Het was nog maar eergisteren en toch leek het al maanden geleden. Verbazingwekkend hoe intiem ze zijn geworden in die korte tijd. Ze had liever nog iets langer de tijd met hem alleen gehad. Met zijn bruine ogen, met zijn donkere krullen. Ze sluit haar ogen en zucht diep. De keuken ruikt naar groene zeep.
Ze moet het Mark vertellen, maar ze durft niet. Bang voor zijn harde woorden. De confronterende waarheid. Ze is er niet klaar voor. Dat had ze zich eerder moeten realiseren. In ieder geval voordat hij vanochtend zijn tong in haar oor boorde. Ze blaast een losse sliert haar uit haar gezicht en kijkt op de klok. Nog een uur tot hij landt op Schiphol.
Voor de derde keer deze ochtend boent ze het aanrecht. Godzijdank was Mark op zakenreis dit weekend. Monaco nog wel. Haar knokkels zijn wit uitgeslagen van de kracht waarmee ze de spons omklemt. Ze denkt aan de verhalen die komen. Hoe hij daar straks op verjaardagen staat. Ze ziet zijn pafferige gezicht, zijn wilde handgebaren.
Met een ruk trekt ze de pannendragers uit het gasfornuis en smijt ze in de gootsteen. Alles aan Mark ademt statusgeil. Of aandachtsgeil. Misschien wel allebei. Met de schuurspons gaat ze over de randen van het gietijzer. Het witte schuim kleurt grijs, dan donkerbruin. Ze kan die verhalen niet meer horen. Ze beginnen en eindigen altijd hetzelfde. Diner, whiskey, deal. En Mark speelt een glansrijke hoofdrol. Zonder hem was die deal nooit op tafel gekomen. Uiteraard. Dat zij ieder weekend alleen onder een dekentje op de bank zit, interesseert verder niemand. Behalve Beau. Hij voelt haar zo goed aan.
Met haar nagel pulkt ze aan de aangekoekte korst. Dik en zwartgeblakerd. Afspraken komen altijd pas als Mark weer thuis is. Dubbel dates. Alleen een leuk moment met een vent. De korst geeft nauwelijks mee. Ze houdt de pannendrager met haar andere hand stevig vast. Met haar duimnagel schraapt ze hard over de rand. Ze zullen er wat van vinden. Vooral Ingrid. De trut. Ondanks dat ieder normaal denkend mens dit had kunnen zien aankomen. En dan is zij de gebeten hond. Uiteraard. Ze grimast als een stukje losschiet en diep onder haar nagel verdwijnt. Het bloedt. Ze verbijt de pijn en spoelt haar vinger af onder het lauwwarme water. Dan de rest van de pannendrager.
Met nog natte handen zet ze de kraan uit. De watervlekken zijn direct zichtbaar op het glimmende chroom. Snel trekt ze een schone theedoek tevoorschijn. Ze moet laten zien dat het mogelijk is om het huis schoon te houden als Mark weg is. En Beau hier. Dan vergeeft Mark haar misschien wel.
Ronde bewegingen, niet heen en weer. Beetje druk geven, maar niet te veel. Blinkend. Alles moet blinkend schoon. Wie houdt ze nou voor de gek? Natuurlijk doet hij dat niet. Zorgvuldig hangt ze de theedoek aan het haakje. De bloemenprint naar voren. Gespannen werpt ze opnieuw een blik op de klok. Nog 25 minuten. Tijd om Mark op te halen.
Ze opent de deur naar de hal. Het is net als bij die eerste ontmoeting. Weer week in de knieën. Die ogen, die wiebelende kont, die kwispelende staart. Enthousiast springt Beau tegen haar op. Ze bukt zich en omarmt hem stevig. Drukt haar neus in zijn zachte vacht.
'Tijd om je nieuwe baasje te ontmoeten,' fluistert ze zacht in zijn oor.
Beau blaft opgelaten.
Die hond heeft geen idee.
Hi Charly, is dit een passage uit een langer verhaal? Er wordt wel erg lang afgewassen en plots daagt er een Ingrid op, wie is zij? Zolang het huis spic en span is, mag de hond misschien blijven van de veeleisende en opschepperige Mark, die alleen maar bedrogen wordt als hij wel thuis is. Is dat wat...