De deur van kamer zeven ging niet meer dicht sinds meneer Willems was gestorven. Geen technisch probleem—de scharnieren werkten, het slot klikte—maar telkens wanneer Fatima de nachtshift deed, stond hij 's ochtends op een kier.
Ze had het gemeld aan het hoofd van de afdeling. Die had gekeken alsof ze koorts had en gezegd dat oude gebouwen nu eenmaal tocht hadden.
Vanavond bleef Fatima kijken. Ze zette zich in de stoel tegenover kamer zeven, haar thermos koffie op schoot, en wachtte. Om halftwee hoorde ze het: een zacht kraken, bijna een zucht, en de deur gleed centimeter voor centimeter open.
Er was niemand.
Ze stond op, liep erheen, legde haar hand op het koude hout. De kamer rook nog vaag naar de aftershave van meneer Willems, hoewel dat onmogelijk was. Alles was ontsmet, de matras vervangen, de gordijnen gewassen.
'Je mag weg,' zei ze zacht. 'Er komt morgen iemand anders.'
De deur bewoog niet.
Fatima sloot hem, ging terug naar haar stoel. Om vier uur, toen ze even was ingedommeld, stond hij weer open. Breder nu, alsof de kamer naar haar keek.
Ze begreep het toen pas. Meneer Willems had vierentwintig dagen alleen gelegen voor ze hem vonden. Niemand die langskwam, niemand die belde.
De deur wilde niet dicht omdat hij te lang dicht was geweest.
Fatima liet hem openstaan.
Log in om te reageren
Ik heb genoten van dit verhaal. Het einde had precies de juiste twist, dat kijken alsof ze koorts had. Haar zachte praten. De vage geur van aftershave.
"het hoofd van de afdeling. Die had gekeken alsof ze " dit vond ik geweldig!"
crazy huh
Yes
test
cool verhaal
Goed hoor!