
De koelvitrines zingen een monotoon, bijna onhoorbaar lied, een vibratie die meer voelbaar is dan hoorbaar in de vloertegels. Voor mij bestudeert een man met een zorgvuldig gemodelleerde baard de uitgestalde waren. Zijn vinger, met een zilveren ring om de pink, tikt even tegen het glas. "De diamanthaas," zegt hij, de klemtoon valt zwaar op de eerste lettergreep. "Twee mooie, graag."
De slager, zijn witte schort spant over een ronde buik, selecteert de stukken met een vlotte, bijna verveelde precisie. Het vlees verdwijnt onder een vel cellofaan. Een knisperend, hygiënisch geluid doorbreekt even het gezoem. Het rode display van de weegschaal licht op, een getal, en dooft.
Mijn nummer verschijnt. Een kort, schel piepje.
De slager kijkt me aan. Zijn ogen, helderblauw, wachten. "Mevrouw?"
Mijn blik glijdt over de etiketten, de namen die ik al zo vaak heb gelezen. Kipfilet. Rundergehakt. Varkenshaas.
"Ik… eh…" Achter me verschuift iemand ongeduldig zijn gewicht. Het zachte gekraak van een plastic mandje.
"Doet u mij maar… rundergehakt?" Mijn vinger maakt een halfslachtig gebaar richting een bleekroze massa in een roestvrijstalen bak. De slager schept, vouwt, weegt. Het pakketje, een anoniem, compact blok, landt met een zachte plof op de toonbank.
"Verder nog iets?" Zijn stem is vlak, efficiënt.
Ik staar naar het verpakte vlees. Netjes. Afgepast. Een vreemde stilte valt in me, op de plek waar normaal gesproken een routineuze tevredenheid zit.
"Nee, dat is… het zo." Ik overhandig mijn pinpas. De piepjes van de terminal. De code. Het plastic tasje, koud in mijn hand.
***
Mijn laptop staat opengeklapt op de eettafel, de achtergrond toont Bahamavissen. Een rode stip naast het agenda-icoontje pulseert: Team Sync - Project Chimera - 14:00. Nog vijf minuten. Ik zet een glas water voor mezelf neer, de bubbels prikken even op mijn tong.
Precies om twee uur licht het scherm op met de vertrouwde rasterindeling van gezichten. Bovenaan links, Mark, projectleider, zijn virtuele achtergrond: een gesimuleerde studieruimte, flikkerend bij elke hoofdbeweging. "Goedemiddag allemaal! Fijn dat jullie er zijn. Laten we erin duiken!" Zijn stem, gefilterd door de microfoon, klinkt opgewekt, bijna te luid.
Rechts van hem, Chantal van Marketing, haar haar strak naar achteren getrokken, een grote koptelefoon over haar oren. Ze knikt energiek, haar ogen iets te wijd opengesperd. Onder Mark verschijnt Joris, de nieuwe data-stagiair, zijn gezicht deels in schaduw gehuld door het tegenlicht van zijn raam. Hij friemelt aan de rand van zijn capuchon.
Mark deelt zijn scherm. Grafieken. Cirkeldiagrammen in felle kleuren. Pijlen die omhoog wijzen. "Zoals jullie zien, een fantastische upswing in user engagement deze week. De nieuwe gamification-features slaan echt aan. Chantal, kudos voor de campagne!"
"Thanks, Mark! Het team heeft keihard gewerkt aan de social push," zegt Chantal, haar stem een octaaf hoger dan normaal. "De click-through rates zijn door het dak. We zien een duidelijke synergie."
Ik kijk naar de gezichten. Ze knikken instemmend. Joris probeert ook te knikken, het lijkt meer op een nerveus hoofdknikje. Ik probeer mijn eigen gezicht in een neutrale, geïnteresseerde plooi te houden. Een lichte glimlach misschien.
"Elara," Marks stem haalt me uit mijn observatie. "Jouw analyse van de churn rate van vorige week was… interessant. Kun je ons een korte recap geven van de belangrijkste take-aways?"
Ik slik. "Ja, natuurlijk." Ik open het bestand. De cijfers. De patronen die ik had geïdentificeerd. De afname in langetermijnbetrokkenheid, ondanks de kortstondige pieken van de gamification.
