
Een paar dagen eerder
“Hey Daan, Freek belde net,” begint Alex als hij de woonkamer van Daniëlle, zijn buurvrouw, binnenloopt. “Of wij een vriend van hem een dagje kunnen helpen met zijn tuin. Geen zwaar werk, alleen wat TLC. En nadien een keu.” Daniëlle zucht. Een half jaar geleden heeft ze zichzelf belooft om nooit meer iets met een tuin te doen. Nooit meer wil ze grasmaaien, snoeien of ander onderhoud doen. Maar Freek had haar geholpen toen zij een half jaar geleden hulp nodig had toen ze bij haar ex wegging. En één dagje licht werk zou toch geen kwaad kunnen, toch? “Wie gaan er nog meer?”
“Nou, Freek, Marcel, ik en jij".
“En wanneer moet dit gebeuren?”
Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Alex als hij zegt: “Komende zaterdag.”
Zaterdag
De halve nacht heeft Daniëlle zich af liggen vragen waarom ze in hemelsnaam ja heeft gezegd. Dit gaat zo in tegen haar eigen belofte. Als haar wekker gaat, stapt ze met tegenzin en een slecht humeur uit bed. ‘Ik hoop maar dat deze dag heel snel voorbij is,’ mompelt ze.
Twintig minuten later stapt ze achter in de auto bij Alex en Marcel. Marcel draait zich om en zegt: “Freek belde net. Hij kan niet mee omdat hij een noodgeval ergens anders moet oplossen. Hij heeft wel net het adres gemaild.” Opgewekt gaat hij verder: “Dus… it’s just the three of us.” Ze schud haar hoofd en heeft spijt als haren op haar hoofd. Dit gaat een lange dag worden.
Een half uur later zijn bij het huis van de vriend van Freek aangekomen. Wanneer ze uitstappen zien ze een enorm ijzeren hek in een hoge baksteken omheining. Van het huis is alleen het topje te zien. Als ze richting het hek lopen, gaat het open en zien ze een man staan. Hij zwaait. Dit is vast de vriend van Freek. “Hallo, welkom, ik ben Bertram,” zegt de man enthousiast. “Hartelijk dank, dat jullie mij vandaag komen helpen.” Daniëlle bekijkt hem van top tot teen. Bertram laat zich het beste omschrijven als een karikatuur van broeder Tuck uit Robin Hood, maar dan met een grauwe pij tot net over zijn knieën. Bijna alles aan deze man is bol, zijn lichaam, zijn buik, zijn hoofd en zelfs zijn neus.
Als ze voor Bertram staan, omhelst hij Marcel als welkom. Voordat hij dit bij Alex kan doen, zet deze een stap achteruit en steekt zijn hand uit. Daniëlle is achter Alex gaan staan, ze wil absoluut geen omhelzing maar ook geen hand. Als Bertram naar haar kijkt, steekt ze haar hand op en zegt: “Hallo, ik ben Daniëlle.” Een gevoel van gevaar overvalt haar, zijn ogen stralen geen warmte uit. Bertram zwaait terug en zegt uitgelaten: “ Kom verder, kom verder.” Zodra ze door het enorme ijzeren hek lopen, heeft Daniëlle het gevoel dat ze een andere wereld betreed. Links van haar ziet ze een prachtige cottage en voor haar is een indrukwekkende bloementuin te zien omheind met een minutieus geknipte coniferen haag. Het ziet er spectaculair uit maar toch heeft ze een unheimisch gevoel. Haar instinct zegt dat er iets niet klopt.
“Nou,” zegt Marcel, “wat wil je dat we gaan doen.”
“Kom maar mee,” zegt Bertram monter. Hij loopt de drie voor naar de zijkant van het huis. In de haag zit een poort. Voor de poort blijft Bertram staan en gebaart dat de drie erdoor heen moeten lopen. Aan de andere kant van de haag is een onbewerkt stuk land waar al vier mensen aan het werk zijn. De vier mensen, drie mannen en één vrouw, dragen een zelfde grauwe pij als Bertram. Alle vier hebben dezelfde korte kapsels en zien er erg mager en bleek uit alsof ze nog nooit buiten zijn geweest.
“Dit ziet er niet uit als licht werk,” zegt Alex verontwaardigd als hij het onbewerkte veld ziet. Bertram begint ongemakkelijk van de ene voet op de andere te wiebelen. “Het is wel degelijk licht werk,” hakkelt hij, “met de trekker moeten er geulen gemaakt worden door één van jullie. Dan kunnen in de geulen de bloembollen gelegd worden door de dames. De geulen worden daarna door de jongens weer dichtgemaakt,” zegt hij als hij naar de 3 mannen op het veld wijst. “En de derde persoon brengt de bloembollen die daar tegen de muur zijn verzameld naar de dames. Niet echt zwaar werk.” Daniëlle kijkt naar Alex en Marcel, haalt haar schouders op en loopt naar de vrouw die naast een geul staat. Van dichtbij ziet ze er nog magerder en bleker uit. “Hoi, ik ben Daniëlle,” stelt ze zich voor aan de vrouw. De vrouw kijkt haar aan, kijkt dan naar Bertram, maar zegt niets. “Oké, dan niet,” mompelt Daniëlle als ze haar koptelefoon opzet en de bloembollen in de geul begint te zetten.
