
Het broodmes legt ze zonder het af te wassen terug in de koelkast.
Met de plak ontbijtkoek op het schoteltje sloft ze naar haar stoel voor het raam.
Het schoteltje zet ze op de vensterbank. Met haar hand op de rugleuning blijft ze naast de stoel staan.
Ze ruikt aan de koek, trekt haar neus op en legt de plak terug.
Ze draait het schoteltje een kwartslag.
De stoel schuift ze een paar centimeter naar achteren.
Met haar wijsvinger prikt ze in de aarde van de sanseveria.
Ze veegt haar vinger af aan haar schort en kijkt de straat in.
Aan de overkant rolt de glazenwasser een blauwe slang van een haspel.
Ze tikt met haar nagel tegen het glas.
Een spinnetje in de hoek van het raam schiet weg in een kier.
De glazenwasser loopt naar zijn busje verderop in de straat.
Ze steekt haar vinger opnieuw in de aarde.
Ze wrijft wat koek fijn en verdeelt het over de aarde.
Mooi hoe je met zo weinig woorden toch een hele sfeer neerzet. Vooral dat beeld van de sanseveria blijft hangen. Was dit gebaseerd op een echte herinnering, of volledig fictie?