De kamer ruikt naar antiseptica en dood. Het bed waar haar vader twee dagen geleden nog lag, is leeg. Clara kijkt om zich heen. De kamer voelt bekend maar toch ook vreemd. In de deuropening verschijnt de directeur van de inrichting. “Ik weet dat het nog maar een paar dagen geleden is, maar ik wil u toch verzoeken deze kamer zo snel mogelijk leeg te maken.” Clara knikt. Ze pakt een lege doos en begint de kasten uit te ruimen. Als laatste leegt ze de ladekast naast het bed. In de bovenste laden liggen allerlei medische spullen. In de onderste lade liggen oude versleten fotoalbums. Er is één fotoalbum die ze niet herkent. De foto’s tonen haar vader met diverse mannen in nette pakken. Als Clara het album in een doos wil stoppen, valt er een sleutel uit. Clara pakt hem op en bekijkt hem. In de kamer is er niets waar deze sleutel in past. Plotseling heeft ze het gevoel dat ze bekeken wordt. Als ze naar de deur loopt, ziet ze een man in een pak weglopen. Ze stopt de sleutel diep in haar jaszak.
Niemand van de familie of oude vrienden is naar de begrafenis gekomen. Clara staat alleen op het kerkhof. In de verte staat een zwarte SUV onder de bomen. Ernaast staat een man in een onberispelijk en duur Armani pak. Hij kijkt naar Clara. Door de koude wind, steekt Clara haar handen in haar zakken. In haar zak voelt ze de sleutel. Haar hersenen draaien overuren. Ze heeft nog geen idee waar de sleutel van is.
Het huis van haar vader ziet eruit alsof er een tornado heeft huisgehouden. Alle kasten zijn hardhandig leeggehaald. Kleding, boeken en servicegoed liggen verspreid over de vloer. Meubels zijn omver gegooid. Kussens zijn kapot gesneden. Moedeloos gaat Clara op het puntje van de bank zitten. Ze kijkt om zich heen. “Pa, waar was je in hemelsnaam mee bezig,” fluistert ze. Weer voelt ze zich bekeken. Als ze naar het raam loopt, ziet ze een man in een zwart SUV stappen en wegrijden. Eigenlijk zou ze bang moeten zijn, een tas moeten pakken en vluchten. Maar een stem in haar zegt haar dat ze door moet gaan. Tussen de puinhopen van haar vaders huis gaat ze op zoek naar antwoorden en hetgeen waar de sleutel op past.
Na uren zoeken heeft ze alleen een zwart boekje gevonden aan de onderkant van een lade. Het is in het handschrift van haar vader. In het boekje leest ze over een kluis bij de bank. In deze kluis ligt een kasboek van een plaatselijke onderwereld baas. Vol afschuw sluit ze haar ogen. Een besluit vormt zich in haar hoofd. Ze sluit de deur van haar vaders huis en loopt naar het park. Op de brug kijkt ze naar het ruisende water van de rivier. Met al haar kracht gooit ze de sleutel in het water. Ze wil er niets mee te maken hebben.
“Dat had je niet moeten doen,” gromt een zware stem achter haar. Nog voor Clara zich om kan draaien, voelt ze een grote hand op haar mond. Ze wil schreeuwen maar voelt zich wegzakken. “Waar ben ik,” mompelt Clara als ze weer bij bewustzijn komt. Om haar heen is het stil en donker. “Hallo, is daar iemand,” roept ze met steeds luider wordende stem. Maar er komt geen antwoord. Ze kan zich niet bewegen. Ze zit in een verroeste metalen stoel, haar polsen strak achter haar rug vastgebonden met dikke kabelbinders die in haar huid snijden. Haar enkels zijn met tape aan de stoelpoten vastgeplakt. In de verte hoort ze een deur opengaan. Boven haar hoofd gaat een lamp aan. Voor haar hangen vleeshaken aan zware kettingen die aan het plafond zijn bevestigd. En dan ziet ze Victor Rossi aan komen lopen. Clara herkent hem van een foto met haar vader. Victor gaat op een stoel voor haar zitten.
“Waar is mijn kasboek,” vraagt hij zonder omhaal.
“Ik heb geen idee,” liegt Clara.
Victor staat op en slaat haar, hard. De kracht slaat haar hoofd opzij. Een scherpe steek schiet door haar wang en de metaalachtige smaak van bloed vult haar mond.
“Lieg niet tegen me,” slist Victor naast haar hoofd.
