De dobber beweegt.
Hij kijkt naar het water. Hij kijkt naar de schaduwen die langs de oever schuiven.
Elke ochtend op dezelfde plek zet hij zijn kruk neer, rolt de lijn uit, werpt.
Aan het uiteinde van de lijn zit geen haakje.
Hij vist al jaren zo.
Een vis breekt het wateroppervlak.
Achter hem komt een vrouw met een hond voorbij.
Ze kijken. Zeggen niets.
Hij wacht. Eet brood. Drinkt thee.
Aan het eind van de middag haalt hij zijn lijn binnen. Hij veegt zijn handen af, pakt zijn spullen en laat de plek achter zoals hij hem vond.
Een lijn zonder haakje. Wat een prachtig beeld, Jan. Het gaat niet om de vangst, maar om het ritueel - de kruk, het water, de stilte. Soms is aanwezig zijn genoeg. Dit blijft hangen.