
Wat gaat het vlug. Telkens er een jaartje bijkomt beseft men hoe het steeds sneller gaat.
Van oude mensen zegt men dat ze weer kinds worden. Ondertussen weten we dat een kort geheugen afbrokkelt en het tollen in het hoofd steeds dieper zoekt naar herinneringen van weleer.
Geheugens op een computer en wat erin wordt opgeslagen of gewist, kan je met een druk op de knop controleren. Over hoeveel gigabytes het ook gaat, men kan de intelligentie op een artificiële gegevensdrager amper vergelijken met de ongebreidelde hoeveelheid aan indrukken, gevoelens, herinneringen en kennis die wij onder onze eigen hersenpan opslaan. Alleen ontbreekt de knop om er enige controle op uit te oefenen en stopt het heen en weer slingeren in gedachten nooit. Of wij nu slapen of dagdromen, de molen maalt steeds door.
Robbert Welagen schreef in zijn boek “Verre Vrienden”: Misschien is het terugdenken aan een tijd belangrijker dan het beleven van die tijd. Daarvoor hebben gebeurtenissen plaats gevonden: om ze te herinneren, te bespiegelen en erover te mijmeren. Je hebt maar een paar gebeurtenissen nodig, een handjevol plaatsen, geuren, tinten, geluiden en indrukken, als brandstof voor de rest van je leven.
- o O o -
Tijdens een wandeling in het park houd ik halt onder een enorme eikenboom waarvan de dikke wortels aan de voet van zijn stam boven de grond uitsteken. Ik begin te mijmeren: plots worden die wortels weer trappen en sta ik met mijn kameraden opnieuw onder een soortgelijke boom op de speelplaats van de jongensschool.
We zijn een handjevol parate kerels die de burcht gaan bestormen. De boom is de imaginaire toren die moet beklommen worden. Elke wortel is een trede van de hoge wenteltrap. Het beklimmen begint. De voorste krijger staat klaar met ingebeelde helm en zwaard en zet de eerste stap. Voorwaarts!
Behoedzaam volgen, één voor één zijn kompanen. Wij stappen in wijzerzin rond en missen geen enkele wortel. Langzaam maar zeker wordt de snelheid opgedreven en alras rennen we om de dikke stam.
Dan stopt de aanvoerder bruusk en knallen we tegen elkaar aan. Er is boven aan de trap tegenstand opgedoken en we moeten terug. Keren is moeilijk op de smalle trap. De laatste moet in tegenovergestelde richting terug naar beneden. Alweer volgen de anderen tot de aanvoerder roept dat we aan de winnende hand zijn en weer in wijzerzin omhoog kunnen.
De inname van de toren duurt nooit langer dan een speeltijd en keer op keer wordt de vijand verslagen en zal de één of andere burchtvrouw gered worden, waarbij ieder aan zijn eigen liefje denkt.
Wie de andere kompanen waren, weet ik allang niet meer. Ik kan ze dus, alle brieven, facebookberichten, Instagrams, tweets of e-mails ten spijt, niet vragen of ‘onze’ boom ook in hun lijst van gebeurtenissen voorkomt. Zou hij op hun geheugenkaart ook een onvergetelijk, onuitwisbaar plaatsje hebben ingenomen?
Hoi Gi, Wat een prachtig stuk over de vluchtigheid van de tijd en de nostalgie naar onze jeugd. Je hebt de kern van het ouder worden op een treffende manier weten te beschrijven en het raakt de lezer diep. ZGG