"De initiële spike in activiteit is duidelijk," begin ik, mijn stem klinkt wat roestig, "maar als we kijken naar de retentie na de eerste zeven dagen, zien we een… een afvlakking die sneller intreedt dan bij eerdere implementaties." Ik probeer de woorden zorgvuldig te kiezen, de toon neutraal te houden.
Marks glimlach verandert niet. "Afvlakking. Oké. Maar de overall metrics zijn positief, toch? De acquisition is fenomenaal. Laten we focussen op het momentum, Elara. Positive vibes only." Hij knipoogt naar het scherm.
Chantal knikt weer, heftig. "Absoluut. We moeten de good news flow vasthouden."
"Natuurlijk," zeg ik.
***
De kantine ruikt naar magnetronlasagne en nieuw tapijt. Ik zit tegenover Chantal, die net een tweede cappuccino haalt.
“Weet je wat ik laatst hoorde?” zegt ze terwijl ze weer gaat zitten. “Dat negativiteit besmettelijker is dan een virus. Echt waar. Eén zuur iemand in je team en alles zakt als een plumpudding in elkaar.” Ze beeldt de inzakkende pudding uit en lacht.
Ik lach mee.
“Daarom probeer ik echt op mijn vibe te letten,” gaat ze verder. “Vrolijk blijven. Niet meegaan in dat doemdenken. Jij bent daar meestal ook wel goed in, vind ik.”
Ik knik. “Ja. Absoluut.”
Ze glimlacht, tevreden.
***
De geur van filterkoffie en appeltaart primeert in de woonkamer van oom Henk en tante Ria. Een slinger met 'Hoera 65 Jaar!' bungelt wat scheef boven de schouw, de letters glinsteren mat in het gedempte licht dat door de vitrage valt. Ik zit ingeklemd tussen neef Patrick, die net is teruggekeerd van een visvakantie in Noorwegen, en tante Gerda, die haar nieuwe handtas – een glimmend lakrood exemplaar – als een trofee op schoot houdt.
"En de fjorden, jongen, niet te beschrijven," buldert Patrick, zijn stem vult de ruimte. Hij houdt zijn handen wijd uit elkaar, alsof hij de omvang van een gevangen vis demonstreert, hoewel het verhaal nu al vijf minuten over het landschap gaat. "Van die bergen, recht de zee in. Prachtig." Niemand vraagt hoe het was, alleen of hij "wat gevangen heeft."
Tante Gerda, aan mijn andere zijde, wacht haar beurt af, haar lippen al getuit voor haar eigen relaas.
Zodra Patrick een adempauze neemt om een hap van zijn gebakje te nemen, duikt ze erin. "Ja, over prachtig gesproken, deze tas, Elara, kijk eens." Ze houdt het rode gevaarte iets hoger. "Echt leer, hoor. En al die vakjes! Ik was al maanden op zoek naar zoiets, en toen, ineens, in de aanbieding!" Haar stem trilt van opwinding.
Ik knik, probeer een glimlach. "Mooi, tante Gerda. Heel… praktisch."
Oom Henk, de jarige, zit aan het hoofd van de tafel en glundert. Hij heeft net uitvoerig verteld over de nieuwe grasmaaier, een zitmodel, en hoe hij nu "in een zucht het hele gazon doet." De details over het aantal versnellingen en de opvangbak waren uitgebreid. Tante Ria vult aan met hoe "de oude echt op was" en "dit een wereld van verschil is."
***
"…en dan intermittent fasting, zestien uur niets, alleen water en zwarte koffie. Je voelt je zó energiek daarna!"
Naast me, op de loopband, rent een vrouw met een verbeten trek om haar mond. Haar ogen zijn gefixeerd op het schermpje voor haar, waarop een virtueel parcours zich ontvouwt. Haar ademhaling is een sissend, ritmisch geluid. Ze heeft geen bidon, geen handdoek. Alleen de machine en de cijfers die oplichten: snelheid, afstand, verbrande calorieën. De cijfers klimmen, haar gezicht wordt roder.
"Ik doe nu die nieuwe keto-variant, met extra veel MCT-olie. De eerste week was zwaar, maar mijn ‘brain fog’ is helemaal weg."
Verderop, bij de gewichten, kreunt een man bij elke herhaling. Zijn spieren bollen op onder zijn strakke shirt, de aderen zwellen op zijn armen. Hij laat de halter met een harde klap neerkomen, trekt een grimas en pakt dan zijn telefoon. Snel tikt hij iets in. Zijn ogen glanzen van een soort grimmige triomf.
