
‘U wordt vanmiddag om 16.00 uur geopereerd door dokter Harder,’ zegt de verpleegkundige terwijl ze door mijn status bladert. ‘Een ervaren traumachirurg, gespecialiseerd in pezen en zenuwbanen.’
Ik reageer met een knikje.
‘Als verdoving krijgt u een plexus-anesthesie, een zenuwblokkade. In uw geval in de hals. Dat is volkomen veilig en u zult niets voelen van de hersteloperatie.’
Ik maak een bevestigend gebaar met mijn goede hand.
‘De verwonding aan uw arm is nogal rafelig, dus er zal een litteken overblijven. Maar dokter Harder maakt er vast wat moois van.’
‘Fijn om te horen,’ zeg ik.
De verpleegkundige kijkt naar mijn armen. ‘Die andere littekens. Is er een relatie met uw recente verwonding?’
‘Ik werk op de visafslag,’ zeg ik snel. ‘Daar gebeuren aldoor kleine ongelukjes.’
‘Een visafslag. Natuurlijk, fileermessen en zo. Maar uw nieuwste verwonding lijkt wel veroorzaakt door een gekarteld broodmes. En u heeft vanuit uw woning 112 gebeld.’
‘Ik heb niet gebeld, dat was mijn zoon.’
‘Oké. Toen de ambulance arriveerde, lag u in de gang, tegen de voordeur aan. Er liep een bloedspoor naar de keuken. Is het daar gebeurd? In de keuken?’
‘Mijn mes schoot uit toen ik een te hard gebakken stokbroodje sneed.’
Ze maakt een aantekening op mijn status. ‘Een te hard gebakken stokbroodje, juist. En uw zoon was erbij?’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Hij heeft uw verklaring bevestigd.’
‘Hij heeft hier niets mee te maken,’ zeg ik fel.
De verpleegkundige kijkt op. ‘Mevrouw, ik probeer u zo goed mogelijk te helpen. En uw verwondingen zijn niet alledaags. Het moeten nare ervaringen zijn geweest.’
Ik zak onderuit in mijn bed. ‘Verder nog iets?’
‘Ik wil graag een afspraak voor u maken met een maatschappelijk werkster. Zij kan …’
Voordat de verpleegkundige verder iets kan zeggen, loopt Ruben de kamer in.
‘Dag, mam. Hoe gaat het?’
‘Prima, jongen.’
Ruben legt zijn hand op mijn schouder. ‘Voortaan wat voorzichtiger zijn, mam.’
‘Ik zal vanaf nu beter opletten.’
De verpleegkundige hangt de status terug aan mijn bed. ‘U bent de zoon van mevrouw?’
Ruben negeert de vraag. Zijn vingers boren zich in mijn hals. ‘Ik meen het, mam.’
Ik word duizelig als de bloedtoevoer naar mijn hersenen stokt.
‘Als dat alles is, zuster,’ kuch ik.
‘Goed, mevrouw. Denkt u na over mijn voorstel.’ Ze verlaat aarzelend de kamer.
Ruben verstevigt de druk van zijn vingers. ‘Wat voor voorstel is dat?’
‘Iets met een maatschappelijk werkster. Net als in het vorige ziekenhuis.’
‘Dat hebben wij niet nodig, mam. Dat weet je toch?’
‘Je hebt gelijk, jongen. We redden ons wel.’
Log in om te reageren
Sterk geschreven! In het begin krijg ik de indruk dat de hp zichzelf iets aangedaan heeft, maar de ontknoping lijkt nog akeliger. Een aantal details zet dit bij: de hand van Ruben op de schouder van zijn moeder en (letterlijk) de grip die hij op haar heeft. De woorden "We redden ons wel." op het ei...
Dank je, Edwin. Ik zou bijna blij zijn dat jij dit verhaal als "naar" typeert, want dat is het ook. Al geef ik eigenlijk de voorkeur aan de meer objectieve uitdrukking "wrang" (Ancenita). Want dit is natuurlijk een tot op de komma geconstrueerd verhaal om het thema / onderwerp impact te geven. Over...
Goed geschreven, graag gelezen!