De airco in het Dutch Hospital ratelt zoals vaders ademhaling die laatste nacht. Samara draait aan zijn vaders ring, kijkt op van het dossier: Pieter Cruyt, Chirurgijn, 1685, en ziet alleen toeristen die curry bestellen waar vader altijd zat.
Het manuscript voelt warm aan, vochtig. Vaders handschrift kraste door de kantlijnen: "Privé-correspondentie. Niet voor publicatie. SC 1987." Zijn laatste project voordat Peradeniya hem eruit zette.
Sommige aantekeningen zijn nieuw. Vader schreef over Cruyt's "snede in het bewustzijn", een obsessie met pijn als zuivering. In de kantlijn staat iets anders, in vaders handschrift: Hij begrijpt me. Eindelijk iemand die begrijpt.
Samara sluit het dossier. Hij wil weten waarom vader elke donderdagavond hiernaartoe kwam, waarom hij die laatste nacht Samara's naam kreunde, waarom de jongen uit vaders slaapkamer vluchtte toen Samara thuiskwam van Cambridge.
Restaurantgeluiden vervagen. Hij loopt naar de toiletten waar vader altijd naartoe verdween. De gang strekt zich uit, langer dan hij herinnert. Achter een deur hoort hij iets: ademhaling, fluisteren.
Samara duwt de deur open.
Een kleine kamer. Geen bloed, geen VOC-uniformen. Alleen een matras op de grond, boeken in het Tamil en Engels, een foto van hemzelf op de muur, vijftien jaar oud, van school.
Een jongen komt binnen, universiteitspas om zijn nek, donkere huid, Sri Lankaanse trekken, jonger dan Samara eerst dacht. Hij ziet de foto, dan Samara, dan de ring.
'Jij bent zijn zoon,' zegt hij in perfect Engels. 'Hij vertelde over je. Cambridge, geschiedenis. Hij hield van je... Maar ook van mij.'
Samara deinst terug. 'Hield van je?'
'Drie jaar lang. Elke donderdag.' De jongen pakt vaders rapport. 'Ik hielp hem met research, ja. Maar 's avonds...' Hij glimlacht verdrietig. 'Hij rook naar jouw aftershave. Jullie gebruiken dezelfde.'
Het restaurant beneden sluit - stoelen worden opgestapeld, lichten gedoofd. Samara’s voeten bewegen niet.
'Waarom vertel je me dit?'
'Omdat hij zei dat je net hetzelfde was. Dat je ook verbergt.' De jongen komt dichterbij. 'Mijn familie denkt dat ik rechtenstudent ben. Braaf. Maar hier...' Hij trekt zijn shirt omhoog, toont de ketting die vader hem gaf.
'Hij droeg die nooit.'
'Voor mij wel.' De jongen stapt nog dichterbij. Samara ruikt vaders parfum op zijn huid, ziet vaders handschrift op papieren naast het bed.
Voetstappen in de gang - bewaking doet de ronde.
'Je moet gaan,' fluistert de jongen, maar hij pakt Samara's hand. Warm, glad, jong. 'Of blijven.'
Samara kijkt naar de deur. Nog open.
De jongen wacht. Vaders parfum hangt tussen hen in.