"Heb je de laatste update van de 'MindAlign' app al? Die nieuwe geleide meditatie voor ‘peak performance’ is echt life-changing."
Mijn vriendin Sanne, die ik hier toevallig tegenkom, is net klaar met haar ‘high-intensity interval training’. Zweet staat op haar voorhoofd, haar wangen gloeien.
"Elara! Jij ook hier?" Ze glimlacht breed, maar haar ogen hebben iets gejaagds. "Je moet die nieuwe les eens proberen, 'Zenith Cycle'. Drie kwartier knallen, je verbrandt makkelijk 800 calorieën. En de muziek is zo opzwepend, je vergeet alles."
"Klinkt… intens," zeg ik.
"Ja, maar dat is juist goed!" zegt Sanne. "Even helemaal leeg. Ik tel alles, hè. Stappen, calorieën, slaapuren. Sinds ik die nieuwe activity tracker heb, weet ik precies waar ik sta. Het geeft zo’n gevoel van controle." Ze tikt op het strakke bandje om haar pols. "Gisteren had ik maar 9.800 stappen, ik ben ’s avonds nog een blokje om gegaan om de 10.000 te halen. Anders voelt het niet af."
***
"Mevrouw De Wit," begint de talkshowhost, zijn stem zacht maar dwingend, "uw partij noemt dit beleid ‘een regelrechte aanval op de hardwerkende boer’. Kunt u dat toelichten?"
Mevrouw De Wit recht haar rug. "Absoluut. Dit is niets minder dan een ideologische kruistocht tegen een sector die ons land groot heeft gemaakt. Onze boeren worden weggepest, hun levenswerk vernietigd. Pure onteigening!" Haar stem wint aan volume, haar wangen kleuren licht.
De columnist schudt meewarig zijn hoofd. "Met alle respect, mevrouw De Wit, maar dat is natuurlijk klinkklare nonsens. We hebben het hier over de toekomst van onze planeet, over de gezondheid van onze kinderen. De wetenschap is glashelder: er moet iets gebeuren. Wie dat ontkent, steekt zijn kop in het zand." Zijn toon is scherp, belerend.
De camera zoomt in op de host, die zijn handen opheft. "Goed, twee duidelijke, lijnrecht tegenover elkaar staande visies." Hij draait zich naar het publiek in de studio, dat nu rumoerig wordt. Applaus klinkt voor beide sprekers, maar van verschillende kanten van de zaal.
Ik zit thuis op de bank, een halflege kop thee naast me. Op mijn laptop heb ik de chatfunctie van de uitzending open. De reacties stromen binnen, een waterval van hoofdletters en uitroeptekens.
‘DE WIT HEEFT GELIJK! DICTATUUR!’
‘EINDELIJK IEMAND DIE HET DURFT TE ZEGGEN TEGEN DIE KLIMAATGEKKEN!’
‘COLUMNIST SNAPT ER NIKS VAN, STADSJOCHIE!’
‘WE GAAN ALLEMAAL DOOD ALS WE NIKS DOEN! BOEREN ZIJN EGOISTEN!’
Ik probeer mijn gebalanceerde mening te typen. Na vijf zinnen, druk ik niet op verzenden en sluit de laptop.
***
"Kom op, Elara, het wordt legendarisch!" Maya’s stem kraakt een beetje door de telefoon, overstemd door een vaag, dreunend geluid op de achtergrond. "DJ Vortex draait, je weet wel, die van 'Cosmic Echoes'. Je moet komen!"
"Ik weet het niet, Maya… ik ben best moe."
"Moe? Juist daarom! Even alle stress eruit dansen. Energie opladen! Kom nou, voor mij?" Haar stem krijgt dat smekende toontje dat ik moeilijk kan weerstaan.
Een uur later sta ik in een voormalige fabriekshal, de lucht trilt van de bassen die door mijn middenrif dreunen. Stroboscopen flitsen, werpen korte, scherpe lichtflitsen op de deinende massa lichamen.
Zweetdruppels glinsteren op gezichten, armen zwaaien in de lucht, ogen zijn gesloten of staren wijd open naar de oplichtende DJ-booth in de verte. De geur van bier, rook en een geur die doet denken aan gesmolten kauwgom en deodorant, hangt in de lucht.
