
Hemel, wat ligt daar in mijn tuin? Het lijkt wel een dood konijn. Is die vos weer aan het werk geweest? De buren hebben nog amper één kip over, die van de uitgestane angsten geen eieren meer legt.
Ik nader en zie dat het een relatief groot dier is. Het is een haas. Aan zijn lange oren hangen kleurige lintjes. Nee maar, dit is warempel de paashaas. Hij is buiten westen, maar zijn witte buikje gaat op en neer en dus ademt hij nog. Ik geef hem te drinken en zie dat zijn bovenlip gekloven is. Er hangt verdroogd bloed in zijn snorharen. Een poot hangt slap over de lege tenen mand naast hem.
Met de paashaas kan je praten. Als hij bijkomt vraag ik: ‘Zo kerel, wat is jou overkomen? Ben je de vos tegengekomen die de kippen van de buren heeft opgepeuzeld? Wilde hij jouw eieren inpikken?’
‘Neen, er was geen kat of hond te bekennen, laat staan een vos.’
Ik haal snel zaken om hem op te knappen, smeer tijgerzalf op zijn poot en verbind hem, breng balsem aan op de lip boven de enorme voortanden en zeg: ‘Ziezo, vertel, wat is er gebeurd?’
Met dikke lippen antwoordt hij: ‘Je gelooft het nooit. Ik verstopte in het stadspark mijn laatste eieren toen mij opviel dat er al eieren lagen. Ik vroeg mij af waar die vandaan kwamen als er een enorme schaduw opdook en een stem als een klok weerklonk.’
Wat ben je van plan? Ben je al de eieren die ik hier voor de kinderen heb gestrooid aan het oprapen? Scheer je weg, ongedierte!
'Ik schrok me rot en riep: maar, maar...'
Niets te maren, ik zal je tonen waar de klepel hangt.
‘Voor ik nog een woord kon uitbrengen zag ik de enorme kerkklok boven mijn hoofd en kreeg ik pardoes haar klepel op mijn kin. Ik sprong weg in het struikgewas zodat de klok niet meer bij mij kon. Ze vloog onverrichterzake weg, al zingend Bim, bam, beieren, de klokken leggen eieren. Ik maakte mij uit de voeten en verstuikte mijn poot toen ik hier over de heg sprong.’
‘Wist je dan niet dat alle kerkklokken ter wereld op Pasen naar Rome vliegen?’
‘Weten is een groot woord maar ergens begint het te dagen. Naast de chocoladen beelden van mezelf en de eitjes zitten er inderdaad ook klokken in mijn mand.’
‘Wat een toeval dat je daar samen met die klok aan het werk was.’
‘Dat geval in het park kwam waarschijnlijk van de Dom van Keulen, want ik heb het in Keulen horen donderen en zijn eieren leken verdacht op die uit de Duitse supermarkten. Mijn eieren zijn van de beste kwaliteit: gemaakt in België!’
Sterke titel, Gi - die trekt meteen aandacht. Je zet direct een sfeer neer. Ik ben benieuwd: wat is voor jou de kern van dit verhaal, als je het in 1 zin zou samenvatten?