij tikt tegen een bord; het geeft een korte, droge toon.' Mooie sfeerschets. ZGG! Ik blijf wel haken op de aaneenrijging van korte zinnen. Als je ...
Snap ik wel van de korte zinnen. Misschien tijd om eens wat nieuws te doen. Het wordt een beetje: Een aap. Een noot. Een aap eet. Een aap eet een noot.😂