Maya grijpt mijn hand, haar ogen glanzen van opwinding. "Zie je wel? Geweldig toch?" schreeuwt ze boven de muziek uit. Ze trekt me dieper de menigte in.
Mijn blik wordt niet getrokken naar de DJ-booth, maar blijft haken bij de details die de extase verstoren.
Ik zie een jongen, zijn ogen strak dichtgeknepen, alsof overgave een spier is die hij met al zijn kracht aanspant. Zijn kaak is zo gespannen dat er een kuiltje in zijn wang trilt. Een meisje naast hem, met glitters die als een sterrenstelsel op haar wangen zijn aangebracht, stopt even met dansen. Ze trekt een klein spiegeltje uit haar broekzak en werkt met een geconcentreerde frons haar lipstick bij, de neonlichten reflecteren in het glas. Dan stopt ze het weg en sluit haar ogen weer, haar serene glimlach perfect op zijn plaats.
Boven ons druppelt condens van een stalen balk, elke druppel landt met een onhoorbare tik op de vloer, perfect in een ritme dat niets met de muziek te maken heeft.
Maya danst met een overgave die ik bewonder, maar nu zie ik de inspanning erachter. Ze gooit haar haren los, haar armen maken grote, zwaaiende bewegingen. "Voel je die beat, Elara? Laat het gewoon over je heen komen!" roept ze, haar stem klinkt voor mij nu als een instructie, een bevel tot vergetelheid.
Ik probeer mee te bewegen, maar mijn voeten voelen de plakkerige plekken op de vloer waar drank is gemorst.
"Nog een drankje?" schreeuwt een jongeman met felgroen haar in Maya’s oor. Ze knikt enthousiast en verdwijnt met hem richting de bar.
Een meisje met glitters op haar wangen biedt me een slokje water aan uit haar flesje. Haar glimlach is vriendelijk, maar haar ogen lijken door me heen te kijken. "Alles oké?" vraagt ze.
Ik knik. "Ja, hoor. Gewoon even… wennen."
Ze knikt begrijpend en draait zich weer om.
De DJ draait een drop. Een golf van gejuich stijgt op. Armen gaan de lucht in. De vloer trilt.
***
"Die meeting van vanmiddag," begin ik, mijn stem klinkt aarzelender dan ik wil. "Met Project Chimera. Het voelde weer zo… oppervlakkig."
Thomas proeft van de saus, knikt tevreden. "Oh ja? Was Mark weer te enthousiast?" Hij glimlacht, een lichte plooi van vermaak om zijn mond.
"Niet alleen dat. Het is alsof niemand echt wil kijken naar wat de cijfers zeggen. Die hele focus op 'positive vibes only'. Ik had een analyse gemaakt over de langetermijnbetrokkenheid, en het werd gewoon… weggewuifd." Ik probeer de frustratie uit mijn stem te houden.
Thomas draait zich om, leunt tegen het aanrecht. "Schat, je weet hoe dat gaat in die grote bedrijven. Ze willen goed nieuws horen. Jij bent gewoon te grondig, te eerlijk. Dat is een goede eigenschap, maar soms moet je het spel een beetje meespelen." Hij knipoogt. "Focus op de successen, dat is wat ze willen horen."
"Maar als de 'successen' een vertekend beeld geven? Als we belangrijke signalen missen omdat we alleen maar positief willen zijn?"
Hij zucht, een lichte, bijna onmerkbare zucht. "Elara, je denkt soms te veel na. Het is maar werk. Doe gewoon wat ze vragen, haal je targets, en geniet van je avond. Kom, de pasta is bijna klaar." Hij geeft me een snelle kus op mijn voorhoofd en draait zich weer naar het fornuis.
***
Mijn broer David komt binnen met een bezwete glimlach en rolt zijn mouwen op. Zijn armen lijken strakker dan vorige week. “Kijk,” zegt hij, terwijl hij zijn shirt een beetje optilt, “vier weken bezig, en zie die lijnen!” Zijn ogen glimmen. “En vanmorgen *** tien burpees extra. Zonder te puffen.”
"Dat klinkt goed," zeg ik. "Maar merk je niet dat het soms… een beetje doorslaat? Die hele obsessie met zelfoptimalisatie?"
"Doorslaat? Hoe bedoel je? Ik voel me er juist geweldig bij. Meer energie, scherper. Jij zou het ook eens moeten proberen, El. Misschien word je dan wat minder… zwaarmoedig."
