Hij houdt de zaklamp tussen zijn tanden terwijl hij de krik onder de auto schuift.
‘Niet te ver naar voren,’ zegt hij. ‘Daar buigt het staal.’
De jongen knielt naast hem. Zijn broek wordt nat van het grind. Hij kijkt hoe de auto langzaam omhoogkomt.
‘Sleutel.’
De jongen geeft hem het gereedschap aan. De vader zet de sleutel op de eerste moer en duwt. Niets. Hij verzet zijn voet, duwt nog eens. De moer kraakt los.
‘Zo,’ zegt hij.
Hij geeft de sleutel aan de jongen. Die zet hem scheef op de volgende moer. De vader tikt tegen de sleutel.
‘Recht. Anders draai je hem dol.’
De jongen probeert het opnieuw. Hij hangt met zijn hele lijf op de sleutel. Zijn schoen glijdt weg op het natte asfalt. De sleutel schiet los en slaat tegen de velg.
De vader zegt niets.
De koplampen van een voorbijrijdende auto glijden over hen heen.
De jongen zet de sleutel nog eens op de moer. Hij duwt. Eerst gebeurt er niets. Dan geeft de moer plotseling mee. De jongen schrikt van het geluid. De vader pakt de sleutel terug.
Samen tillen ze het wiel eraf. De jongen wankelt even onder het gewicht. Hij laat bijna los.
‘Rechthouden,’ zegt de vader.
Ze leggen het wiel in de berm. De vader haalt het reservewiel uit de kofferbak.
‘Volgende keer,’ zegt hij.
De jongen kijkt naar het wiel. Hij veegt zijn handen af aan zijn broek.
De vader draait de laatste moer vast en laat de auto zakken. Hij schopt tegen de band.
‘Die zit.’
Even staan ze in stilte naast elkaar. Dan doet de vader de zaklamp uit.
‘We gaan.’
De jongen gaat op de passagiersstoel zitten. Hij kijkt naar de zwarte strepen in de plooien van zijn vingers. Wrijft ze tegen elkaar.
Die zaklamp tussen de tanden - meteen een beeld! Je voelt de spanning en het ongemak. Fijn hoe je met dialoog direct de sfeer neerzet. Benieuwd waar dit naartoe gaat! 🔧