Oom Julius in de kist is bij wijze van spreken nog niet eens stijf, als de eerste van mijn vijf neven en nichten in nota bene een gehuurd bestelbusje voorrijdt. De anderen volgen kort daarop. Op het moment dat Arthur als laatste de woning betreedt, zoals altijd riekend naar drank en pepermuntjes, heeft Julia-uit-het-tweede-huwelijk al een dressoir naar buiten weten te slepen. Kennelijk heeft ze niet nagedacht over hoe ze de buit haar bestelbusje in moet krijgen, want ze blijft er besluiteloos bij dralen. Julia-uit-het-eerste-huwelijk staat ondertussen in een slaapkamer luid te bekvechten met haar halfbroer Thomas. Ze maken elkaar in verschillende bewoordingen uit voor aasgier. Ik kan het met geen van beiden oneens zijn, maar Julia is duidelijk eloquenter.
En dan is er nog Robbert, ook uit het tweede huwelijk van Julius, van wie we allemaal vermoeden dat hij een heel andere vader heeft. Robbert doorzoekt systematisch de laden van de apothekerskast in de hal. Hij weet duidelijk dat er hier meer te halen valt dan antiek meubilair. Toch is het Julia-een, die op de spoelbak van het toilet boven het sleuteltje vindt, waarvoor ik naar de woning ben teruggekeerd. "Weet iemand waarvoor deze is," galmt ze, terwijl ze er de statige trap mee afdaalt. Ik weet het, maar zeg niks. Robbert kijkt verschrikt.
Het was puur toeval dat ik bij die ouwe vrek op de koffie was toen hij zijn hartaanval kreeg. Natuurlijk heb ik onmiddellijk de hulpdiensten gebeld. Tussen dat telefoontje en hun aankomst had ik voldoende tijd om zijn kopje af te wassen en opnieuw in te schenken, voordat ik het kistje ging halen, waarvan ik al jaren wist dat het onder de houten vloer in de bijkeuken lag. Ik zette het in mijn kofferbak en ging terug naar Julius, om zijn hand vast te kunnen houden terwijl hij stierf. Dat is nog geen 16 uur geleden.
En nu al is zijn kroost gretig op zoek naar een slotje, waarachter zich de schat moet bevinden waarvan tot voor kort alleen Robbert het bestaan vermoedde. Veel mogelijkheden zijn er niet. De klep van de piano is gewoon open, net als de laden van het bureau in de werkkamer. Ik kijk toe hoe Julia-een en Thomas elkaar weer in de haren vliegen, omdat Thomas het sleuteltje wil proberen op een muziekdoosje dat hij zich heeft toegeëigend en Julia het niet af wil geven. Julia-twee is verstandiger; zij vertrekt, mèt haar dressoir. Ook Robbert vertrekt, verslagen. Arthur heeft de Macallan van Julius gevonden. En ik wacht tot niemand meer belangstelling heeft voor het sleuteltje.
Veel later, in mijn eigen appartement, haal ik het tevoorschijn. Het kistje staat op mijn aanrechtblad. Ik breng het sleuteltje naar het slot en duw. Ik duw weer, krachtiger, tegen beter weten in. Niks. Het past niet! Gefrustreerd smijt ik het kistje tegen de muur. Het valt geopend op de vloer. Leeg. Godverdomme.
En dan denk ik aan Julia, vroege, verstandige Julia-uit-het-tweede-huwelijk en haar dressoir. Ik moet binnenkort maar eens bij haar op de koffie.
Log in om te reageren
Leuke kakafonie. De positie van de hoofdpersoon vindt ik wel wat onduidelijk, op een storende manier. Hij komt zelf niet veel tot leven. Hij was toevallig bij zijn oom op bezoek. Is dat 'toevallig' ironisch? Waarom zou hij anders zo nonchalant een kopje gaan afwassen en met koffie vullen voordat ...
Dit stuk loopt niet zo lekker tussen mijn oren: “De andere vier volgen kort daarop. Op het moment dat Arthur als laatste de woning betreedt ... ” 'De andere vier' verwijst met iets meer nadruk op een voorgaande benoemde groep. Het is niet zo duidelijk op dat moment wie of wat het zijn. Dat zijn bl...
Goeie suggestie ten aanzien van de introductie! Ik pas het aan. Verder is het juist de bedoeling dat de ik-figuur observeert zonder zelf tevoorschijn te komen. Zo kom je nog eens iets te weten, bijvoorbeeld dat er ergens een kistje verborgen is. Bovendien is de ik-figuur geen kind van Julius, dus ei...
De openingszin is wat lang. Ik zou er wat woorden in schrappen: in nota bene bijvoorbeeld of bij wijze van spreken. Mooi dat rieken naar drank en pepermuntjes en het Julia uit het tweede huwelijk. Ik zou ze niet beiden Julia noemen. Ook een mooie komische noot: En dan is er nog Robbert, ook uit h...
Bijzonder; je benoemt net de dingen waar ik zelf even aan getwijfeld heb, namelijk " bij wijze van spreken" en "nota bene" in de openingszin en beide Julia's. Maar de openingszin zet de toon voor de ik-figuur en twee Julia's zegt iets over Julius. Het zijn weloverwogen keuzes en ik laat het zo. Dank...
Dag Raneguel, Leuke binnenkomer. Er zit een lekker tempo in het verhaal een een consistente (cynische) toon. 'Tussen dat telefoontje en hun aankomst had ik voldoende tijd om zijn kopje af te wassen en opnieuw in te schenken,' Dat impliceert dat hij niet toevallig aanwezig was en meer een roofvoge...
Dank voor je reactie! Ja, ik snap dat twee Julia's voor verwarring kan zorgen, maar ik vond het ook een leuke manier om iets over de overledene te vertellen zonder het expliciet te zeggen. Daarom heb ik er desondanks voor gekozen om ze op te laten draven. Fijn dat je het toch een leuk verhaal vond!
[Reactie verwijderd op 8 juni 2026 om 10:40]