
'Waarom zing jij nooit meer: “Boer, wat zeg je van mijn kippen?”
Haar stem galmt door de keuken, boven het geknetter in de koekenpan uit. Jeroen draait zich om, een spatel in zijn hand. Hij trekt zijn wenkbrauwen op.
'Dat lied? Serieus, Es?'
Ze staat in de deuropening, met een theedoek over haar schouder geslagen.
‘Ja, dat lied. Je zong het altijd als je... gelukkig was.'
Hij draait zich terug naar de pan en keert een ei dat dreigt te verbranden. 'Misschien ben ik niet meer gelukkig.'
Ze lacht. 'Je zingt anders nog genoeg andere liedjes.'
Jeroen zucht. Hij legt de spatel neer, draait het gas uit en kijkt haar aan.
'Weet je waarom ik dat liedje niet meer zing? Omdat de laatste keer dat ik dat deed, die kip van de buren door het raam naar binnen sprong en begon te dansen. Ben je dat vergeten?'
Esther gaat op een keukenstoel zitten en kijkt hem geamuseerd aan. 'Dat was geen dansen. Dat beest had gewoon een zenuwtrek.'
'Een zenuwtrek?' Hij leunt tegen het aanrecht, zijn armen over elkaar. 'Die kip stapte precies op de maat. Ze deed zelfs een pirouette, Esther. Een pirouette.'
'Nou ja, een soort van,' zegt ze.
'En toen,' gaat Jeroen verder, 'legde ze een ei. In de pan. Hoe verklaar je dat?'
Ze zwijgt even en staart naar haar handen. 'Misschien wilde ze indruk maken.'
Hij schudt zijn hoofd. 'En de keer erna? Ik zong het lied en prompt werd er aangebeld. Een boer met een kooi vol kuikens! Of we belangstelling voor kippen hadden. Altijd een vers eitje ’s morgens.’
Esther staat op, legt haar handen op zijn schouders en zegt: 'Misschien is dat precies wat je nodig hebt. Een beetje chaos. Je zit de laatste tijd alleen maar te lezen of naar de televisie te staren.'
'Ik hou van rust,' mompelt hij.
'Zing het gewoon eens. Voor mij. Please…'
Hij ziet de glinstering in haar ogen. Ondanks zijn twijfel stemt hij in. 'Oké. Maar als er weer een kip binnenkomt, ruim jij de rotzooi op.'
Hij haalt een paar keer diep adem en begint te zingen. “Boer, wat zeg je van mijn kippen?”
Op hetzelfde moment springt het keukenraam open. De wind giert naar binnen. Er klinkt een geluid. Eerst zacht maar het wordt steeds luider.
'Wat is dat?' fluistert Esther.
'Ik zei het toch,' zegt hij, wijzend naar de deur.
In de deuropening staat een man met een accordeon op zijn borst, naast hem een geit met een hoed op.
Jeroen legt zijn handen voor zijn ogen.
De man begint te spelen. De geit schraapt haar hoeven over de tegelvloer.
Dat lied als kapstok voor iets wat verloren is gegaan - slim gevonden. Die spatel in zijn hand terwijl ze praten zegt meer dan een hele bladzijde uitleg zou kunnen doen. Benieuwd of Jeroen dat lied ooit nog zingt.