Met een zucht kijkt Willemijn naar de grote boekenkast. ‘Jeetje mam, neem je al deze boeken mee?’
‘Nee, joh, natuurlijk niet’, zegt Jeanne, ‘In mijn nieuwe appartement heb ik daar geen plaats meer voor.’
Ze neemt een boek uit de kast en blaast het stof eraf. Beekman en Beekman. Het is één van de favorieten uit haar kinderjaren en heeft al diverse verhuizingen meegemaakt. Ze legt het in de doos gemarkeerd met “MEE”.
Een voor een worden de boeken geselecteerd. De helft kan sowieso weg. De andere helft moet dan nog een volgende selectie ondergaan.
‘Wat wil je met al die boeken van Mart Smeets?’
‘Die waren van papa. Ik hou niet zo van sportverhalen. Doe maar weg.’
Willemijn pakt ze uit de kast en legt ze in de doos “WEG”.
Voor de bovenste plank moet Willemijn op een kruk staan om er beter bij te kunnen. Vol verbazing kijkt ze naar een serie ouderwets uitziende, bruine boeken in twintig delen.
‘Serieus mam, hebben je nog een encyclopedie?’ Lachend pakt ze een van de delen en begint te bladeren. ‘Dit is zó jaren zeventig.’
‘Ja, lach maar, meisje. Dit was in die tijd onze variant van Google.’
Willemijn schudt ongelovig haar hoofd. Ze kan zich niet voorstellen wat ze zonder internet zou moeten beginnen. Haar telefoon en laptop zijn heilig.
‘Ze mogen weg, hoor,’ zegt Jeanne. ‘Ik ben het met je eens, Google is véél gemakkelijker. Maar ze stonden wel mooi in de kast.’
Willemijn haalt de delen van de encyclopedie uit de kast. Ze zijn nog behoorlijk zwaar. Als ze het vijfde boek weghaalt, ziet ze een doos staan, nog half verborgen achter de resterende delen. Ze schuift hem naar zich toe, een schoenendoos.
‘Kijk mam, ik heb mijn erfenis gevonden,’ zegt ze gekscherend. Ze stapt van de kruk en blaast het stof weg voor ze hem op tafel zet. Jeanne komt naast haar staan. Deze doos komt haar niet bekend voor. Hij moet daar al een tijd gestaan hebben; die encyclopedie kwam nooit van zijn plek.
Willemijn haalt het deksel eraf en ze ziet een stapel brieven. Ze zijn geadresseerd aan haar vader, maar het adres is dat van een postbus. Er staat geen afzender op. Alleen drie kruisjes.
Ze gaan aan de tafel zitten en Jeanne pakt de bovenste envelop. Ze haalt er een brief uit die geschreven is in een keurig handschrift. Ze begint te lezen en langzaam bekruipt haar een akelig gevoel: dit is een liefdesbrief. Tranen schieten in haar ogen.
‘Mam? Wat is er?’
Jeanne kijkt op van de brief en staart in het niets. Willemijn pakt de brief en laat haar blik over de inhoud glijden. Er wordt liefdevol gesproken over een ontmoeting. Hoe fantastisch het was geweest en wanneer ze elkaar weer kunnen ontmoeten. De brieven dateren van zeker dertig jaar terug.
‘Wie is die Marijke?’
‘Ik weet het niet. Ik ken niemand die zo heet.’
Willemijn leest nog een paar andere brieven. De inhoud wordt met de brief intenser. Op een gegeven moment krijgt ze er zelfs een kleur van. Dit is niet zomaar een briefwisseling geweest.
‘Had papa …?’ Ze durft de vraag niet eens af te maken. Ze ziet dat haar moeder haar gezicht wegdraait.
‘Mam?’
‘Deze affaire moet zich afgespeeld hebben in de tijd dat het niet zo lekker ging tussen ons. We leefden langs elkaar heen. Papa was vaak laat thuis. Overwerk, zei hij dan. Ik heb dat altijd als waarheid aangenomen. Bovendien had ik de zorg voor jou en je broer. En natuurlijk mijn eigen werk.’
‘Jeetje, mam, waarom heb je me dat nooit verteld?’
‘Ach, je was toen nog zo klein. Je adoreerde je vader en ik wilde het beeld dat je van hem had niet verstoren. Je was er niets mee opgeschoten.'
Jeanne schudt haar hoofd en staat op. 'Ik ga wat te drinken halen.'
