*22-10-25
Een lichtstraal valt mijn kamer in. Een kleine spleet tussen de gordijnen. Ik laat mezelf uit bed rollen, trek de gordijnen goed en ga weer in bed liggen. Na een tijdje roept Isaak me. Ik gooi de dekens weer van me af en loop naar de badkamer. Zijn spijkerbroek en zijn onderbroek liggen naast hem op de vloer en de hele ruimte ruikt naar kleinejongenspoep. Ik doe het dakraam open en zoek naar de natte doekjes in het dressoir.
Hoe vaak moet ik nog zeggen dat je je broek niet helemaal uit hoeft te trekken? zeg ik.
Hij gaat gehurkt met zijn kont naar me toe staan, wat de geur nog ondraaglijker maakt.
Afgelopen vrijdag kwam ik hem van school halen en vroeg hij of we deze herfstvakantie ook wat gingen doen. We verzinnen wel iets, zei ik. De terugweg zong hij alle christelijke versjes die hij kende.
Papa, waarom lig je altijd in bed? zegt hij ineens.
Ik blijf stilstaan.
Nou… papa heeft soms heel veel hoofdpijn en dan moet hij even op bed liggen, zeg ik.
Ben je dan zo vaak ziek?
Nee, dan voel ik me gewoon even niet fit. Dat hebben volwassenen soms.
Als ik klaar ben met afvegen rent Isaak weer naar zijn kamer.
Het duurt niet lang voor hij weer begint te vroem-vroemen en te pew-pewen.
Vorige week heb ik voor het eerst een echt gesprek gehad met een collega. Ze was pas net bij het callcenter komen werken. Na mijn dienst stond ik buiten te roken en kwam ze naar me toe voor vuur.
Kristien, zei ze
Ik hield mijn aansteker bij haar sigaret en zei ook mijn naam.
Saai hier, niet?
Je moet toch wat, hè? zei ze.
We vertelden elkaar hoe we bij dit werk gekomen waren, waar we woonden en wat voor school we hadden gedaan en hoe het ging met de liefde. Met die laatste kon het bij ons allebei niet veel slechter.
En heb je ook kinderen? zei ze.
Ik blies een rookwolk uit en keek naar de grond.
Nee… Jij?
Ik? Absoluut niet. Ik krijg al hoofdpijn als ik er een zie.
Echte hoofdpijn?
Hoe bedoel je?
Nou, soms heb je niet letterlijk hoofdpijn maar dan wil je gewoon dat het om je kop zeuren een keer ophoudt. Heb je dat nooit?
Ik denk dat iedereen dat wel eens heeft. Soms dan.
Ja?
Maar niet vaak hoor.
We praatten door tot we onze tweede sigaret op hadden en gingen weer onze eigen weg. Die nacht kon ik alleen maar aan haar woorden denken.
Ik sta op het balkon met een sigaret. Vogels duiken de pruimenboom in en een paar jongens fietsen langs en op de grond liggen talloze rotte pruimen. Ik druk mijn peuk uit in de asbak en ga weer naar binnen. Isaak zit aan de eettafel te kleuren en ik ga naast hem zitten.
Wat heb je daar? zeg ik.
Hij schuift het papier naar me toe. Een paar grijze lijnen met een hoofd en een slurf.
Wat mooi! Een olifant?
Ja!
Is dat je favoriete dier?
Ja. En ik ga later naar Afrika om hem te zien.
Oh echt? Dan moet je nu maar alvast beginnen met sparen.
Ik schuif het papier weer terug en hij houdt me tegen.
Voor jou, zegt hij.
Echt? Wat lief.
Ik haal mijn hand door zijn haar en sta op van tafel.
Papa gaat nog even liggen en dan maakt hij zo het eten klaar, zeg ik.
Na het eten gaat Isaak in bad. Ik maak hem klaar om naar bed te gaan en hij treuzelt om langer op te blijven. We bidden samen en ik probeer hem voor de zoveelste keer uit te leggen wie God is.
En ik denk dat hij het nog steeds niet begrijpt.
Wat gaan we morgen doen? zegt Isaak.
Ik leg de dekens over hem heen.
Dat zien we dan wel, zeg ik.
En heb je morgen weer hoofdpijn?
Weet ik niet.
En wat gaan we doen?
Dat zien we morgen.
Maar ik wil het nu weten.
Het komt heus wel goed, Isaak.
Nou!
Ga nou maar gewoon slapen.
Hij fronst naar me.
Ik haat God, zegt hij.
Pardon?
Ik haat God.
Neem dat terug.
Nee.
Isaak, dit gaan we niet doen. Zeg je sorry?
Haha, God is stom.
Isaak, je krijgt nog één kans.
Hij kijkt me nog één keer fronsend aan.
Sorry.
Welterusten, zeg ik.
Amper hoorbaar zegt hij het terug.
Mijn vingers tikken op het tafelblad. Ik zit aan de eettafel, op de plek waar Isaak vanmiddag nog zat te tekenen. De telefoon gaat twee keer over. De vrouw met de schelle stem neemt op en ik zeg waarvoor ik bel.
Hier hebben we het vorige week ook al over gehad, meneer.
Jullie kunnen echt geen uitzondering maken?
Nee, dat kan echt niet. Het spijt ons.
En wat als ik dezelfde dag nog spijt krijg?
Meneer, we werken met een protocol.
Ik zucht.
Oké, dan komen we morgen om vier uur.
Het is echt niet uw schuld, meneer. Het is beter voor hem zo. Soms hou je te veel van iemand.
Log in om te reageren
Hoi Shamar Devan, Wat een boeiend verhaal heb je geschreven! Je weet de lezer echt mee te nemen in de dagelijkse worstelingen van de hoofdpersoon en de relatie met zijn zoon Isaak. De dialogen zijn levensecht en geven het verhaal een diepere laag. Tip 1: Probeer wat meer context of achtergrondinfo...
Bedankt voor de feedback! Ps: De hoofdpersonage spreekt van “niet-letterlijke hoofdpijn” 😉, tip 2 is terecht.
Ha Shamar Devan, wat is dit een mooi levensecht verhaal! En dat einde komt ook goed hard aan, maar tegelijk is het verhaal heel subtiel. Ik weet niet goed wat ik vind van al die witregels tussen de dialoog. Maar nogmaals: prachtig beeldend, zowel de scenes als de dialoog.
Bedankt