
Hun handjes slaan op het water. Het schuim spat op tegen de rand. Gelach tegen de tegels. Bellen drijven door de lucht. Even blijven ze hangen, dan knappen ze stil. De moeder zit in het bad. Ze leunt tegen de rand. Ze kijkt naar de handen, naar de hoofden die ondergaan en weer bovenkomen. Ze veegt schuim van haar wang. Een van de kinderen verdwijnt lang onder, komt proestend boven en wrijft in zijn ogen. De ander lacht en duwt hem nog eens. ‘Niet doen,’ zegt de moeder. Het kind kijkt haar even aan. Dan duwt hij nog eens. Naast het bad staan twee vrouwen. Eén legt haar hand op de rand. 'Kom maar,’ zegt ze. Ze tillen de kinderen eruit. Natte voeten op de vloer. Een handdoek eromheen. Ze spartelen. Dan staan ze stil. 'Zelf doen,’ zegt een van de vrouwen. Ze wijst naar de kleren. De kinderen kijken. Trekken iets aan. Laten iets vallen. De moeder is blijven zitten. De vrouwen bukken zich. Haar hand glijdt langs een mouw en blijft even hangen. Dan tillen ze haar op. Voorzichtig zetten ze haar neer op de stoel. 'Mogen we steppen?’ vraagt een van de kinderen. 'In de tuin,’ zegt een van de vrouwen. ‘Zacht.’ De deur gaat open. Dicht. De moeder zit. Haar haar nat tegen haar gezicht. 'Dank je,’ zegt ze. Niemand antwoordt. Op de badrand ligt een streep schuim. Langzaam zakt hij weg.
Dit verhaal heeft een sterke 'stroom van bewustzijn'. Het geeft me echter weinig gevoel van diepgang. De betekenis is heel erg op de achtergrond.
Dank voor het lezen en je reactie, Tinus.