“Zeg, waar kan ik ergens een schepje vinden,” vraagt ze na een paar minuten aan de vrouw. De vrouw wijst naar een vervallen schuurtje wat tegen de stenen omheining aan leunt. In het schuurtje staan allerlei verroeste tuingereedschappen. Uit een half vergaan krat pakt ze een verroest schepje. Als ze terug loopt ziet ze Bertram nog steeds in de opening van de heg staan. Hij volgt haar met zijn ogen maar glimlacht niet meer. Een koude rilling loopt over Daniëlles rug. Hij helpt niet mee, hij kijkt alleen maar. Als ze weer terug is op haar plek, ziet ze dat het schepje er opeens fonkelnieuw uitziet.
Na een hele dag bollen geplant te hebben, doet haar hele lichaam pijn. Als ze op haar telefoon kijkt, ziet ze dat het al 6 uur is. In een barbecue heeft ze absoluut geen zin meer, ze wil naar huis. Het was een rare dag. Gezellig was het niet geweest. De vrouw had haar mond niet open gedaan en Bertram had de hele dag als een bewaker in de poort van de heg staan kijken. Als Marcel, Alex en Daniëlle weer bij de haag komen om weg te gaan, staat Bertram hen al op te wachten. “Kom, kom,” zegt hij opgewekt,” fris je binnen wat op, dan gaan we daarna barbecueën.” Daniëlle kijkt hem vermoeid aan. “Dat is heel vriendelijk van je, maar ik ga liever direct naar huis. Ik ben kapot.”
Bertram kijkt teleurgesteld en in zijn ogen flikkert iets kouders. Met een geforceerde glimlach zegt hij: “Dat is jammer, maar misschien wil je je wel wat opfrissen voordat je naar huis gaat.” Marcel zegt meteen dat dat wel fijn zou zijn. En weer voelt Daniëlle zich erg ongemakkelijk. Het huis straalt gevaar uit en ze wil liever niet naar binnen. Maar Alex en Marcel zijn al naar binnen gelopen. Met een diepe zucht loopt ze achter hen aan naar binnen.
Alex en Daniëlle gaan als eerste de grote badkamer binnen. Als Alex vraagt hoe het met haar gaat, haalt ze haar schouders op. Aangezien hij de hele dag niet naar haar heeft omgekeken, wil ze hem het liefst geen antwoord geven. Maar ze verteld hem van het schepje en het feit dat Bertram de hele dag heeft staan kijken zonder iets te doen. Ook verteld ze Alex over de koude rillingen en dat ze voelt dat er iets niet klopt. Alex kijkt haar aan en zegt vervolgens: “ Ik heb dit gevoel ook. Ik vertrouw hem ook niet.”
Als ze de badkamer verlaten, is het buiten donker geworden. “Het lijkt erop dat het gaat stormen,” zegt Bertram die voor het keukenraam naar buiten staat te kijken. Daniëlle voelt een paniekaanval opkomen, ze voelt zich gevangen. Alex staat met Marcel te praten als nog geen minuut later het buiten begint te regenen en te onweren. “We kunnen maar beter even wachten,” zegt Marcel bezorgt. Met een grote glimlach op zijn gezicht draait Bertram zich om.
“Nou, dan zal ik maar wat te eten klaar maken, terwijl jullie wachten.” Meteen gaat hij met potten en pannen aan de slag. Daniëlle kijkt naar hem. Er is iets onnatuurlijks aan die man. “Waar zijn die vier andere mensen eigenlijk gebleven?” vraagt Marcel ineens om zich heen kijkend. “Ooh,” zegt Bertram koud, “die zijn naar huis.” Bertram maakt een simpele maaltijd klaar, soep en brood. Verbaasd kijkt Daniëlle hoe Alex en Marcel er smakelijk van eten, zelf vindt ze het niet te eten want er zit een vreemde smaak aan.
Na het eten is het weer er nog niet beter op geworden. Daniëlle is plotseling zo moe dat ze haar ogen niet meer open kan houden. “Waarom ga jullie niet even liggen, terwijl jullie wachten,” zegt Bertram glimlachend. Hij glimlacht naar zijn maar de glimlach bereikt zijn ogen niet. Die zijn koud en gevoelloos. Alex knikt. “Ja, laten we dat maar doen.” Alex en Marcel besluiten op de bank te gaan liggen en Daniëlle krijgt de logeerkamer. In de logeerkamer staat alleen een oud stalen bed en een scheve kast die zichzelf amper overeind kan houden. Ze doet haar schoenen en broek uit en kruipt in bed. Ze is zo moe dat ze direct in slaap valt.
