
De gids praat te hard. Paulus kijkt naar het plafond, naar al die lijven, en denkt: over drieëndertig minuten kan niemand me meer iets maken. De Japanners fotograferen met hun telefoons zwart, flitslicht verboden. Stefaan staat bij de muur, nog geen twee meter van hem.
Toeval. Dit is stom toeval.
"De schepping van Adam," zegt de gids. "Let op hoe de vingers elkaar bijna raken. Bijna, maar net niet."
Stefaan komt dichterbij. Old Spice. Na tien jaar herkent Paulus het nog. Zijn gulp staat open.
"Je moet dat dichtdoen," zegt Paulus.
Stefaan kijkt naar beneden, ritst traag omhoog. Zijn vingers trillen. Oudemannenvingers.
"Weet je nog," zegt Stefaan zacht, "hoe je zei dat het routine was? Gewoon hier tekenen, Stef. Jij was altijd al beter met papieren."
Paulus zegt niets. Denkt: hij kan niets bewijzen. Kon toen ook niet. De pastoor geloofde mij omdat ik kalm bleef, omdat Stefaan zweette als een rund.
"Honderdveertigduizend," zegt Stefaan. "Zestien termijnen. De laatste drie jaar aan de kassa van Carrefour. 's Avonds. Mijn vrouw denkt dat ik een verhouding had. Beter dat dan de waarheid."
"Ik heb hier niet om gevraagd."
"Nee. Jij vraagt nooit. Jij regelt."
De groep loopt door naar het Laatste Oordeel. De gids wenkt. Stefaan en Paulus blijven staan onder de verdoemden.
Paulus denkt: hij is hiernaartoe gekomen om iets te doen. Om te huilen, om te schreeuwen, om eindelijk zijn handen om mijn keel te leggen. Maar Stefaan doet niets. Staat daar maar. Haalt zijn telefoon uit zijn zak, kijkt naar het scherm.
"23:41," zegt Stefaan. "België-tijd."
Hij zet een alarm. Paulus hoort het trillen, het zachte piepen. Ziet de cijfers: 23:50:00. Zijn keel is kurkdroog.
"Waarom?" vraagt Paulus.
"Omdat ik wilde dat je het moment voelde. Elke seconde. Zoals ik het elke nacht gevoeld heb." Stefaan stopt zijn telefoon weg. Haalt een envelop uit zijn binnenzak. Wit. Dik. "Alles opgeschreven. Data, bedragen, hoe je me die handtekeningen liet zetten. Voor mijn kinderen. Voor als ik dood ben."
Paulus voelt zijn hartslag in zijn slapen. Denkt: die envelop is niets. Kan niets. Juridisch ben ik over negen minuten schoon.
"En dan?" zegt Paulus. "Wat dan? Je kinderen lezen het en denken: arme papa?"
"Nee," zegt Stefaan. "Ze lezen het en denken: oom Paulus is een dief. En ze vertellen het door. En hun kinderen vertellen het door. Jij bent vrij straks. Wettelijk. Maar ik schrijf de geschiedenis."
Ergens gaat een telefoon. Stefaans telefoon. Het alarm. 23:50. Hij zet het uit. Kijkt Paulus aan.
"Nog tien minuten," zegt Stefaan. Hij draait zich om, loopt naar de uitgang.
Paulus blijft staan. De gids roept iets over de kleuren, de restauratie, de eeuwen. Boven hem de naakten en de heiligen. God die Adam leven inblaast.
Zijn handen zijn koud. Hij kijkt op zijn horloge. 23:51.
Boven hem God die Adam leven inblaast
Log in om te reageren
Bedankt mespunt, en die Bijbel, altijd een gek idee ;)
Hoi Tony Coppo, (ik ben niet gek geworden, ik test mijn commentaar uit :)) Je verhaal "Sixtijn" voldoet grotendeels aan de opdracht. Het speelt zich af binnen een kort tijdsbestek en hint subtiel naar een gebeurtenis die tien jaar geleden plaatsvond, hoewel de spanning tussen juridische en morele...
Voor mij een wat te cryptisch verhaal. Het wordt mij niet duidelijk wat de transactie om draait. De sfeer daarentegen, is heel mooi neergezet. 'Oudemannenvingers'. Mooi. Één woord dat zoveel beeld oproept.