Het bord gaf aan dat het nog 1500 meter was tot de afslag naar het wegrestaurant.
'Kunnen we even stoppen?'
'Honger?' vroeg ik. Ik kende het antwoord al.
'Nee. Even schijten.' Hij haalde zijn schouders op.
Ik die van mij ook. 'A man 's gotta do, what a man 's gotta do.' Ik gaf richting aan en raasde de afslag op.
'Neem je tijd, Rico,' zei ik, nadat ik de Mercedes tot stilstand had gebracht in de schaduw van een Scania met oplegger. 'En was je handen.'
Hij wees met zijn rechterwijsvinger naar me. 'Altijd. Discipline en hygiëne.'
Tegen de achtergrond van de verlichte Burger King tekende zijn silhouet zich af. Niet fors, maar de verhouding tussen de breedte van zijn schouders en zijn slanke middel zei genoeg: pas op.
Ik nam nog een haal van mijn sigaret en mikte hem daarna naar een donkere plas die oplichtte onder het neonlicht. Er klonk een kort gesis. Het roodgloeiende puntje doofde.
'Precies in het midden, Angus.'
Ik keek naar het zwarte asfalt, hier en daar een kauwgomvlek, hief mijn hoofd weer op. Mijn rug leunde tegen het rechterportier.
'Nu wil ik het toch weten. Waarom moet jij steeds?'
Hij bleef staan. Keek omhoog naar de sterren. Zijn woorden leken meer tegen hen gericht dan tegen mij. 'Ik moet niet. Ik wil.'
'Waarom?'
Hij draaide zijn rug naar me toe. Keek weer omhoog. 'Eerlijk?'
'Vertel. Ik ben gewoon nieuwsgierig.'
'OK. Het kan altijd misgaan, Angus. Dadelijk ook. Dat een van ons twee geraakt wordt.'
'Zenuwen?'
'Nee!' Hij draaide zich weer om. Soepel. Snel. Vloeiend.
'Nooit. Maar mijn moeder.' Hij liet zijn hoofd even zakken.
'Je moeder?'
'Ik moest iedere dag een schone onderbroek aan.' Hij keek in het niets. Zacht.
'Dus, je hebt vandaag een schone onderbroek aangetrokken? Boxershort?' vroeg ik.
'Boxershort.'
'Gewassen met wasverzachter?'
'Val dood, man.' Hij draaide zich weer om en schopte tegen een prullenbak die duidelijk niet bestand was tegen zijn kracht. Blikjes stuiterden protesterend in chaos alle richtingen uit.
Een passerend stel verstijfde even en versnelde de pas.
'Niets aan de hand,' riep ik ze na.
Ze liepen verder, hielden elkaar iets steviger vast. De man frommelde even aan zijn baseball cap. De vrouw wreef over de blonde lokken in haar nek.
'Je moeder?'
'Mijn moeder. Ik moest iedere dag een schone onderbroek aan. Voor als ik aangereden zou worden en in het ziekenhuis terecht zou komen. Of nog erger. Ken je dat niet?'
'Nee.' Die van mij was met andere dingen bezig. Ik was al blij met twee schone onderbroeken per week. Op dinsdag en vrijdag. Maar dan nog. Je hebt een schone onderbroek aan. Dan zou ik net niet naar de plee gaan. Schoonhouden, zou ik zeggen. Vooral geen scheten laten.'
Ik hoefde niet mijn best te doen om hem te laten zien dat ik er niets van begreep.
'Angus. Als je darmen vol zijn, je blaas gevuld. Als je dan écht geraakt wordt, ontspannen al je spieren. Dan laat je alles lopen. Alles.'
Ik zweeg. Kon geen antwoord bedenken.
Hij proefde de stilte. 'Dat wil ik niet. Dat als het ooit misgaat, dat ze me vinden met de broek vol.'
Een Volvo trok op en reed voorbij. Donkergroen. Onopvallend. Veilig. De burgerlijkheid op vier wielen. De baseball cap lag op de hoedenplank. Blonde haren omlijstten een hoofdsteun.
'Waarom zou het misgaan?'
'Ik ben nooit aangereden. Misschien daarom niet?'
Ik stak een sigaret op, inhaleerde en blies uit. 'Bijgeloof.'
'Wat jij wil. Ik noem het routine.'
'En?' vroeg hij toen ik terugkwam.
Nu leunde hij achterover.
'Stap in. We hebben tijd verloren.'
'Gewoon even extra gas.' Hij keek tevreden voor zich uit.
'We gaan in het vervolg samen schijten,' zei ik.
Hij glimlachte.
Ik leunde achterover en keek voor me uit.