‘Beste juryleden,’ zo begin je toch niet aan een winnend verhaal. Alsof het een brief is aan je oma. Ik trek het papier strak tussen mijn handen. Nog net niet, dat het in tweeën scheurt. Als ze allemaal zo zijn, dan wordt het een lang weekend.
Op mijn bijzetkrukje ligt nog een dikke stapel, tientallen teksten om door te spitten. Eigenwijze huismoeders en midlifecrisis-mannen. Allemaal speciaal, allemaal een verhaal. Over kinderen, aftakelende ouders, een slechte liefde of iets van ziekte. Allemaal «J’écris donc je suis» op zoek naar bestaan, op zoek naar erkenning. Waarom doe ik dit ook alweer? Waar zijn de Hemingways of Fitzgeralds?
Ik kijk naar mijn prijzenplank. Mijn eigen oude dromen. Een fles whisky gluurt terug vanachter de vitrinedeur. Zodra ze me door heeft draait ze zich snel weg.
‘Ik denk dat ik je wat eerder nodig heb.’
Ze steekt haar lange hals uit, en houdt haar label van mij afgekeerd. Ik zou haar pas openen na een nieuwe grote prijs. Nu ben ik zelf jurylid, geen prijs te winnen.
‘Juist daarom. Help dan toch. Het is hier allemaal misère.’
Mijn muze, statig trots. Stilletjes lacht ze me uit.
Dan wijk ik uit naar mijn standaard drankenkast. Op zoek naar een verstopte fles met nog een beetje inhoud. Eigenlijk wist ik het al: Ze zijn net zo leeg als mijn recente manuscripten. Maar waarom keek ik dan ook? «Le pouvoir des habitudes» Ik doe het elke keer toch.
Ik kijk mijn muze tussen de prijzen nog eens aan.
‘Een klein scheutje maar. Voor in mijn koffie. Om dit stukje door te komen.’
Ze zwijgt. Dat is dus toestemming. Het deurtje kraakt zoals de clichés tussen de inzendingen van deze maand. Ik blaas over een laag stof en bestudeer de in maagdelijk wit geschreven tekst op de fles:
‘Gefeliciteerd met je verhaal van de maand. Van je goede vriend James.’
James, ha, die warboelige gek. Hij zou wel eens iemand kunnen zijn die een verhaal als een brief begint.
Als ik de fles open trek, breekt het plastic rondom de kurk. Toch een beetje nep allemaal.
‘Stribbel je tegen?’
Uiteindelijk weet ik met wat geworstel en een kurkentrekker de inhoud te bevrijden.
Het ruikt complex.
‘Ah, doen we moeilijk.’
Toepasselijk, net als James, die al zijn verhalen kapot schrijft. Ik giet een scheutje in de koffie, en neem het vel papier weer op schoot.
‘Beste juryleden, er is iets mis met de wiskundige formule voor het verhaal van de maand.’
Hè, is dit een ingezonden verhaal of een verkeerd verstuurde mail? Ik kijk de fles vragend aan.
‘Hoort dit schrijfwerkje bij jou?’
Dit heeft een grotere scheut nodig. Misschien dat het verhaal dan sneller zal gaan.
Mijn vinger beweegt vluchtig over de regels. Het lijkt op een inzending van James. Dat taalgebruik; lelijk, zonder gevoel en show. Ja, dat kennen we wel van hem. Saai, wiskundig, niet mijn stijl.
Maar nee toch, zo’n plot. Een verhaal over het verhaal van de maand. Hoe leip kun je het bedenken. Is dat jurylid in zijn verhaal een alcoholist, of is het een metafoor? Veel te vaag. En dan weer op andere stukken veel te uitleggerig, langdradig ook.
Ik grijp mijn rode potlood alvast.
‘Heb jij er vandaag weer zin in?’
De vlakke punt slijp ik, zodat ik extra hard kan krassen. Corrigeren geeft altijd zo’n voldoening. Ik weet al zeker dat ik commentaar zal leveren. Iets korts, iets bots. Met een literair toontje waaraan James mij zal herkennen. Uiteraard gaat het cijfer een één zijn.
Zijn verhaal maakt ook heel veel sprongen. Kringspieren, sfincters. Waar gaat dat over?
”Ze zitten overal in je lichaam en zorgen altijd voor groot genot bij stimulatie en ontlading. Anus, haarvaten, slokdarm, vagina, mond, pupil, en … het plaatsen van commentaar onder een verhaal. Dat gaat het lekkerste met wilde hectisch halen, op het einde een harde punt waarvan je potlood breekt, en dan achterover leunen in een zachte stoel. Of lederen fauteuil als je het sjiek wil zeggen.”
