Amira telt de barsten in het plafond. Zeventien. Gisteren zestien. De nieuwe loopt van de lichtschakelaar naar de plek waar Khalils schouder de muur raakt als hij slaapt. Raakte.
Yasmin bijt op haar duimnagel. Er is geen nagel meer, alleen rood vlees. Het kind bestudeert de wond alsof het een landkaart is.
'De boom maakt een geluid,' zegt ze.
Amira luistert. De verkoolde olijfboom, wat ervan over is, kraakt in de wind. Of misschien is het de deurpost. Of haar kaken. Alles kraakt tegenwoordig.
Ze opent de koelkast. Gewoontes sterven langzamer dan mensen. Het rubber van de deur is warm. Binnen: dezelfde leegte als gisteren, vandaag ruikt het anders. Naar wachten.
'Baba's telefoon deed het licht.'
Yasmin wijst naar de tafel. Khalils Nokia. Het scherm licht blauw op: batterij 3%. Een gemiste oproep van drie dagen geleden. Van hem. Hij belde terwijl de telefoon thuis lag. Waarom belde hij?
De buurvrouw - ze heet Maryam maar Amira denkt aan haar als 'de vrouw met de gele sjaal' - verschijnt in de deuropening. Geen kloppen meer. Deuren zijn suggesties geworden.
'De journalist komt terug,' zegt ze. Haar stem klinkt als schuurpapier. 'Hij betaalt voor normaliteit deze keer.'
'Normaliteit?'
'Thee drinken. Lachen. Alsof.'
Alsof. Het woord hangt tussen hen als stof.
Amira kijkt naar Yasmin die met Khalils telefoon speelt. Snake. Het spelletje uit 1997. De slang eet zichzelf op als je niet oplet. Het kind is er verrassend goed in.
'Hoeveel?' vraagt Amira.
'Genoeg voor melkpoeder.'
De vrouw met de gele sjaal heeft geen gele sjaal meer. Amira vraagt zich af wanneer die verdween. Ze vraagt zich veel af, maar stelt geen vragen. Vragen nemen ruimte in die je nodig hebt voor andere dingen.
Later zitten ze aan tafel. De journalist - jong, baard, een veeg inkt op zijn pink - filmt terwijl ze doen alsof ze thee drinken uit lege kopjes. Yasmin giechelt. Het is geen echte lach, een imitatie van een herinnering van een lach. Toch werkt het. De journalist glimlacht.
'Prachtig,' zegt hij in Engels. 'Nu iets over hoop?'
Hoop. Amira proeft het woord. Het smaakt naar de plastic verpakking van het laatste medicijn dat op was.
'Ik hoop...' begint ze. Stopt. Wat hoopt ze? Dat Khalil terugkomt? Dat hij niet terugkomt zodat ze kan stoppen met wachten? Dat de barst in het plafond het begeeft voor zij het doet?
'Ik hoop dat de olijven volgend jaar groeien,' zegt ze uiteindelijk.
De journalist knikt tevreden. Hij begrijpt het niet. Verbrande bomen dragen geen vrucht. Metaforen verkopen beter dan feiten.
Yasmin's slang botst tegen zichzelf. Game over. Ze start opnieuw. Level 1.
'Mag ik je iets vragen?' De journalist leunt voorover. 'Hoe voel je je?'
Amira kijkt naar de veeg inkt op zijn pink. Naar de barst die nu nummer achttien is. Naar haar dochter die de highscore van een dode man probeert te verslaan.
'Als een koelkast,' zegt ze.
Hij fronst.
'Ik bedoel...' begint hij.
'Leeg. Zoemend. Nog steeds aan.'
De journalist schrijft het op. Later zal hij er 'ondanks alles' aan toevoegen. Of 'maar niet verslagen'. Woorden die het draaglijker maken voor mensen die dit lezen tussen het ontbijt en de eerste koffie.
Maryam lacht. Echt deze keer. Het geluid verrast hen allen.
'Wat?' vraagt de journalist.
'Mijn man zei altijd…' Ze stopt. Schudt haar hoofd.
De Nokia sterft. Batterij 0%. Yasmin staart naar het zwarte scherm.
'Is baba nu ook nul procent?'
De vraag valt als een baksteen in een droge put. De journalist stopt met filmen. Even is hij geen journalist meer, alleen een jongen met inkt op zijn pink die niet weet waar hij moet kijken.
Amira pakt de telefoon. Drukt op de knopjes. Niets. Ze blijft drukken. Het is iets doen. Iets is beter dan niets, ook al is het niets.
'De olijfboom,' zegt Yasmin plotseling. 'Hij huilt niet. Hij droogt alleen.'
Maryam knikt. De journalist pakt zijn camera weer. De dag gaat door. De barst groeit. De koelkast zoemt. Ergens, drie dagen geleden, probeerde een man naar huis te bellen.
De slang begint opnieuw. Level 1. Altijd level 1.