
De straat oogt nog bijna hetzelfde: aan de linkerkant een rij eiken, rechts de huizen met daarachter de vaart.
Ik blijf staan bij het huis van mijn grootouders en gluur naar binnen. Niets lijkt meer op vroeger. Door de ramen zie ik dat het plaatsje achter het huis is veranderd in een klein tuintje. Ooit schoten daar ratten over de stenen. Schaduwen die me als kind achtervolgden met hun spitse snuit en lange kale staarten.
Bang was ik ook voor mijn overbuurjongen Harry. Mager, een wit gezicht en altijd dat scheve lachje dat nooit helemaal verdween. “Hé, daar heb je Brilsmurf,’ riep hij over de straat. Hij wachtte tot de anderen lachten. Daarna keek hij triomfantelijk rond.
De snackbar naast de brug staat er nog. Waar vroeger een brede stoep was, is nu een parkeerplaats.
Het huis van mijn ouders is verdwenen. Het is samengevoegd met het huis ernaast tot één grote, vrijstaande woning.
Mijn benen voelen als lood als ik tegenover het huis van Harry sta. De ramen lijken kleiner dan vroeger.
Ik voel me duizelig en leun tegen een lantaarnpaal.
‘Gaat het wel goed met u?’
Ik kijk op. Naast me staat een man. Zijn gezicht komt me vaag bekend voor.
‘Het gaat wel weer.’
Hij neemt me indringend op. ‘Komt u hier uit de buurt. U heeft zo’n bekend gezicht.’
‘Ik heb hier tot mijn hier zestiende gewoond.’ Ik wijs naar de plek van het huis van mijn ouders.
Zijn ogen lichten op. ‘Dan moet jij Eline zijn. Je droeg vroeger toch een bril?’
Mijn benen trillen.
‘Je herkent me misschien niet meer, maar ik ben Sjoerd. De broer van Harry.’
Ik kijk hem aan en herken hem aan zijn smalle gezicht. Net als zijn broer.
Alles komt in golven: Harry ziek, gefluister van mijn ouders in de keuken, hersenvliesontsteking, zijn plotselinge dood. Witte ballonnen, de begraafplaats. Nacht na nacht, stemmen die schreeuwen: “Jouw schuld. Jouw schuld.” Mijn eigen woorden: “Ik wou dat hij dood was. Dan had ik geen last meer.” De rouwkaart: “Op Zijn tijd heeft de Here tot zich geroepen onze lieve zoon en broer.” Mijn ogen bleven droog. Ik voelde alleen opluchting.
‘Ik was op weg naar zijn graf,’ zegt Sjoerd.
‘Ik ga met je mee.’
We staan voor het kerkhof. Sjoerd duwt het zware hek open. ‘Hij ligt daar onder de beukenboom in de hoek.’
De steen is verweerd, toch zijn de letters nog zichtbaar:
“Voor altijd onze Harry
12 jaar”
Voor het eerst na al die jaren stromen de tranen langs mijn wangen. Alsof ik niet meer kan stoppen met huilen.
Sjoerd slaat een arm om me heen.
‘We waren kinderen. Geen idee hadden we. Sorry, Brilsmurf …ook namens Harry.‘
Ik kijk naar de steen, naar de letters die langzaam verdwijnen in het mos.
Harry blijft twaalf.
Achter het hek schiet iets door het gras.
Log in om te reageren
Goede wendingen. Van de pesterijen naar die Harry die ze doodwensen stuurde. Dat geeft vervolgens een vreemd gevoel op die begraafplaats. *** Het 'ik loop verder' had wel weg gemogen.
Mooi dat contrast tussen de eerste en tweede zin. Misschien nog iets meer het huis van Harry beschrijven. Het detail van de witte ballonnen zegt zoveel. Mooi!
Ontroerend mooi, Nel. De titel is de kroon op je verhaal.
Hoi Nel, Sterk hoe je het verleden oproept met concrete, zintuiglijke details. Vooral het begin en het slotbeeld blijven hangen. De terugkeer en de ontmoeting dragen het verhaal goed. Uiteraard enkele suggesties (van de schoolmeester😀): ‘Ik was op weg naar zijn graf,’ zegt Sjoerd. (Geloofwaardi...
@JanSvhuuring, dank voor je feedback Je eerste suggestie neem ik over. Inderdaad logischer. Ik kijk nog even naar de tweede. De aanhalingstekens voeg ik toe. Over je laatste suggestie denk ik nog even na. Eindigeh mdt “iIets schiet door het gras” vind ik vooralsnog te kaal.
Zo is het ook allemaal bedoeld, hè Nel: suggesties. Ik vind het lastig om te reageren, omdat het laatste dat ik wil, is overkomen als een drammer. Ik kijk ook nauwgezet hoe er gereageerd wordt op mijn suggesties. Als ik het idee heb dat ik tegen de wind in roep, onthoud ik me na verloop van tijd. B...
Nee Nel 😂 Ook dat is uitleg.
Jan, na een nachtje slapen ben ik om. 🙂 Ik heb de laatste zin verwijderd. Inderdaad overbodige uitleg. Eerder in het verhaal gebruik ik het werkwoord “schieten” voor de ratten. Dit komt terug aan het eind. Die aanwijzing is ruim voldoende voor de lezer. Nogmaals dank voor je feedback.
Hoi Nel, Goed gezien: het schieten is eerder al gekoppeld aan de ratten. Blij dat dat je over de streep heeft getrokken.
Dag Nel. Eerst even enkele zeurtjes: In de zin: 'Daarna keek triomfantelijk rond' ontbreekt een 'hij'. Daarnaast duikt plots een Eric op in het verhaal, ik vermoed dat het Sjoerd moet zijn? Zoals Frans al schreef heb je een knappe duistere sfeer gecreëerd, veel is veranderd maar de ratten zijn nog ...
Wat verdrietig. En herkenbaar hoe kinderen schuld op zich kunnen nemen en het hun hele leven mee blijven dragen. Ik vond het "sorry, brilsmurf" iets te veel. Niet passend bij het verdriet. Maar misschien is dat nu eenmaal het karakter van Sjoerd. Nog steeds een beetje onbehouwen, ook na zoveel jar...
Dankjewel, Ancenita. Ook voor de kritische noot. Ik heb even getwijfeld of ik dat laatste zou schrijven. Toch koos ik ervoor het wel te doen. Het scheldwoord krijgt iets intiems in deze setting.