Inhoudswaarschuwing
De inhoud kan leiden tot frustratie, onbegrip en onbeantwoorde vragen.

‘Kom mee,’ zegt David, ‘mijn opa woont hier.’
De woonboot ligt scheef. Het water slaat zacht tegen de romp. Als we op de plank stappen, kraakt het hout. Aan de reling hangt een reddingsboei die ooit rood was.
We zijn vijftien en hebben vakantie.
De man die opendoet draagt een vest met houten knopen en een sjaaltje. Zijn haar is dun en zorgvuldig gekamd. Hij kust David op beide wangen. Mij geeft hij een zachte hand.
‘Dus jij bent die vriend,’ zegt hij.
Binnen ruikt het naar boenwas. Er staan foto’s in zilveren lijstjes. Twee mannen in pakken. De opa, veel jonger. De andere man staat dicht naast hem. Hun schouders raken elkaar.
Ik blijf iets langer kijken dan nodig is.
We drinken limonade uit dunne glazen. David opent een kast zonder te vragen.
Hij wijst op een vergeelde affiche van een toneelstuk.
‘Daar speelde hij in,’ zegt hij. ‘Lang geleden.’
Als we weer buiten staan, zegt David niets. Hij schopt tegen een losliggend plankje.
Thuis vraagt mijn moeder waar ik ben geweest.
‘Bij de opa van David,’ zeg ik.
Ze knikt en kijkt even weg.
’s Avonds lig ik in bed. Ik hoor mijn ouders praten beneden. Niet wat ze zeggen. Ik draai me om.
We gaan nog twee keer.
De tweede keer houdt de opa de ladder vast terwijl wij een plank vastschroeven. Zijn hand trilt.
De derde keer ligt de boot er stil bij. De gordijnen dicht. David zegt dat zijn opa moe is.
In de zomer daarna verhuizen wij. Andere stad. Andere school.
David stuurt een paar keer brieven. Netjes.
Hij sluit af met ‘Hoogachtend’.
Dat is een heel fijn commentaar, Gi. Ik ga me steeds schuldiger voelen ... 😉