Als ze even later terugkeert met twee glazen thee, heeft Willemijn ook de andere brieven gelezen. In één ervan staat een adres genoteerd.
Ze zoekt het op in de navigatie van haar telefoon. ‘Het is niet zo ver hier vandaan. Wat denk je, mam, zullen we er eens langsrijden? Misschien woont ze er nog wel.’
‘Nee, dat lijkt me geen goed plan. Ik weet niet eens of ik wel wil weten wie die Marijke is of was.’ Jeanne pakt de brieven en legt ze terug in de schoenendoos. ‘Deze kunnen weg.’
De volgende dag parkeert Willemijn haar auto in de straat die genoemd is in de brief. Haar moeder wil het misschien niet weten, maar zij wel. De brieven gaven haar een heel ander beeld van haar vader en ze wil weten hoe belangrijk die Marijke voor hem was. In plaats van de schoenendoos weg te gooien, heeft ze hem mee naar huis genomen en alle brieven nog eens gelezen. De laatste is van kort voor zijn ziekbed. Ze heeft het gevoel dat Marijke nooit iets van het bestaan van een andere vrouw, laat staan kinderen heeft geweten. In de laatste brief schrijft ze dat ze niet begrijpt waarom hij hun relatie beëindigt. Ze vraagt hem, nee smeekt hem om uitleg. Hartverscheurend om te lezen; deze vrouw hield van haar vader.
Willemijn staat naast haar auto als de voordeur opengaat. Een jonge vrouw van ongeveer haar leeftijd komt naar buiten met aan haar hand een meisje met blonde krullen. Ze zwaaien naar een oudere vrouw die in de deuropening staat.
‘Dag oma.’ De blonde krullen dansen om het gezicht van het meisje als ze zwaait.
‘Dag lieverd. Tot snel weer,’ roept de vrouw.
De vrouw en het kind lopen op haar af. Willemijn krijgt een raar gevoel. Het gezicht van de vrouw is vertrouwd, alsof ze in een spiegel kijkt. Als ze haar net gepasseerd zijn, laat het meisje iets vallen. Ze heeft het blijkbaar niet in de gaten, ze huppelt vrolijk door. Willemijn bukt om het op te rapen. Het is een boekje van waar ze tot haar ontsteltenis de titel herkent. Hoe vaak heeft haar vader haar hier niet uit voorgelezen. Ze kon er geen genoeg van krijgen; de mooie verhalen, de kleurige plaatjes, maar ook het luisteren naar haar vaders warme stem. Ze bladert door het boek, op zoek naar het verhaal dat haar het meest is bijgebleven.
Net als ze het gevonden heeft, komt het meisje naar haar toegerend, gevolgd door haar moeder.
‘Dat is het boek van mijn dochter. Ze was helemaal in paniek toen ze ontdekte dat ze het niet meer had. Het is haar lievelingsboek.’
‘Ja, dat snap ik,' glimlacht Willemijn naar het meisje. ‘Dit was ook mijn lievelingsboek toen ik klein was. Mijn vader las me er altijd uit voor.’
De vrouw kijkt haar verbaasd aan. ‘Dat is grappig. Mijn vader ook.’ Ze neemt het boek van Willemijn over en begint te bladeren. ‘Kijk, dit is mijn favoriete verhaal. Ik kon er geen genoeg van krijgen.’
Willemijn kijkt naar het plaatje dat erbij staat. Het is van een meisje dat staat te wachten op een perron. De afbeelding roept zoveel herinneringen op.
De vrouw vervolgt: ‘Mijn vader zei dan altijd …’ en als vanzelf maakt Willemijn de zin voor haar af: ‘… jij bent dat meisje met de rode koffer.’
Log in om te reageren
Wat een prachtige opbouw en sfeer in je verhaal, Fief! Je hebt de lezer meteen mee in de nostalgie en nieuwsgierigheid van Willemijn en Jeanne. De vondst van de brieven is een sterke wending die de spanning verhoogt. Omdat ik test als coach: Tip 1: Overweeg om meer dialoog toe te voegen. Dit kan ...
Wat heb ik genoten van dit prachtverhaal Fief. Je hebt cliché's weten te vermijden en de opbouw is heel sterk. Beetje bij beetje ontvouwd zich hier een hele wereld. De details van de encyclopedieën maken het levendig en realistisch, de dialogen werken goed. Het blijft tot op het eind spannend. Chape...
Dank je wel, Emmy.