"Zwaarmoedig?" Het woord prikt.
"Nou ja, je klinkt de laatste tijd vaak zo… serieus. Alsof je overal een probleem in ziet. Relax een beetje, geniet van het leven!"
***
De videoverbinding floept aan: Maya, perfect belicht, haar haar in losse golven over een schouder, draait een rondje voor de camera. “Cute, toch? Gekocht voor dat influencer event morgen.” Ze lacht zonder geluid, haar witte tanden glanzen.
Ik wacht tot ze weer stil staat. “Trouwens… die familieverjaardag van oom Henk. Het voelde… vreemd. Iedereen praatte over nieuwe keukens, rezien en leasewagens. Niemand stelde ook maar één echte vraag.” Ik frons, wachtend op iets van herkenning.
Maya draait aan een gouden oorbel. “Tja, familiefeestjes, hé. Beetje smalltalk, lachen, klaar. Niet te diep op ingaan.” Ze knippert naar iets buiten beeld. “Oh shit, bijna acht. Ik moet een post live zetten.” Ze zwaait vluchtig. “We spreken snel, oké?”
***
Het scherm werpt een vale gloed over mijn gezicht terwijl ik trefwoorden intik: vervreemding, oppervlakkigheid moderne samenleving, kritisch denken. Enter.
Titels knipperen voorbij. “WAKE UP SHEEPLE: De 12 families die alles bezitten.” Een filmpje met roodzwarte letters en een man met zonnebril in een kelder. Ergens daartussen: “Hoe je de 5D-wereld binnenstapt met affirmaties en kristallen.”
Ik klik weg.
Een blog opent zichzelf als een gladde handdruk: “7 manieren om je vibe te verhogen in een oppervlakkige wereld!” Er staan foto’s bij van lachende mensen in yogaposes. “Negativiteit is een keuze,” lees ik. “Omarm overvloed!”
Ik scroll, klik, sluit. Mijn ogen prikken.
***
Tijdens de teammeeting glijden mijn slides over het scherm. Blauwe balken. Rode waarschuwingen. Ik leg uit. Mijn stem blijft vlak, feiten onderbouwd.
Mark leunt achterover, vouwt zijn armen. “Interessant,” zegt hij, met een frons die eerder cosmetisch lijkt dan inhoudelijk. “Maar… de productiviteit stijgt toch? Misschien… niet te veel inzoomen. We willen de ‘big picture’ niet uit het oog verliezen.”
Chantal steekt haar kin op als een anker. “Laten we constructief blijven,” zegt ze, met dat toonloze HR-stemmetje. “We willen geen negatieve sfeer creëren.”
Er wordt geknikt. Mijn slide verdwijnt. Mijn stem niet opnieuw opgevraagd.
***
De vergaderruimte is omgetoverd. Ballonnen in bedrijfskleuren hangen slapjes in de hoeken.
"Goedemorgen team!" roept Mark. Zijn glimlach is breder dan ooit, bijna pijnlijk om naar te kijken. Vooral omdat de e-mail over de "herstructurering" – een eufemisme voor de ontslagronde waarbij drie collega's van onze afdeling verdwenen – nog geen vierentwintig uur oud is. "We dachten dat het goed zou zijn om even de koppen bij elkaar te steken, de teamspirit op te krikken en vooruit te kijken!"
Een paar collega’s mompelen iets onverstaanbaars. Ik zie Joris, de stagiair, nerveus aan zijn pen knabbelen. Zelfs Chantal, normaal de belichaming van bedrijfsenthousiasme, kijkt wat bleekjes.
"Daarom," gaat Mark verder, met een dramatische pauze, "hebben we vandaag een speciale gast! Verwelkom met mij… Linda, onze lachcoach!"
Een vrouw met een feloranje blouse en een al even felle glimlach stapt naar voren. Ze klapt in haar handen. "Hallo allemaal! Wat een eer om hier te zijn! Zijn we klaar om te lachen?"
Niemand antwoordt. De stilte is ongemakkelijk.
"Kom op, mensen!" probeert Mark. "Een beetje enthousiasme!"
Linda laat zich niet uit het veld slaan. "Oké, oké, ik snap het. Soms moet de lach een beetje… aangewakkerd worden! Laten we beginnen met een simpele oefening. Iedereen staat recht!"
Met een zucht schuiven we onze stoelen naar achteren.