“Ik weet het echt niet,” zegt ze op smekende toon, tranen biggelen over haar gekneusde wangen. Achter haalt Victor een zakmes uit zijn jas. Hij drukt het koude staal van het zakmes tegen haar keel.
“Laatste kans, Clara.”
“Hoe weet je mijn naam,” fluistert Clara.
Er verschijnt een valse grijns op het gezicht van Victor. “Oh, ik weet alles van je. Ik weet waar je woont, waar je opgegroeid ben, waar je werkt. En ik weet zelfs wie je vrienden zijn. Misschien moet ik deze ook eens een bezoekje brengen.” Hij haalt zijn arm naar achteren om het mes in haar borst te steken.
Plotseling worden de versterkte stalen deuren van het pakhuis naar binnen geblazen in een enorme regen van vonken, rook en verbrijzeld metaal. De fundamenten van het gebouw schudden op hun grondvesten. De enorme versterkte stalen deuren gaan niet zomaar open; ze worden met geweld vernietigd. De schokgolf van de C4-explosieven stuurt scherpe granaatscherven en zware scharnieren als dodelijke confetti door de lucht, die zich in de betonnen pilaren van het pakhuis boren. Een dikke, verstikkende wolk van grijze rook en verpulverde bakstenen vullen de ruimte, vergezeld van het oorverdovende, hoogfrequente gezoem van de schokgolf.
Victor schreeuwt, terwijl hij achteruit wankelt. Zijn zakmes glijd uit zijn greep als hij zijn armen omhoog gooit om zijn gezicht tegen het puin te beschermen. Clara wordt door de kracht van de explosie met stoel en al weggesmeten en komt tegen een betonnen pilaar tot stilstand. Een tiental van de meest elite handhavers van de politie stromen het gebouw binnen. Victor wordt in hechtenis genomen. Clara wordt van haar stoel bevrijd, waarna zij oncontroleerbaar begint te beven. Ze probeert haar stem kalm te houden. “Hoe wisten jullie dat ik hier was?”
“We volgen Victor al geruime tijd,” verklaart een rechercheur. “Toen we hem jou zagen ontvoeren, zijn we hem achterna gegaan. Weet jij waarom je door Victor bent meegenomen?”
Clara kijkt de rechercheur een lange tijd aan. Dan slaakt ze een diepe zucht en begint te vertellen. Over de sleutel, het fotoalbum, haar vader, de bankkluis en het kasboek. De sleutel, die nog steeds in haar jaszak zit, geeft ze samen met het zwarte boekje aan de rechercheur. De man kijkt haar vragend aan. Met een flauwe glimlach zegt ze: “Ik heb een andere sleutel in de rivier gegooid.”
Log in om te reageren
Hoi Nicoline, ik heb de eerste versie (nog) niet gelezen. Inderdaad net een film. Goed geschreven. Ik heb zelf wel de neiging om het verhaal binnen de 500 woorden van de opdracht te houden, maar dat wordt hier erg moeilijk, dan zou je wel een deel van het verhaal kunnen vertellen, een open einde kan...
Inderdaad beter Nicoline. Maar het verhaal kan nog meer woorden gebruiken. Leef je lekker uit! Bijvoorbeeld: 'Niemand van de familie of oude vrienden is naar de begrafenis gekomen. Clara staat alleen op het kerkhof.' Verplaats jezelf in de HP. Wat ze ziet en voelt als zij de enige is die de begrafe...
Ik vindt het een leuke aanvulling op je andere verhaal. Vooral het 'dat zou ik niet doen' maakt het spannend. In het vervolg na dat moment is het wel gauw een beetje standaard actie. De opsluiting in een kelder door een maffia baas, een redding op het laatste moment door de politie. Leuk uitgesc...
Toevoeging bij het eerste punt in de opsomming: ”Clara staat alleen op het kerkhof. Alleen in de verte staat een zwarte SUV onder de bomen.” Eventueel kun je het na dit inkorten weer langer maken met suggesties zoals die van Angus. Mij punt is dat de zin constructies 'A is B' te direct zijn en mee...
Tinus, Bedankt voor je uitvoerige en gewaardeerde feedback. Ik ben het verhaal aan het herschrijven. Wil niet zeggen dat ik alles meeneem, maar er is genoeg food for thought. Thanx
Met die opsomming wilde ik ook niet zeggen dat ik vind dat je alles moet veranderen. Het is meer een kwestie van dosering. Het viel me op dat het nogal veel was. Onafhankelijk zou je elk stuk kunnen laten staan, maar doordat het best veel is krijgt het verhaal iets statisch en afstandelijk. Pro...