
'Kijk nou.'
'Godverdomme, ja.'
We schoten allebei net niet in de lach. Dat zou niet gepast zijn.
'Heb jij dat eerder gezien?' Bruno keek me aan met een open grijns gevolgd door een oprechte frons.
'Nee. Nog nooit.'
'Eigenlijk toch gek. Vind je niet?'
Ik knikte. 'Ja, maar die moet natuurlijk ook de tank vullen.'
'Nee. Ik bedoel dat je dat bijna nooit ziet. Er rijden er toch genoeg rond.'
'Nogal. Steeds meer.'
'Stel je voor dat hij opeens zonder zit? Staat opeens zo'n hele stoet stil.'
'Op de snelweg vooral.' Ik bracht een droge blik in stelling.
Hij grinnikte. Zo werkt dat met herkenning. 'Precies dat. Dat zou toch een apart filebericht kunnen opleveren.'
Nu grijnsde ík. 'Zou die omroeper het dan droog houden?'
'Na een paar keer oefenen misschien wel.'
Bruno nam een hap van zijn hamburger. Ik nam nog een slok cola om de laatste resten van het droge broodje weg te spoelen. Ik keek langs mijn spiegelbeeld naar de lijkwagen en de man die nu de tankdop losdraaide.
'Zwarte auto, zwart pak.'
'En zwarte vlaggetjes,' zei ik.
'Net zo stijf als de vracht,' zei Bruno. Hij keek voor zich uit. Ik zag zijn lippen krullen.'Zou er iemand in liggen?'
'Kan ik me niet voorstellen. Dat zou niet respectvol zijn.'
'Maar stel dat er iemand in zou liggen. Zou die gast in dat pak 'Even een momentje' zeggen? Of zegt zo iemand 'Sorry', als hij ergens te hard over een verkeersdrempel stuitert?'
'Die gasten rijden nogal sloom. En wij zeggen dat toch ook niet.'
'Bij ons liggen ze in de achterbak. Dat is anders.' Zijn rechterhand wuifde mijn woorden weg.
'Klopt. Maar kijk. Zie je hoe rustig hij nu optrekt en wegrijdt? Ze rijden doods. Dat kruipt er toch in.'
'Wij rijden ook rustig.'
'Om niet op te vallen Bruno. Dat is anders. Wij hebben ook geen zwarte vlaggetjes op de voorbumper.'
Hij haalde zijn schouders op.
'Ik ga afrekenen Bruno.'
'Alles naar wens geweest?'
Haar glimlach oogde net zo geforceerd als de vraag klonk.
'Maak er maar twintig van.'
Ze leek even op te bloeien, verrast. Tot ze me echt aankeek en zag dat ik te oud was om haar ridder op het witte paard te zijn.
'Dank u. Prettige avond nog,' zei ze routineus.
'Moesten wij niet nog tanken?'
Ik zweeg en trapte het gaspedaal iets verder in.
'Je zegt niks.'
'Heb je toch allang op het dashboard gezien. Lul.'
'Sorry. Grapje.'
Ik siste tussen mijn tanden.
'Maar het zou toch wel kut zijn als we straks...'
'Ooit gebeurd?'
'Nee. Grapje. Zei ik toch?'
Ik schakelde de cruise-control in en genoot van het vaste ritme waarmee we de verlichting passeerden.
'Klootzak.'
'Wat?' vroeg ik. De zwarte vlaggetjes verdwenen langzaam in de achteruitkijkspiegel.
'Zag je dat niet? Hij had een joint in zijn bek. Ik zweer het je.'
'Wat dan nog?'
'Dat doe je toch niet? Wat 'n wereld.'
'Maar dan ligt er dus echt niemand in Bruno.'
'Dan nog. Het is niet professioneel.'
'OK. En als jij straks dat blikje bier uit het handschoenenvak pakt?'
Hij zuchtte. 'Kom op man. Dat is om achteraf de spanning weg te drinken.'
'Maar dan ligt ie wel in de kofferbak.'
'Dat heeft ie op de eerste plaats verdiend. En...je weet dat ik altijd sorry zeg voor ik afdruk.'
'Ja. En je zegt ook altijd dat het alleen maar zakelijk is. Alsof dat wat uitmaakt.'
'Voor mij in ieder geval wel. Maar goed. Volgens mij ben jij vanavond aan de beurt. Kun je weer lekker zwijgen.'
Ik schakelde terug en draaide de afslag op.
'Ik respecteer jou en jij mij, Bruno. En we zijn een goed team. Al jaren. Laten we dat zo houden.'
De vingers van zijn rechterhand trommelden op het dashboard.
'We zijn het beste team Angus. Het beste. Maar soms werk je me op de zenuwen.'
'Jij mij ook. Maar we houden elkaar scherp. Toch?'
'Ja, dat bedoelde ik. De meeste mensen doen tegenwoordig maar wat. Wij niet.'
'Nee, wij niet.'
'Dat ze hier stoplichten hebben, in zo'n dorp.'
Ik keek hem kort aan. 'Dat zal binnenkort ook wel een rotonde worden.'
'Komt hij weer. Ik vond die trouwens beter werken toen het opkomende verkeer voorrang had. Weet je nog?'
'Tijden veranderen.'
'Ja, tijden veranderen. Dat zeg je goed. DNA, zendmasten die mobiele telefoons uitpeilen, deurbelcamera's. Het is niet eerlijk.'
Ik schoot in de lach. Een wrange. 'Ook wij moeten met de tijd meegaan, jongen.'
'Zes minuten tot uw eindbestemming,' citeerde hij de routeplanner.
'Zijn eindbestemming.'
'Ja.' Hij grinnikte.
'Plus tien?'
'Altijd even tijd gunnen voor die laatste woorden.' Hij knipoogde. 'Over eindbestemming; de echte eindebestemming. Waar brengen we hem naartoe?'
'Den Bosch. De Moerputten.'
Het licht sprong op groen.
'Mooie plek. Dan kunnen we daarna misschien nog een biefstukje pakken bij De Stip.'
'Doen we,' zei ik.
Log in om te reageren
Hoi Angus, Wat een intrigerend en meeslepend verhaal heb je geschreven! Je hebt de spanning en het alledaagse op een boeiende manier met elkaar verweven, wat zorgt voor een unieke leeservaring. De dialogen zijn krachtig en geven de personages echt diepte. eindebestemming... tja ZGG
Je kan op je profiel schrijven wat je wil, dat is deels het punt, je hebt het onderdeel 'uitdaging' maar daarnaast doe je wat je wil :)
Strak verhaal hoor! Een wereld tot leven brengen met bijna alleen maar dialogen is niet makkelijk, maar je slaagt er goed in. De twist halverwege ('Bij ons liggen ze in de achterbak. Dat is anders.') vind ik geweldig geplaatst. Graag gelezen!
Dank voor je reactie Martin. Dat is waar ik naar streef: Dialoog gedreven schrijven.