
‘Heb je het al gehoord, Jor?’ roept Stefan als hij door de keukendeur naar binnen stormt. 'Die lul van een recensent komt vanavond!’
‘Rot op!’ roept Joris luid en gooit zijn net gepelde ui in de bak naast hem. ‘Niet weer die eikel van Fine and Dine! Ik zweer het, als hij ook maar een stap hierbinnen zet, sla ik hem op z’n bek!’
‘Dat dacht ik niet, Joris,’ zegt Ronald scherp en legt zijn theedoek neer. ‘We ontvangen hem gewoon als een normale gast en als klant.’
‘Dat meen je toch niet hé?’ Met kracht trekt Joris aan de rok van de laatste ui. De laatste uit een bak van duizend uien. De schil geeft in een keer mee.
‘Hij heeft de vorige keer bijna je hele tent om zeep geholpen met zijn negatieve commentaar! Een pak rammel heeft hij op zijn minst toch verdiend!’
Ronald kijkt Joris met opgetrokken wenkbrauwen aan en pakt zuchtend zijn theedoek weer op. ‘Ach, zo erg was het nou toch ook weer niet? Rembrandts heeft recht op een mening hoor, sterker nog, het hebben van een mening is zijn baan.' Hij draait het wijnglas rond in zijn hand, de theedoek glijdt mee over de fragiele rand. 'Zorg jij er nou maar voor dat je je allerbeste risotto ooit maakt, dan maken we misschien nog kans.’
Joris wendt zijn blik af en perst zijn lippen stijf op elkaar. Onbegrijpelijk hoe Ronald hier zo laconiek over kan doen. Straks verliest hij nog zijn baan. Met krachtige halen snijdt hij de ui in grove ringen. Zit hij straks thuis met die jankbaby. Permanente papa-dagen. Een koude rilling loopt over zijn rug.
Hij veegt de uien in de roestvrijstalen bakken achter het werkblad. Pakt dan de volgende lading uit de koelcel. Nog meer bakken, vol paddenstoelen dit keer. De dinerpreparatie voelt zwaarder dan ooit. Back-to-back-reserveringen. Nooit voor tweeën thuis. En nu ook nog Rembrandts. Met een luide klap laat hij de drie opgestapelde bakken op het aanrecht vallen. Van schrik laat Stefan zijn koksmes op het werkblad vallen. Het gekletter van staal op staal echoot luid door de verder nog stille keuken.
‘Jezus, wil je dat effe niet doen?’ roept Stefan uit. ‘Bijna een vinger eraf, maat!’
Joris grinnikt. Overdrijven is ook een vak.
‘Ben je klaar voor vanavond? We hebben volle boeking.’
‘Nee,’ zucht Stefan en pakt zijn mes op. ‘Ik weet niet hoe ik vanavond moet zien te overleven.’
'Komt goed, maat. Weet je toch,' zegt Joris en hij kijkt Stefan betekenisvol aan.
‘Sos voor service?’
Het plastic zakje in zijn jaszak. Zijn trouwe weekendvriend stelt nooit teleur. Week in, week uit.
Stefan droogt zijn mes af en knikt kort.
‘Sowieso.’
Joris grijnst naar hem. Vanavond mag het. Nog niet nu. Nu moet hij paddenstoelen snijden. Kilo’s en kilo’s paddenstoelen. Oesterzwammen en cantharellen. Joris opent de eerste bak en stort hem leeg op het roestvrijstalen aanrecht. Het mes glijdt zachtjes over het staal als hij het oppakt. Zijn blik glijdt naar de gang met de kluisjes.
Er zit nog iets in zijn jaszak. Gisteren gevonden in het park. In een opwelling meegenomen.
Groene knolamaniet.
Joris snijdt de eerste paddenstoel doormidden.
Vanavond komt de recensent.
Log in om te reageren
Leuk verhaal! Het duurde even voordat ik het plot begreep (dankjewel comments) maar dat ligt aan mij :) Ik hou wel van een duister randje. Goed geschreven!
Dankje Persephone!
Dankje Sonja! Is Sonja digitaal, mens of AI? In ieder geval: volledig fictie. Ik ken wel doorgesnoven koks, maar dat is voor een ander verhaal.
De sfeer en onderhuidse spanning staan er vanaf zin één. Je bouwt de dreiging rond de komst van de recensent en Joris' woede heel natuurlijk op. De details verhogen de geloofwaardigheid. De laatste onthulling is een sterke climax. Knap hoe je met een paar regels het bezoek van de recensent en de ...
Dank je wel Jan!
De sfeer wordt heel fijn geschetst en is beeldrijk. (voor een keuken mis ik wel wat geur, en die uien zouden zijn ogen mogen prikken) *** Een beetje storend is wel dat er drie personen zijn: Joris, Ronald, Stefan. Ze zijn niet echt goed te onderscheiden. Op het volgende moment: > Met een luide kl...