De werkelijkheid is enkel een kapstok om je dromen aan op te hangen. Dat mantra hield hij in gedachte vast, terwijl hij naar zijn beeldscherm staarde. Hij schoof ongemakkelijk op zijn stoel, en legde zijn hoofd tussen zijn handen. Hij loensde in de verte, zodat de cijfers wazig werden. Misschien dat ze dan zouden verdwijnen.
Al jaren was hij op zoek naar de oplossing van zijn formule, maar dat het hiertoe leidde had hij niet durven te bedenken. Misschien dat het daardoor juist zoveel langer duurde. Alsof hij om de oplossing bleef ronddraaien.
Maandenlang data verzamelen was eindelijk gedistilleerd en geconcentreerd tot één enkele simpele formule. En blijkbaar miste zijn theorie bij aanvang slechts één enkel element. Een materie waarvan hij het bestaan lang poogde te ontkennen.
Het kwaad, het stof van de duivel. Bestaat het dan toch echt? En waarom moet het dan ook nog eens toenemen, als een entropie? Hij laat zijn hoofd door zijn handen zakken. Zodat zijn neus het plastic van het keyboard ruikt. Zijn handen trekken aan zijn haren. Hoe kan dit nou?
Zonder kwaad, werkt zijn formule niet. Maar waarom? Hoezo moet dat er zijn. Het is een vraag waarvan hij zelf eigenlijk ook wel weet, dat het geen antwoord heeft. Oorlog, ziekte, pijn, verlies en drama, ze zijn. De natuurwetten zijn een gegeven. Ze beschrijven wat de werkelijkheid nu eenmaal is. Maar wat is dan de werkelijkheid?
De werkelijkheid is misschien gewoon niet echt. Hij herhaalde zijn mantrum weer: De werkelijkheid is enkel een kapstok om je dromen aan op te hangen.
Het is niet echt, het is niet echt. Zoveel als hij het ook herhaalt, het gaat niet weg.
Ik merk nu op dat ik verleden tijd en tegenwoordige tijd door elkaar heb gebruikt. Ik weet alleen niet hoe ik het ga veranderen. Ik vindt de gemengde variant 'mooier klinken'. Misschien moet ik het wel zo laten? Dan is het net een beetje niet echt.