"Goed zo! En nu… handen in de lucht!" Linda demonstreert het, haar armen wijd gespreid. "En zeg mij na: Ha! Ha! Ha!" Haar lach klinkt schel en kunstmatig in de stille ruimte.
"Kom op, ik hoor jullie niet!" moedigt Linda aan. "Laat die endorfines stromen! Ha! Ha! Ha!"
Aarzelend klinkt er wat gemompel. Een paar geforceerde "ha’s".
"Dat kan beter!" roept Mark. "Teamspirit, weet je nog?"
"Oké, volgende oefening," zegt Linda, onverstoorbaar. "We gaan de ‘klappende lach’ doen. Klap in je handen en lach bij elke klap! Ho! Ho! Ho!" Ze begint te klappen en een serie korte, blaffende lachjes te produceren.
"En nu… de ‘grasmaaierlach’!" kondigt Linda triomfantelijk aan. "Doe alsof je een grasmaaier start… rrrring-ding-ding… en dan een bulderende lach! Hahahahaha!" Ze trekt aan een onzichtbaar startkoord en barst uit in een bulderlach.
"Ik… ik kan dit niet," zeg ik, mijn stem klinkt verrassend kalm. Alle hoofden draaien mijn kant op.
Linda’s glimlach hapert even. "Oh? Is er iets, lieverd?"
"Dit," zeg ik, en ik maak een vaag gebaar naar haar, naar Mark, naar de ballonnen. "Dit is… Dit voelt niet goed."
Mark fronst. "Elara, dit is een teambuildingactiviteit. Het is bedoeld om de sfeer te verbeteren."
"De sfeer verbeteren?" Mijn stem wint aan kracht. "Drie van onze collega’s zijn net ontslagen. We weten niet wie de volgende is. En wij moeten hier staan en de ‘grasmaaierlach’ doen? Vindt u dat niet… een beetje… respectloos?"
De stilte in de ruimte is nu totaal. Linda’s glimlach is verdwenen. Mark kijkt me aan met een mengeling van verbazing en irritatie.
"Elara, ik denk dat je dit verkeerd interpreteert…"
"Nee," onderbreek ik hem, en tot mijn eigen verbazing voel ik geen angst, alleen een vreemde, heldere kalmte. "Ik denk dat ik het voor het eerst heel helder interpreteer. Dit is geen teambuilding. Dit is een poging om ons te laten vergeten wat er echt aan de hand is. En ik… ik pas."
Ik pak mijn tas van de stoel.
"Waar ga je heen?" vraagt Mark, zijn stem scherp.
"Weg," zeg ik. "Ik heb even… frisse lucht nodig."
***
"Hoi."
"Hey," zegt Thomas, zijn blik nog steeds op het scherm. Een kandidaat heeft zojuist een wasmachine gewonnen en springt op en neer alsof zijn leven ervan afhangt.
Ik ga naast hem op de bank zitten.
"Er was vandaag een… bijeenkomst op het werk," begin ik. "Een lachworkshop."
Thomas grinnikt, zonder zijn ogen van de tv te halen. "Lachworkshop? Serieus? Klinkt als iets voor jouw bedrijf."
"Drie mensen zijn gisteren ontslagen," zeg ik, mijn stem vlak.
Nu kijkt hij me wel aan, zijn wenkbrauwen licht gefronst. "Oh. Dat is… rot. Voor hen." Hij pakt de afstandsbediening en zet het geluid van de tv iets zachter. "Maar ja, reorganisaties, hè? Gebeurt overal."
"Ze lieten ons de ‘grasmaaierlach’ doen," zeg ik, de woorden voelen absurd als ik ze uitspreek. "En daarvoor moesten we hummen. Om de ‘eenheid’ te voelen."
Thomas trekt een gezicht. "Klinkt inderdaad behoorlijk idioot. Maar ja, wat doe je eraan? Je zit het uit, lacht een beetje mee, en gaat weer verder met je dag. Zo werkt het toch?"
"Ik ben weggelopen," zeg ik zacht.
Zijn ogen worden groot. "Weggelopen? Middenin? Elara, dat kan je toch niet maken?"
"Ik kon het niet niet maken, Thomas. Het voelde… verkeerd. Alsof ze ons iets probeerden op te dringen, een valse emotie, terwijl de realiteit zo anders is… Het is alsof iedereen constant een rol speelt. Op het werk, op familiefeestjes, zelfs online. Die perfecte plaatjes, die overdreven positiviteit, die wellness-obsessie… Het is alsof niemand meer echt is."
