
Ze keek me aan op een wel heel venijnige manier. Was dat omdat ze niet begreep waarom ze niet mee mocht? Haar man en mijn echtgenote waren net uit de deur gestapt.
Bij zijn pensionering had mijn Waalse maar perfect tweetalige schoonvader zijn echtgenote verrast met de aanschaf van een vakantieverblijf aan de Belgische Kust. Regelmatig bezochten we hen of gingen met de achterkleinkinderen in hetzelfde kustdorpje logeren, kwestie dat ze nog een tijdje van elkaar konden genieten. Superoma, zoals ze door haar achterkleinkinderen werd genoemd, zei geregeld: “De oude dag is een zware slag.” De ouderdomsdementie liet inderdaad niet op zich wachten.
Superopa werd stilaan gek van de tientallen keren dat ze per dag vroeg of er nog boter in huis was en op diverse plaatsen vond hij briefjes met haar pincode. Toch bleef hij dapper voor haar zorgen, ook al toonde ze geen begrip voor zijn inspanningen en verweet hem niet zelf nog een aantal taken te mogen verrichten.
Die keer had mijn vrouw voor haar vader en haarzelf kaarten versierd voor een toneelvoorstelling. Ik zou grannysitten.
Zodra de venijnige omsloeg in een wazige je m’en fou-blik, vroeg ze waar man- en dochterlief dan wel naar toe waren. Toen ze het begreep, vond ze dat wij ondertussen wel iets konden drinken en vroeg wat er zoal voorradig was.
Om opnieuw venijn in haar blik te vermijden, durfde ik niet zeggen dat we in haar woning waren en zij beter dan ik wist wat er te consumeren viel. Ik stelde een biertje voor.
‘Heb je niets beters? ’vroeg ze, waarop wij een straffer streekbiertje dronken.
Na de eerste teug kwam de vraag of de sorteurs nog lang wegbleven. In mijn schoonfamilie werd menig gesprek gelardeerd met Franse woordjes. Toen ik antwoordde dat ze maar net de deur uit waren, begaf ze zich naar het achtertuintje, waar ze gelukkig indommelde. Zodra ze weer klaarwakker was, vroeg ze waar de anderen toch bleven. Vermits het nog wel even zou duren vond ze dat we nu wel aan een sterker drankje toe waren en opnieuw volgde de vraag: ‘Wat heb je in huis?’
We besloten om de jeneverfles aan te spreken die er notabene al jaren stond te verkommeren. Met het excuus dat jenever net als goede wijn met de jaren beter wordt, werden twee glaasjes uitgeschonken. Dan volgde een lang gesprek met vragen of ik kinderen had, hoe die dan wel heetten? Zaken die ze altijd had geweten, maar nu in de mist der jaren waren verdwenen, wat me diep choqueerde. Na het tweede neutje bracht een tweede dutje soelaas. Ze sliep warempel tot de toneelgangers terugkwamen.
Meteen vroeg ze waar ze zonder haar naar toe geweest waren. Toen het woord ‘toneel’ viel keek ze mij triomfantelijk aan en zei: ‘Zie je wel, ik had het je toch verteld!’
Bij het afscheid, keek schoonmama me doordringend aan alsof ze zich afvroeg wie ik weer was. Wij gaven elkaar een hand, twijfelden even en kusten elkaar toen innig.
Log in om te reageren
Hallo Gi, Het woord grannysitten is zeer op zijn plaats. Achter: waar de anderen dan wel bleven, daar hoeft geen vraagteken achter, omdat je daarvoor al beschrijft dat ze dit vraagt. Het kabbelt wat, ik zou het interessant vinden om meer te vernemen wat deze achteruitgang met de schoonzoon doet. Wan...
Hoi Gi, Je verhaal past goed bij de uitdaging. De spanning in het verhaal zit niet alleen in de letterlijk gesproken woorden, maar vooral in de onderliggende emoties en herinneringen die ze oproepen. Het contrast tussen de alledaagse vragen en de diepere betekenis ervan voor de personages komt duid...
Hi Tony, dank voor de reactie en commentaar. De blik bij venijnige komt later bij wazige of is dit een niet getolereerde stijlfiguur in het NL?