
Op een boomstronk bij het riviertje lig ik te zonnen om beter mijn eten te verteren. Aangetrokken door mijn goudkleurige schubben, landt de zwarte libelle als een volleerde helikopterpilote net voor mijn neus.
Ik ben een leguaan en ben vegetarisch. Met een volle buik interesseren insecten mij slechts matig.
‘Weet u wel dat dit een sprookjesbos is’, zegt de libelle.
‘En of ik dat weet’, antwoord ik vastberaden.
‘Nou, hier gaan we dan’, zegt de libelle. Ze draait driemaal om haar as en verandert plots in een bloedmooie prinses die een adembenemend soireekleed draagt in zwarte kant.
‘Wat dacht u hiervan?’ zegt ze en kijkt op me neer.
‘Ok, meissie’, zeg ik smalend. Terwijl mijn staart afvalt, knipper ik driemaal met mijn ogen en verander in een hotte prins die een goudgroen brokaten pak draagt.
‘En nu moeten wij trouwen’, zegt de prinses.
En dat deden we en leefden nog lang en gelukkig.
Hoi Gi, Wat een creatief en verrassend sprookje heb je geschreven! De transformatie van de libelle naar prinses en de humoristische toon maken het verhaal zowel magisch als vermakelijk. De dialoog tussen de karakters voegt een speels element toe dat de lezer geboeid houdt. Ongevraagd tipje: als he...
Hi Tony, ik heb de verouderde woorden door iets modernere versies vervangen. Beter?
Niet echt, ik bedoelde 'beschrijvende' woorden. In de zin dat 'knappe' voor iedereen iets anders betekent, als je bv schrijft "met lange benen" of "met uiers zo groot als een varkenskop" dan wordt dat duidelijker, dat is natuurlijk eerder mijn stijl, maar ook voor sprookjes voor kinderen kan dat:, m...