Van Dijk trekt de la van zijn bureau open. Achter een stapel memo’s ligt een kortingsbon voor een rondvaart door de Biesbosch. 2014. Hij bekijkt hem en gooit hem in de prullenbak. Wat later haalt hij hem er uit en stopt hem in zijn tas.
Een reservebril waarvan het rechterglas dof geworden is. Eronder ligt een foto van zijn ouders voor een caravan in Limburg.
‘Henk, ben je bijna zover?’ vraagt Karin van personeelszaken. Ze heeft haar jas al aan.
‘Ja hoor,’ zegt hij.
Ze blijft een moment staan. Dan knikt ze.
Op de afdeling worden computers afgesloten en lades dichtgeschoven. Ergens ratelt een printer. Aan de overkant van de kantoortuin zit juffrouw A achter haar beeldscherm.
Achtendertig jaar geleden kwam ze binnen in een donkerblauwe regenjas en een broodtrommel waar viooltjes op stonden. De eerste week at ze elke middag haar boterhammen buiten op, ook als het miezerde. Nu draagt ze een bril aan een kettinkje. Haar haar is dunner, maar ze tikt nog steeds met twee vingers.
Van Dijk pakt een pakje lucifers van restaurant De Koperen Pan uit zijn la. Hij vouwt het open. Eén lucifer ontbreekt. Hij draait het een keer rond en stopt het in de binnenzak van zijn colbert.
Om vijf uur verzamelen ze zich rond een tafel met blokjes kaas, plakjes cervelaat om een augurkje. Ernaast staan flessen wijn, rood en wit, en plastic glazen.
Hij kijkt over zijn schouder naar zijn bureau. Waar jarenlang stapels papier lagen, is het hout lichter gebleven.
Collega J ruilt zijn bureaustoel met die van hem.
Het afdelingshoofd houdt een speech over loyaliteit en inzet.
‘Mensen zoals Henk kom je tegenwoordig niet veel meer tegen.’
Van Dijk knikt even mee, maar stopt dan.
Hij krijgt een verrekijker en een boek over vogels in Nederland.
‘Omdat je van wandelen houdt,’ zegt het afdelingshoofd.
Van Dijk kijkt naar de verrekijker. Hij heeft nooit verteld dat hij wandelt.
Als de meeste mensen weg zijn, begint het te regenen. Een paar mensen ruimen op en wassen af.
Van Dijk trekt beneden in de hal zijn regenpak aan. Juffrouw A komt bij hem staan met haar regenjas dichtgeknoopt tot over haar kin.
‘En,’ zegt ze, ‘morgen lekker uitslapen?’
‘Ik denk het.’
Ze knikt. Ze opent de deur en kijkt naar de lucht.
Als ze bij hun fietsen staan, beseft hij dat dit het moment is.
‘Mag ik u iets vragen, juffrouw A?’
Ze glimlacht een beetje om het ‘juffrouw’. Iedereen noemt haar al twintig jaar gewoon Anja.
‘Natuurlijk.’
Hij haalt adem.
‘Ik heb zitten denken,’ zegt hij.
‘Ja?’
‘Misschien zouden wij kunnen trouwen.’
Ze kijkt hem aan zonder te lachen. Zonder schrik ook.
‘Ach Henk…’ Ze kijkt kort naar het verlichte kantoorraam boven hen. ‘Waarom vraag je dat nu pas?’
Hij haalt zijn schouders op.
‘Druk geweest.’
Nu lacht ze wel.
‘Misschien eerst een keer samen koffiedrinken,’ zegt ze.
Hij knikt.
Daarna stappen ze op hun fiets en rijden naar het hek van het parkeerterrein.
Hij gaat rechts, zij links.
Log in om te reageren
Dag Jan, Al je verhalen ademen naar mijn idee melancholie uit. In deze bijdrage vind ik dat sterk getroffen. Van de andere kant is het ook wel cliché om die bureauomgeving te gebruiken. Maar het werkt wel. Ik heb met één zin moeite. 'Als de meeste mensen weg zijn, begint het te regenen.' Het gehe...
De hele sfeer ademt sleur en ingehouden leven. De mooiste regel vind ik persoonlijk: “Waarom vraag je dat nu pas?” Omdat daarin ineens een heel ongeleefd leven zichtbaar wordt.
Dank voor je reactie, Sasha. Mooi gezegd: een ongeleefd leven. Mijn favoriete woorden: 'Ach Henk...'
Ik volg wat Gi zegt, het zit puik in mekaar en
Is zo vreemd, dat het ook weer past. ZGG
Knap, zoals steeds, Jan. Tot in het kleinste detail beschrijf je wat er op een haast alledaagse laatste werkdag voorvalt: het foute afscheidscadeau, de collega die zich eindelijk de begeerde bureaustoel kan toe-eigenen, de zielige borrelhapjes, de afscheidsnemer die alles gelaten 'ondergaat'. De pui...
Dank je voor je mooie commentaar, Gi.
Ooooh, ik krijg er bijna tranen van in mijn ogen. Wat een verspilling van tijd. Het leven, de liefde zo aan je voorbij laten gaan. Prachtig beschreven details. Heel graag gelezen, Jan.
Dank Ancenita voor je waardering. Nu wacht mij de uitdaging het 'bijna' te overstijgen. 😀