Een geslurpte slok koffiewhisky glijdt door mijn keel.
‘Sorry oude maat, maar je smaak is onnavolgbaar.’
Nu nog die hele stapel en dan wachten op de uitslag.
De dagen gaan voorbij terwijl ik steeds aan James moet denken. Het irriteert me hoe hij schrijft. Bij de slijterij in de supermarkt – zo’n krap klein hokje met metalen rekken en tl-verlichting – daar zie ik zijn whisky door het plexiglas. Die scherpe smaak van turf komt terug op mijn tong. Wat wilde James er eigenlijk mee zeggen, met die fles? Waarom heeft hij vervolgens ons contact verbroken? Pas nu zie ik het volledige label «sour plum brandy cask finish». Jeetje ze verzinnen van alles tegenwoordig. Kunnen ze niet normaal doen.
Nog wat dagen verder is het moment van de uitslag aangebroken. Dat laatste moment van wachten is altijd een plezierige spanning. Ik ga er op het exacte tijdstip speciaal voor zitten. Als ik mijn collega-juryleden zo inschat, dan zullen ze wel positief zijn over dat ene verhaal. Zou het James zijn geweest?
‘Nondeju, stomme muis, werk eens mee, jongen.’
Stotterend beweegt het pijltje naar de inbox. Een nieuw bericht van de hoofdjury staat al klaar. Blijkbaar is het een unieke situatie. Het is vrijwel gelijk, met slechts één enkel oordeel dat doorslaggevend is voor de eindscore.
1e plek: score 7,3750 + ½ × 2,4969 = 8,6234
2e plek: score 8,0000 + ½ × 1,0000 = 8,5000
Tja, die formule, gemiddelde-plus-halve-deviatie, daar zouden ze nog eens een wiskundige naar laten kijken. Dat hebben ze mooi bedacht hoor. Alsof literatuur en kunst met cijfers te vangen is. Kunst beroert, dat zijn geen mooie cijfers.
1e plek: 9 9 8 8 7 9 8 1
2e plek: 9 9 8 8 7 9 8 6
Maar, die eerste plek. De jurycijfers zijn láger. En die één, die heb ik gegeven. Hoe kan … Ik zoek naar de whiskyfles. Naast het scherm, daar staat ze. Met haar kapotte kurkje kijkt ze me bijdehand aan.
‘Heb je nog een druppie?’
De fles van James zwijgt. Ze is al leeg.
* * *
Tinus Empiricus is een wiskundige, die ook wat proza schrijft. Hij keek naar de formule gemiddelde-plus-halve-deviatie en zag een verhaal. Helaas, zoals meestal in zijn verhalen, kwam dat uit op een vergezochte moeilijke vervorming van het weefsel der werkelijkheid.
* * *
Nawoord: De hoofdpersoon komt hier nogal nors en cynisch over, maar het is bedoeld als humor en niet als een sneer naar juryleden. Zij doen heel erg zinvol werk.
De voornaamste inspiratie voor het verhaal is het volgende:
Met deze berekening komen die verhalen bovendrijven die de meeste hoge cijfers hebben. De factor 2 zorgt ervoor dat een verhaal met alleen maar tienen het nog steeds wint van een verhaal met allemaal tienen en één één.
Als er eens een wiskundige naar onze formule zou kunnen kijken, zouden we dat heel prettig vinden. Voorlopig werkt hij goed en zijn we heel tevreden.
Hoi Tinus, Wat een boeiende start van je verhaal! De spanning die je creëert door het papier bijna te scheuren, trekt de lezer meteen mee in de emotie van het moment. Dit belooft een intrigerende reis te worden door de gedachten van je personage. Een fantastische exploratie van de formule van de V...
> ofwel verlies je doordat een verhaal enkele uitschuivers heeft en de deviatie het overneemt Het interessante is dat uitschuivers een verhaal ook juist kunnen laten winnen. Het is niet waar dat een verhaal met alleen maar tienen wint van een verhaal met allemaal tienen en één één. Het moet dan w...
Onder het overzicht 'mijn reacties' zijn alleen de reacties van anderen te zien. Het zou ook handig kunnen zijn om een overzicht te hebben van de eigen geplaatste berichten.
Goeie suggestie en toegevoegd!
Twee dingetjes met de auteurs pagina's. - In het menu is er een overzicht van mensen die aanwezig zijn op de website. Zoals nu ene Taco. Ik kan op die naam klikken welke leidt naar de pagina https://taco.vertelvuur.com/ maar die website/pagina bestaat niet. - Vanaf een auteur pagina zoals https://t...
deze beide issues zijn opgelost! bedankt Tinus!