
Een man betreedt een Italiaans kerkgebouw uit de zestiende eeuw.
Doelgericht stapt hij af op de eikenhouten biechtstoel, waarvan de panelen zijn voorzien van houtsnijwerk. Aan de voorzijde hangen twee donkerrode, fluwelen gordijnen tot enkele decimeters boven de grond. Achter het geopende rechter gordijn ziet de man in het schemerdonker een bidstoel staan.
Het andere gordijn is gesloten, maar verhult de twee voeten, gestoken in grijze sokken en zwarte sandalen, niet. Achter dit gordijn klinkt een routineus gefluisterd gebed.
Ongemakkelijk knielt de man op de bidstoel en sluit het gordijn achter zich. Gedempte verlichting accentueert zijn voorover hangende, geblondeerde haarlok. Voor zijn gezicht een opening in de houten scheidingswand tussen de ruimtes achter de twee gordijnen. Een vlechtwerk vult de opening.
Het gefluister houdt op en een houten paneel wordt achter de opening weggeschoven, een hoofd met een kalotje is amper zichtbaar voor de man. Een hand maakt een zegenend gebaar en een zachte stem klinkt:
‘Welkom, mijn zoon, u komt uw zonden belijden en de Heer om vergiffenis vragen?’
‘Father Leo, u moet voor mij wat regelen met de Heilige Vader. U schijnt nogal close te zijn met hem. Ik weet dat hij fantastisch werk doet voor onze aarde, ze hebben mij verteld dat hij dat al eeuwen lang doet, het is een geweldige kerel. Geweldige kerel, echt waar. Hij geeft ons de welvaart die we verdienen en heeft ons geholpen als eerste op de maan te landen. Hij is ook heel goed in het zorgen voor vrede, verschrikkelijk goed. U weet dat Hij en ik erg op elkaar lijken, ik heb ook veel vrede gebracht. In tientallen landen heb ik gezorgd dat de oorlog is gestopt, dat is gewoon een feit. Kijk maar naar Gaza en nog meer, het staat in alle kranten. Alleen zijn er leiders op deze wereld, die dat niet erkennen. Dat zijn domme lieden, echt heel dom. Ze hebben mij niet de Nobelprijs voor de vrede willen geven, niet te geloven gewoon! Maar gelukkig zijn er heel veel die mijn great work wel op waarde weten te schatten, zij snappen dat ik het beste voor heb met de wereld. Zoals de leider van de grootste internationale verdragsorganisatie, u kent hem vast wel. Mark zei over mij dat ik als een vader soms mijn stem moet verheffen om ruzie makende kinderen tot de orde te roepen. Echt waar, zo zei hij het: “You’re like a daddy.” Ja, Mark is een reusachtige vent, dat weet iedereen.’
De geestelijke ziet de mond bewegen achter de houten tussenwand, waardoor hagelwitte tanden zichtbaar zijn. Hij wil iets zeggen, maar het wortelkleurige gelaat vervolgt zijn monoloog.
‘Father Leo, u weet dat mijn land samen met twee andere landen de komende zomer het wereldkampioenschap voetbal organiseert. Natuurlijk kunnen wij dat heus wel alleen, wij zouden daar een great job doen. Maar soms moet je een ander ook wat gunnen. U bent een fantastic pope, u moet de Almachtige vragen of hij mijn land wil laten … ‘
Stilletjes schuift de geestelijke zijn gordijn open en loopt op zijn tenen naar het dichtstbijzijnde altaar. Daar werpt hij zich op zijn knieën, slaat zijn ogen ten hemel en smeekt Onze Lieve Heer om verlossing …
Leuke plotwending.