'GEEF GOUD OF IK HAK UW HAND AF!'
Lena stopte. Sinds haar broer weg was, liep ze graag langs de Schelde. Vandaag stond er een mannetje te schreeuwen. Klein als een flesje cola, met z’n baard vol klitten.
'IK BEN ANTIGOON!'
Lena hurkte. 'De reus?'
'JA! Eindelijk! Betaal tol!'
'Ge zijt klein.'
Hij keek rond. Naar de benen. De gebouwen. 'Ah.'
Ze griste hem weg en propte hem in haar rugzak.
'DIT IS…'
'Ge wordt platgetrapt.'
Hij gluurde uit de rits. 'Wat is dat monster?'
'Een tram, en we stappen in.'
'NOOIT!'
Lena stapte in. Antigoon sprong uit de rugzak op een stoel.
'IK HEB HET MONSTER OVERWONNEN!'
De tram schoot vooruit. Antigoon rolde van de stoel en stuitterde over de vloer als een pingpongbal. Lena dook. Ving hem net op tijd.
Ze ging zitten en zette hem naast zich.
Een man botste tegen Lena's schouder. Liep door.
Antigoon sprong op. 'ZEG HUFTER! IK GA…'
'Wat? Ge zijt dertig centimeter,' zei Lena.
'IK HAK ZIJN HAND AF!' Hij zwierde met een bijl niet groter dan haar duimnagel.
'En dan?'
Hij keek naar zijn bijltje. Ging zitten.
Bij zijn standbeeld stapten ze uit. Hij keek omhoog naar zichzelf. Groot. Afgehaktehandwerpend.
Een toerist liep voorbij. Antigoon sprong. Greep de vinger van de man. Hakte met zijn bijltje. Hak hak hak hak hak.
'AU! Is da een rat?!'
Antigoon hing aan de vinger. De man schudde zijn hand. Antigoon vloog. Landde in een struik.
Lena viste hem eruit. Hij spuwde een blad uit. Keek naar zijn handjes. Naar zijn bijltje.
'Dat werkt nie.'
'Nee.'
'Ik kan niks meer.'
'Kom mee dan.'
'Waarom?'
'Omdat ik frieten ga halen.'
Hij dacht na. 'Elke dag?'
'Als ge niet meer schreeuwt.'
'Afgesproken.'
Hij klom op haar schouder. Ze liepen terug langs de kaai. Een man botste tegen haar.
'Zal ik…'
'Nee.'
'Pinkie?'
'Nee.'
'Ooit?'
Ze dacht na. 'Misschien bij examens.'
Hij grinnikte.
Ze liepen naar de frituur.
'Een klein pak met mayonaise, alstublieft.'
Antigoon keek uit haar kraag. 'Ook voor mij.'
De vrouw staarde. Knipperde. Wreef in haar ogen. 'Lange dag.'
Buiten aten ze de frieten. Lena gaf er eentje aan Antigoon. Hij hield hem vast met twee handjes. Beet. Tuurde naar de stad. Zijn stad.
'Lekker.'
'Ja.'
'Beter dan handen afhakken.'
'Weet niet,' zei Lena. 'Nooit geprobeerd.'
Hij nam nog een hap. 'Ja. Beter.'