
Ik laat de hond uit en neem me voor niet meer langs het deel van het park te lopen waar de banken staan. Laatst toen ik er me neervlijde en Snoopy braaf naast mij zat, kreeg een stel hangjongeren mij in het vizier en spotte met mijn belachelijk klein hondje.
‘Boeien’, zei ik om de taal te spreken die zij, gezien hun acnéleeftijd bezigden.
Toen ik het in mijn jeugd voor het eerst hoorde vond ik het een fijn woord. Iets waardoor je gefascineerd werd, dat je boeide, dat je aandacht kreeg,. Natuurlijk bestond ook de betekenis om iemand vast te maken, in de boeien te slaan. Of de interpretatie die de jeugd van tegenwoordig aan het woord geeft al werd opgenomen in het woordenboek durf ik te betwijfelen.
Ach, dat ik door kleine honden geboeid ben en het hen niet kan boeien, zal mij worst wezen.
‘Kijk een worst op poten die zijn baasje uitlaat’, riep één van de schoeljes tot groot vermaak van zijn kornuiten.
Ik liet ze maar ongemoeid, je weet nooit waar het toe leidt als je dit volkje wederwoord geeft.
‘Kom, Snoopy’, zei ik en stapte op zonder nog om te kijken.
Ik hoorde hoe er achter mijn rug gejoeld werd en verstond duidelijk hoe iemand riep: ‘En dan noemt hij dat mormel Snoopy. Wat een lefgozer!’