Thomas zucht en wrijft over zijn gezicht. "El, we hebben het hier al eerder over gehad. Je analyseert alles kapot. Mensen proberen gewoon het beste van hun leven te maken. Een beetje positiviteit, wat afleiding, wat is daar mis mee?"
"Er is niets mis met positiviteit," zeg ik, "maar dit is geen positiviteit. Dit is… verdoving. Het is alsof iedereen er bewust voor kiest om niet te zien wat er echt aan de hand is. Die oppervlakkigheid, de manier waarop we met elkaar omgaan, de dingen die we belangrijk vinden… het voelt alsof we langzaam iets kwijtraken. Iets essentieels."
"En wat is dat 'essentiële' dan volgens jou?" vraagt hij, een spottend ondertoontje in zijn stem. "Moeten we allemaal de hele dag somber en serieus zijn? Is dat beter?"
"Nee, natuurlijk niet. Maar het voelt alsof er geen… geen diepte meer is. Geen echte connectie. Het is alsof iedereen in een soort collectieve trance leeft, en ik ben de enige die het ziet." Mijn stem trilt een beetje.
Thomas staat op, loopt naar de keuken en komt terug met een biertje. Hij opent het met een sissend geluid.
“Misschien zie jij gewoon scherper dan ik,” zegt hij. Zijn stem is zacht, maar er zit iets rauws in. “Of dieper. Maar El… soms denk ik: als ik het allemaal binnenlaat zoals jij… dan blijf ik niet overeind.”
Hij kijkt mij nu pas echt aan. Zijn ogen glanzen. “Soms… als ik ‘s nachts wakker word, denk ik: dit is het dus. Kijken naar een scherm, targets halen, boodschappen, sporten, tv. En dan voel ik zo’n… holte in m’n borst. Maar ik druk het weg. Want wat moet ik ermee?”
Hij heft het biertje. “Dus ja. Misschien hou ik mezelf voor de gek. Maar dat voelt warm. En veilig.”
Hij neemt nog een slok, zijn ogen weer op het tv-scherm gericht, waar een nieuwe ronde van het spel begint. "Kijk, die vrouw heeft net een keukenmachine gewonnen. Ze is dolblij. Simpel, toch? Gewoon genieten van de kleine dingen."
Ik kijk naar zijn profiel, de manier waarop zijn mondhoeken lichtjes omhoog krullen bij het zien van de uitzinnige kandidaat. De vanzelfsprekendheid waarmee hij terugkeert naar de afleiding van het scherm.
"Thomas," zeg ik, en mijn stem is nu zo kalm dat het mezelf verbaast. "Wat als dit het is? Wat als er geen complot is, geen virus, geen externe kracht die ons gek maakt?"
Hij kijkt me weer aan, een lichte irritatie in zijn blik. "Waar heb je het nu weer over?"
"Wat als wij het zijn?" vervolg ik. "Wat als we het zelf doen?"
Hij schudt zijn hoofd, een glimlachje om zijn lippen. "Je klinkt als een personage uit een sciencefictionfilm, El. Kom op. Het is gewoon het leven. Mensen zijn nu eenmaal zo."
Ik sta op. "Ik kan dit niet meer, Thomas. Ik kan niet doen alsof ik het niet zie. Ik kan niet blijven knikken terwijl alles in mij nee zegt."
"En wat ga je dan doen?" vraagt hij, zijn stem nu scherper. "De wereld in je eentje veranderen? Als een soort profeet rondlopen en iedereen vertellen dat ze gek zijn?"
"Nee," zeg ik. "Ik weet niet wat ik ga doen. Ik weet wel dat ik niet kan blijven waar de lucht niet echt is."
"Dus wat betekent dat?" vraagt hij. Er klinkt voor het eerst een vleugje onrust in zijn stem.
Ik haal diep adem. "Dat betekent… dat ik een keuze moet maken. Of ik ga mee in de stroom, en ik onderdruk wat ik zie, wat ik voel. Of ik probeer… trouw te blijven aan mijn eigen waarneming. Ook al betekent dat dat ik alleen kom te staan."
Hij staart me aan. De jingles van de spelshow vullen de stilte. En voor het eerst sinds lange tijd, voel ik me niet gek. Ik voel me helder.