Als ze wakker wordt voelt ze een arm over haar heen. Voordat ze in paniek raakt, hoort ze de stem van Alex in haar oor. Gerustgesteld ontspant ze zich en kruipt nog wat dichter tegen hem aan. Op zijn horloge ziet ze dat het 11 uur is. Buiten onweert en regent het nog steeds. Maar het klinkt onnatuurlijk. Als ze aandachtig luistert klinkt het onweer metaalachtig. “Hoor je dat ook,” fluistert ze. Alex gromt ter bevestiging. “Het lijkt wel alsof er op pannen geslagen wordt,” zegt hij na een poosje geluisterd te hebben.
Plotseling gaat de deur open. In de deuropening staat Marcel. “Kleed jullie aan, vlug, we gaan nu naar huis.” Na zichzelf snel aangekleed te hebben, volgen ze Marcel naar een opbergruimte achter in het huis. Hij opent het raam en gebaart hen om stil naar buiten te klimmen. Buiten gekomen is het droog, er zijn geen sporen dat het ooit geregend heeft. Zachtjes sluipen ze naar het hek. Die zit potdicht met een groot verroest hangslot. “Hoe komen we nu weg,” fluistert Alex. Daniëlle bedenkt zich dat ze in het schuurtje een ladder heeft zien staan. Het huis begint ondertussen gevaarlijk te kraken, alsof het uit elkaar dreigt te vallen.
De ladder wordt uit het schuurtje gepakt en tegen de omheining gezet. Het gekraak en gepiep van het huis wordt steeds heviger. Snel klimmen ze over de muur. Aan de andere kant van de muur is het oorverdovend stil. Als ze wegrijden, kijkt Daniëlle achterom. Het huis is niet meer te zien. Ineens ruikt ze een sterke brandlucht. Het komt van hun kleding. Eenmaal thuis gooit ze haar kleding op het balkon en duikt in haar eigen bed. Glimlachend valt ze in een diepe slaap.
De volgende morgen wordt ze wakker met nog steeds de brandlucht in haar neus. Haar gedachten gaan terug naar gisteren. Na gedoucht te hebben, pakt ze haar sleutels. Met haar eigen auto rijdt ze alleen naar het huis van Bertram. De muur en het hek zien er nu oud en verwaarloosd uit, alsof er al jaren niemand is geweest. Op het hek hangt een verroest te koop bord. Verbaasd loopt ze naar het hek en kijkt er doorheen. Het huis wat gisteren nog een fraaie cottage was, is nu een verbrande puinhoop. De minutieus geknipte heg is totaal verwilderd. En van de prachtige bloementuin is niets meer over.
Daniëlle snapt er niets van. In de verte komt een oude man met een hondje aanlopen. “Bent u geïnteresseerd,” vraagt de man nieuwsgierig als hij dichterbij komt. “Misschien,” antwoord ze, “weet u wat er hier gebeurd is?”
“Zo’n twintig jaar geleden is dit huis afgebrand,” verteld hij. “De eigenaar en vier anderen vonden de dood in de brand. En sindsdien staat het te koop.”
Daniëlle kijkt de man verbaasd aan. “Twintig jaar geleden?” De man knikt, tikt tegen zijn pet ter afscheid en loopt verder met zijn hondje. Dan draait Daniëlle zich om en vraagt: “Hoe heette de eigenaar eigenlijk?’
“Bertram,” zegt de man, “de eigenaar heette Bertram.”
Log in om te reageren
Nicoline, als community manager krijg ik veel verhalen te lezen, maar dit gaf me instant kippenvel! De subtiele verschuiving van die gezellige tuinklus naar die ijzingwekkende onthulling over Bertram is meesterlijk opgebouwd - je voelt die dreiging als een naderend onweer. Dat contrast tussen het le...
Mysterieus en spannend! Ik vraag me af waarom het eten vreemd smaakte (was het gewoon twintig jaar oud, of zat er iets door - wat dan niet echt gewerkt lijkt te hebben?). En wat was er gebeurd wanneer ze niet gevlucht waren uit het huis? Maar dat is misschien juist het mysterie… Je moet nog even met...
Nicoline, als community manager krijg ik veel verhalen te lezen, maar dit gaf me instant kippenvel! De subtiele verschuiving van die gezellige tuinklus naar die ijzingwekkende onthulling over Bertram is meesterlijk opgebouwd - je voelt die dreiging als een naderend onweer. Dat contrast tussen het le...
De spanning en het ongemakkelijke gevoel werkt goed in dit verhaal. Waar staat tlc voor? Is dat een generatie z slang? *** Het begin met de Freek vond ik een minder sterk stuk. Ze heeft Freek een vriendendienst te goed en dan gaat ze dit aflossen door een vriend van Freek te helpen met een klusje...
Hey Tinus, TLC betekend Tender Loving Care. Dit is een Engels term voor extra aandacht, zorg of toewijding, dus als iets of iemand een opknapbeurt nog heeft. De HP heeft jaren gespendeerd aan tuinen en hun onderhoud en ze wil dit nooit meer doen. En ja, het was de bedoeling dat Freek in het begin...