
Ik had het moeten weigeren, maar ik kon het niet. De drang was groter dan de weerstand en dus lig ik nu onderuitgezakt op de bordeauxrode Chesterfield. Die zit vol gaten, maar het is er zo donker dat het nauwelijks opvalt. Ze heeft net een enkele kaars aangestoken en ging toen weer weg. Ik ken haar niet, maar ze is vreemd. Grijs gewaad, gouden riem, tulband. En een angstaanjagende lach, een geluidloze, met zwarte tanden. Ze zei niet veel toen ze me binnenliet, maar de haren in mijn nek gingen recht overeind staan en eigenlijk had ik toen al kunnen vermoeden dat het mis zou zijn. Te weinig, te versneden. Toch ga ik voor de bijl. Ondanks de prijs. En ondanks deze kamer die om de een of andere duistere reden volgeplakt is met spiegels. Ik heb energie nodig, veel energie. Anders red ik de hele nacht in de studio niet.
De harde muziek van de club boven mij dreunt door de zware houten balken naar beneden en ik tik onbewust met mijn voet mee in de maat. Ik hoop vurig dat die ranzige spiegels aan het plafond blijven hangen. Het duurt lang voordat ze terugkomt. Te lang. Ik sta op en gluur door een kier van de deur de lange gang in. Smal, hoog en met enkele deuren. Er klinken stemmen, ergens ver weg. Ik kan niet verstaan wat ze zeggen.
‘Wil meneer misschien ook iets drinken?’ hoor ik ineens achter mij.
Verschrikt draai ik mij om, mijn hart bonzend tegen mijn borstkas, mijn ademhaling zwaar.
‘Rode wijn,’ fluister ik buiten adem.
‘Hm, dat hebben we al een hele tijd niet meer,’ zegt ze bedenkelijk en zet de tulband rechter op haar hoofd. ‘Wat dacht u van roze champagne? Roze champagne op ijs?’
Ik knik. Waarom ook niet? Roze champagne op ijs.
Ha, Eagles, heel herkenbaar. Goed gedaan! Ik krijg de tekst en muziek nog steeds niet uit mijn hoofd sinds die opdracht 😊